Hoofdcommentaar

Geen voortgezet verblijf voor Verdonk

Wat is in het publieke domein een ernstiger delict? Een eind weg kletsen of last hebben van een slecht geheugen?

De vraag dringt zich op nu minister Verdonk van Vreemdelingenzaken & Integratie naar voren vlucht, nadat de commissie-Havermans vorige week heeft vastgesteld dat de regering wel degelijk informatie heeft verschaft aan Congo over afgewezen asielzoekers. Kinshasa is dankzij «menselijke fouten» in de Nederlandse bureaucratie niet te weten gekomen waarom zijn onderdanen asiel aanvroegen maar volgens Havermans wel dát ze dat deden.

Aangezien Havermans het niet tot zijn taak rekende ter plekke uit te zoeken of dit simpele vinkje op vingerafdrukbladen al gevaar heeft opgeleverd, moeten we het doen met betwistbare feiten. Volgens de hoge commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties weten ze in Congo, ook zonder de details te kennen, wel raad met burgers die naar elders zijn uitgeweken. Volgens de ambtsberichten van het ministerie van Buitenlandse Zaken is er daarentegen geen reden voor zorg. Die onbekommerdheid van Nederland is op zichzelf curieus omdat de regering ook geen hoge dunk heeft van de levensomstandigheden in Congo. «Eén van de grootste obstakels voor de verbetering van de mensenrechtensituatie is de straffeloosheid», aldus het departement. Buitenlandse Zaken baseert zich daarbij zelfs op de Verenigde Naties, die in februari dit jaar hebben gewezen op «de catastrofale gevolgen van het geweld, de etnische haat met name in het oosten, de enorme mensenrechtenschendingen en misdaden tegen de menselijkheid, en het wijd verspreide klimaat van corruptie».

Maar zelfs als de waarheid ergens in het midden tussen eigen ambtsberichten enerzijds en eigen analyse anderzijds ligt, is de reactie van Verdonk hemeltergend. Zij schuift de schuld door naar advocaten, politici en hulpverleners die afgewezen asielzoekers graag met naam en toenaam in de openbaarheid brengen om hun zaak in de publieke opinie te bevorderen. Het is niet voor het eerst dat Verdonk zichzelf niet als minister gedraagt, dat wil zeggen als dienaar van de kroon, maar als buurvrouw in een ordinair conflict over de zwartheid van pot en ketel. Nog treuriger is het dat zij haar eigen straatje poetst door toe te geven dat er «administratieve slordigheden» zijn begaan – betreurenswaardig – maar dat er hard wordt gewerkt om herhaling te voor komen.

Met dit verweer zijn we in de psychopathologie beland. Wat bezielt haar? Heeft ze een grote mond omdat ze in de leer is geweest bij jezuïeten die elk probleem met verbale kunstjes weten weg te praten? Ze wekt wel vaker de indruk dat ze niet vies is van een potje krompraat. Maar dan heeft ze in het klooster van de Societas Jesu weinig opgestoken. In een reactie op het rapport interpreteert ze haar eigen uitspraken van 23 februari dit jaar in de Tweede Kamer zo doorzichtig dat een beetje geverseerde jezuïet zich zou schamen. Ze heeft altijd gezegd, beweert ze in het spoor van Havermans, dat er geen «inhoudelijke» gegevens zijn doorgespeeld naar Kinshasa. Pardon? Verdonk zei in februari iets anders. Namelijk dat aan de Congolese autoriteiten «niets anders kenbaar is gemaakt dan dat de vreemdeling in kwestie geen rechtmatig verblijf heeft». Of heeft ze een onderontwikkeld geheugen? Ooit bezwoer ze de Kamer dat er «nimmer» informatie in «welke vorm dan ook» is verstrekt. Nu zegt ze on beschaamd dat alle debatten gingen om de «inhoud» en niet om de vorm als zodanig.

Alle varianten zijn denkbaar, al is het maar omdat ze bij Verdonk in elkaars verlengde liggen. Ze is aan het einde van haar Latijn. De minister van Vreemdelingenzaken & Integratie – op zich al een combinatie van bevoegdheden die meer kwaad aanricht dan goed is – heeft in het gunstigste geval geen greep meer op haar beleidsterrein. De Immigratie & Naturalisatie dienst, die ze in 2003 heeft geërfd is notoir slecht, zo slecht dat ze de dienst nu lekker modern gaat benchmarken ten opzichte van nota bene de Sociale Verzekeringsbank. Het inburgeringsbeleid komt niet van de grond, integendeel, getuige de België-route, de lege computerlokalen in Marokko en nog zo wat fiasco’s.

Op het departement zelf is ze intussen geïsoleerd geraakt. Zij heeft een beroerde verhouding met haar topambtenaren. De rest van het gebouw aan de Schedeldoek s haven in Den Haag is het spoor eveneens bijster aan het raken. De wijze waarop minister Donner van Justitie zich verweert tegen burgemeester Hertog van Haarlemmermeer, die het detentiecentrum op Schip hol wil sluiten omdat de brandveiligheid toch zijn verantwoordelijkheid is, verraadt een driestheid die niet past bij een precieze antirevolutionair. De interventie van voorzitter Van Vollenhove van de Onderzoeksraad voor Veiligheid vorige week illustreert dat het misser is in de gevangenissen dan we weten. Bovendien is Verdonk binnen de VVD minder populair dan de partij veinst. Fractieleider Van Aartsen laat Verdonk op haar eigen beloop.

Ziedaar een paar redenen voor haar verbale gedraai en geschmier. Over deze bewindsvrouw debatteert de Tweede Kamer deze week. Het lot van de minister ligt in handen van CDA en D66. Voor het sluiten van de kopij van deze krant ligt de prognose voor de hand dat deze twee partijen geen zin hebben in een ministers crisis, zo vlak na de tragikomedie met de 35 euro.

Een naargeestige voorspelling. De kwestie is niet of Verdonk verwijten zijn te maken voor handel en wandel van de IND noch of ze nu beter haar best gaat doen. Haar ministeriële verantwoordelijkheid in de zaak-Congo is geen afgeleide bestuurlijke vraag over de IND maar een directe politieke vraag over haar eigen teksten. Namelijk: heeft ze de Kamer correct geïnformeerd? Het antwoord daarop is simpel: nee.

Indien dit is toe te schrijven aan een onderontwikkeld geheugen is dat zelfs bedreigender dan als het louter gaat om leugens die in de politiek altijd voor eigen bestwil zijn. Die eerste diagnose voorspelt herhaling. Dat zou moeten worden verijdeld. Onwaarheid spreken in de Kamer moet een doodzonde blijven in de parlementaire democratie die Nederland zegt te zijn.