Geen vleesnat

Nederlanders leggen zich steeds meer toe op het levensgenot. Carnaval is in, vasten is uit. Hoewel? Duizenden scholieren vasten voor Afrika. Om één te worden met de ‘nobele arme’.
CARNAVAL is het feest van de omdraaiing. De burgemeester draagt de sleutels van de stad over aan een zich Prins noemende middenstander of bankbeambte, waarna voor de duur van drie dagen iedereen zich klem mag zuipen en intimiteiten kan ontplooien jegens alles wat beweegt. Carnaval eindigt met aswoensdag, als de vasten begint, een periode van soberheid, ingetogenheid en reflectie.

Carnaval en vasten waren onlosmakelijk met elkaar verbonden, althans vroeger. Hoewel carnaval ongekend populair is, wekt de vasten tegenwoordig nauwelijks interesse. Twee weken geleden besteedde de KRO even aandacht aan aswoensdag, maar verder glijdt de vasten aanmerkeljk stiller voorbij dan de ramadan. Volgens J.W. Becker, die voor het Sociaal en Cultureel Planbureau het religieuze leven onderzoekt, is ‘de mate van zelfkastijding bij het Nederlandse volk beperkt’: 'Bij de dertien procent van de bevolking die nog regelmatig ter kerke gaat, kan ik me niet voorstellen dat het katholieke volksdeel erg aan de vasten hecht. Met een steekproef van 2000 vindt je er geen.’
Becker verwijst naar het 'boodschappenvolk’ in de winkelcentra en 'het uitgaansgedrag van de jeugd’ om aan te geven dat carnaval allang geen feest meer is van de omdraaiing. Eerder lijkt het dagelijkse leven samen te vallen met feestvieren en grootschalige vreemdgang (75 procent van de mannen en 65 procent van de vrouwen, volgens het blootblad Actueel). Juist de vasten zijn een 'carnavaleske omdraaiing’ geworden.
DAT ER GEVAST wordt lijkt inderdaad even ondenkbaar als bespottelijk, aangezien Nederlanders bekend staan als levensgenieters pur sang en we de middeleeuwen inmiddels achter ons hebben. Bovendien: als je zonodig verstandig wilt leven, beperk je dat niet tot veertig dagen. Toch wordt er in Nederland grootschalig gevast en is de drijfveer verbazend middeleeuws. Het geheim ligt in wat onze landgenoot Thomas a Kempis in de vijftiende eeuw imitatio Christi noemde: de navolging van Christus. In feite is de katholieke geloofspraktijk van navolging doortrokken. De doop doet Jezus’ doop in de Jordaan na, de mis het laatste avondmaal. Bij het vasten is het niet anders.
Vasten is ouder dan het christendom. In het Oude Testament vast Mozes veertig dagen voordat hij de Tien Geboden ontvangt, de profeet Elija vast veertig dagen voordat hij Jahwe ontmoet. In het Nieuwe Testament is het Jezus die veertig dagen vast. Het getal veertig staat voor lijden en verwijst naar het aantal ellendige jaren die het volk van Israel in ballingschap moest doorbrengen.
Het heeft een paar eeuwen geduurd voordat de omvang van de vastentijd precies veertig dagen bedroeg, maar in de zevende eeuw had de kerk de rekensom rond. De kerk was niet zomaar bezig met het bijvijlen van haar symboliek. Voorbeelden waren inspirerend, maar bovenal stichtend. En alleen met het nadoen van kloppende voorbeelden kon de gelovige zich iets van de begeerde gemoedsrust eigen maken. Kansen genoeg. Iedere week herinnerde aan de lijdensweg van Christus. Met een vleesloze vrijdag gedacht men zijn sterfdag, met de zondagsrust zijn hemelvaart.
Imitatie, waarvan Thomas a Kempis een zoetelijke versie presenteerde, is altijd een belangrijk wapen van de christen geweest tegen zijn ongeneeslijke zondigheid. Kampioenen in imitatie waren de kluizenaars, van wie sommigen uitgroeiden tot ware virtuozen in het navolgen van Christus’ lijden. Bekend is het voorbeeld van Simeon de Pilaarheilige uit de vijfde eeuw, die zijn hele leven op twintig meter hoogte doorbracht, in weer en wind en tussen zijn eigen uitwerpselen. Om iedere schijn van vrijblijvendheid weg te nemen had hij zich met een touw aan zijn pilaar vastgebonden. Waar touw en vlees vergroeiden, waren rottende zweren ontstaan, maar als een wurm uit zijn zijde viel, plaatste hij deze terug met de woorden: 'Eet wat God je heeft gegeven.’
