Geen whisky meer voor engeland

Ze dansten onstuimig. De doedelzakken juichten. Ze schudden de champagneflessen zo hard dat de kurken knalden. Ze richtten de straal op elkaars gezichten. Na bijna driehonderd jaar kregen de Schotten weer hun eigen parlement. Ze herstelden de fout die de voorvaderen in 1707 maakten: samengaan met Engeland. Ze vielen Tony Blair, minister-president van het Verenigd Koninkrijk, om de hals, want hij had dat referendum georganiseerd. En ze vergaten dat ze dankzij die andere Labour-premier, Jim Callaghan, al in 1979 ‘ja’ hadden kunnen zeggen. Toen echter bleven ze zo massaal thuis dat het referendum ongeldig was.

De Britse conservatieve oppositie propageerde ‘nee’. Ze vrezen het einde van de Union. Terecht. De Schotten willen in principe bijna totale onafhankelijkheid. Londen mag de grote zaken blijven behartigen, maar de Engelsen moeten zich niet bemoeien met het Schotse binnenland. En, betogen de Schotten, 'wij hebben toch eigenlijk recht op de revenuen uit ónze olie en de opbrengst van de accijnzen op ónze whisky’.
De Engelse pers heeft hetgeen gebeurde sterk ondergewaardeerd. Dianaïtis heerste nog volop, het dubbele Schotse 'ja’ (men stemde ook voor gedeeltelijk eigen belastingheffing) was voornamelijk binnenpaginanieuws. In Schotland daarentegen bleek Diana echt begraven.
De gevolgen van het Schotse referendum kunnen revolutionair zijn. Het Schotse kiesstelsel zal praktisch gelijk zijn aan het Nederlandse: evenredige vertegenwoordiging. Dat betekent coalitieregeringen. Het begin van het einde van het onzindelijke first-past-the-post-systeem ook in Engeland. (Een grote meerderheid is mogelijk met minder dan veertig procent van de uitgebrachte stemmen!) Het aantal Schotse zetels in het Lagerhuis, nu 72, zal op termijn drastisch worden beperkt, Schotland zal aanspraak maken op zwaardere regionale vertegenwoordiging binnen de Europese Unie en een Engelse professor voorzag reeds het einde van de organisatie van natiestaten en het begin van het Europa der Regio’s.
Politiek , staatkundig en ethisch bezien verdienen de Schotten hun bijna-onafhankelijkheid volledig. Schotland is nooit 'Brits’ geworden. Het rechtsstelsel wijkt sterk af van het Engelse. De Kerk van Schotland is gereformeerd van inslag. Het onderwijs is anders georganiseerd. Het Schots is al lang geen Engels-met-een-accent meer. De Bank of Scotland drukt zijn eigen biljetten, die precies evenveel waard zijn als het Britse Pond, maar die je south of the border nergens kwijt kunt. De Schotten zijn al die eeuwen als één volk binnen hun eigen natie verenigd gebleven. Een mooi, trots volk, een beetje stug maar niet gierig; wonend, als je even los komt van Dundee, Glasgow en Aberdeen, in een betoverend mooi land met dozijnen nog niet door het toerisme ontdekte eilandjes langs de westkust, zoals Jura en Islay, waar binnen vijf kilometer vijf whiskydistilleerderijen achter elkaar liggen. Enkele kasteelheren doen in dat Schotland aan vorstelijk Bed and Breakfast. Ze serveren je graag hun nationale drank met, uiteraard, op eikehout gerookte Schotse zalm.
De Schotten vierden dit weekeinde hun bevrijding!