Een andere groep die de navolging serieus aanpakte, waren de monniken, in al hun verdeeldheid toch verenigd door dat ene principe: terug naar de soberheid van Jezus en de apostelen. Sint Benedictus (480-543) was vijftien toen hij een grot betrok en wierp zich in een doornenstruik, om met zijn geschonden vlees de wonden van zijn ziel te genezen. Later werd hij grondlegger van een van de belangrijkste kloosterorden, de benedictijnen. In zijn Regel van Benedictus schreef hij: 'Eigenlijk moet het leven van de monnik altijd zijn zoals in de veertigdaagse vasten.’ Waarna hij er ogenblikkelijk aan toevoegde dat hij ook wel wist dat het de meeste monniken aan een dergelijke deugdzaamheid ontbrak.
BROEDER NICO (80) vast, zij het met mate. Hij woont in de Sint Paulus Abdij in Oosterhout met vijfentwintig leeftijdgenoten. 'Met ons aantal jaren kun je geen gekke dingen meer doen. Tijdens de veertig dagen staat er geen beleg in de eetzal. Alleen brood en boter. Bij de koffie en thee staat nog wel suiker, al minderen veel broeders ook daar. Vrijdags is sober en eten we eigenlijk alleen een warme maaltijd, zonder vlees en vleesnat.’
Er zijn broeders die vanwege de vasten tijdens het sociale uurtje het rummicubspel laten staan. Maar broeder Nico speelde toch al weinig rummicub. 'De vasten zijn voor mij toch vooral een geestelijke zuivering: bid ik wel ijverig genoeg in mijn cel, verlang ik niet te hevig naar het ontbijt?’ De 'Imitatio’ is bij broeder Nico vooral verinnerlijkt, al zal hij zich gesterkt voelen door de preken van Sint Benedictus die hij bezig is te vertalen.
Frappant is dat juist buiten de kloostermuren waar priesters en leken de veertig dagen doorbrengen, het letterlijke hongeren in zwang is. We moeten honger lijden opdat we weten wat het is om een lege maag te hebben. Uit solidariteit op Afrika lijken, dat is het credo van bijvoorbeeld de scholierenactie 'Zip your Lip’, georganiseerd door de internationaal opererende organisatie World Vision.
Opgetogen laat World Vision weten dat er meer dan tienduizend scholieren geregistreerd staan, maar dat 'we voor de vijftienduizend gaan’. De bedoeling is om op 18 maart 24 uur niets te eten. Er zullen spelletjes zijn, video’s, een kartonnen klaagmuur waar de kinderen hun leed kwijt kunnen, karaffen met water en slechts vruchtensap voor degenen die flauw dreigen te vallen. Af en toe krijgt World Vision een telefoontje van een bezorgde ouder, maar in Afrika zijn er kinderen die het een week volhouden op alleen brak putwater.
Jeroen Visser, die als lid van de leerlingenraad al eens een hongerstaking tegen de tempobeurs organiseerde, heeft op zijn school de actie onder zijn hoede. Op zijn school Het Sprengelo in Apeldoorn doen ruim vijfhonderd kinderen mee. 'Ik ben ooit met twintig anderen naar Mauretanië geweest in een project van World Vision. Daarom weet ik dat je je niet kunt voorstellen wat het is om honger te hebben als je het zelf nooit hebt ervaren.’ Vorig jaar deed hij ook mee met 'Zip your Lip’. 'Ik dacht dat het niks voorstelde, een etmaal niet eten. Maar ik wist niet wat me overkwam. Het is echt moeilijk. Uiteindelijk voel je je heel goed, heel zuiver.’
DE NATIONALE Vastenactie is het alleen al aan haar naam verplicht tijdens de vasten iets van zich te laten horen. Zo'n twaalfhonderd plaatselijke groepen organiseren in hun parochie een campagne ten behoeve van een derde-wereldproject. Tijdens de vasten is er iedere dag wel aanleiding een kwartje in het vastentrommeltje te doen, zodat er een schooltje voor vuilnisrapers in Jakarta kan worden gebouwd.
M. Schuurmans van Bilance, de internationale organisatie die in Nederland de Vastenactie coördineert, schat dat er ongeveer 3,5 miljoen mensen meedoen. 'Vroeger hadden we een lijst van honderd projecten waar de groepen uit konden kiezen. Dat hebben we teruggebracht tot dertig. Vooral projecten in Suriname en Indonesië, omdat dat onze vroegere koloniën waren. Kort gezegd: zij lijden honger omdat wij ze vroeger hebben geplunderd. Dan mogen wij wel wat honger lijden voor hen.’
De navolging van Christus is vervangen door die van de nobele arme, de hongerige onschuldige. Honger mee en ontvang de genade der onschuldigen. Daarbij komt dat men in de derde wereld in wezen hetzelfde gelooft als u en ik. In de vastenkalender die Bilance uitgeeft, staan naast allerlei eeuwige wijsheden ook beschrijvingen van het vasten door onder anderen moslims en boeddhisten. Is de matigheid niet van alle tijden, compassie met de armen niet van alle windstreken? In deze toepassing van imitatio worden de andere wereldreligies christen-compatibel gemaakt. Erg is dat niet, want tijdens de vasten betracht eenieder vooral de medemenselijkheid.