Geen zin om op te staan

Elizabeth Wurtzel, Het land Prozac: Jong en depressief in Amerika. Vertaald door Babet Mossel, uitgeverij Meulenhoff, 392 blz., f45,- Elizabeth Wurtzel is jong, mooi en veelbelovend. Dus werd ze depressief, ging Prozac slikken en schreef er een boek over: ‘Het land Prozac’. Een ziektegeschiedenis van onze tijd. ‘Dus zit ik maar een beetje te zitten en kijk hoe de tijd voorbijgaat.’
BIJNA EEN JAAR geleden, op 8 april 1994, schoot Kurt Cobain zichzelf dood. Nog voordat iedereen van de schrik was bekomen, werd zijn zelfmoord geduid als een uit de hand gelopen generatiekwaal. De kogel die een eind maakte aan het leven van de Nirvana-voorman, held der grunge-kids, was volgens de media ‘de kogel die dwars door een generatie vloog’.

Nirvana’s hit Smells Like Teen Spirit (‘Here we are now, entertain us’) was het hoogtepunt van een depressiecultuur waarin boeken als Less Than Zero (Bret Easton Ellis), films als Slacker (Richard Linklater) en bands als Nine Inch Nails en Hole konden gedijen. Wat altijd underground was geweest - de agressieve, woedende en cynische reactie van de avantgarde op de banaal-commerciele mainstream - werd omarmd door het establishment. Ellende was chic. Grote modeontwerpers adopteerden de grunge-stijl van de straat en lieten magere modellen in gore geruite flanel-overhemden, gescheurde spijkerbroeken en versleten gympies over de Parijse catwalks treuren. Toen Vogue juichend de grunge binnenhaalde als de nieuwste modehit was de (schijnbare) opstand onschadelijk gemaakt. Zo gaat het tegenwoordig nu eenmaal. Verschijnselen uit de (jeugd-)subcultuur worden bliksemsnel door de gevestigde orde ingelijfd, gecommercialiseerd en voor het grote publiek toegankelijk gemaakt. Het zwartgallige cynisme en de verveelde ongeinteresseerdheid van goed opgeleide jongeren in een welvarende, technologische consumptiemaatschappij paste in een bredere trend.
Cobains zelfmoord werd zelfs modieus gevonden. Alsof een dergelijke hyperpersoonlijke beslissing wordt bepaald door een of andere vage tijdgeest. Alsof het leven een door de media gecontroleerde trend is. Alsof individuele voorkeuren en diepgevoelde overtuigingen minder acceptabel zijn wanneer HP/ De Tijd, Vrij Nederland of De Groene Amsterdammer zeggen dat ze 'uit’ zijn, dat ze niet 'modern’ zijn, dat ze niet 'van deze tijd’ zijn. Kurt Cobain stierf omdat hij dat zelf wilde, omdat hij te depressief was om het leven nog langer aan te kunnen. Net als Ernest Hemingway of Sylvia Plath, die ook voor de dood kozen, in een tijd dat er nog geen Slacker was, geen Less Than Zero, en geen grunge.
Depressie lijkt op dit moment 'in de lucht’ te hangen. De vraag is van belang in hoeverre de toenemende aandacht voor depressiviteit en het wondermiddel Prozac een teken des tijds is. Is de stijgende depressiefrequentie een logisch uitvloeisel van de snelle vooruitgang in het Westen, of van een groeiend materialisme? Is de huidige generatie jongeren misschien echt illusieloos, ongemotiveerd en cynisch? Echt depressief?
UIT AMERIKA KOMT nu een boek dat zich met die vragen bezighoudt vanuit het perspectief van een jonge, hoog opgeleide joodse intellectueel uit New York. Na aan Harvard vergelijkende literatuurwetenschap te hebben gestudeerd en onder meer in de New Yorker, New York Magazine, Mademoiselle en Seventeen te hebben gepubliceerd, schreef Elizabeth Wurtzel Het land Prozac: Jong en depressief in Amerika, over haar leven, haar depressiviteit, en uiteindelijk haar redding door Prozac.
Ergens schrijft ze: 'Maar een van de opvallende aspecten van die depressie-uitbarsting is natuurlijk dat er zoveel jonge mensen door worden getroffen. De valiumverslaafden van de jaren vijftig en zestig, de aan die reddertjes- in-de-nood verslingerde huisvrouwen, de opgefokte junkies en crackslikkers waarvan het krioelt in de goten van de Bowery, de straten van Harlem of de achterbuurten van elke middelgrote stad - al die mensen werden altijd voorzien van het etiket “verloren, verloederd en van middelbare leeftijd” of anders “jong en zonder toekomst”. Wat depressie ditmaal zo fascinerend maakt en wat dit land Prozac zo uniek maakt, is dat het zoveel mensen treft die juist zoveel hoop en verwachtingen omtrent de toekomst mogen hebben, die juist - zoals je van elke gisse meid aan de vooravond van haar entree in de grote wereld zou kunnen zeggen - zo veelbelovend zijn. Dit zijn geen mensen van wie je kunt zeggen dat hun leven voorbij is, dat het toch al te laat is, maar juist jonge mensen, voor wie het nog maar net is begonnen.’
Elizabeth Wurtzel werd midden in de Summer of Love geboren, op 31 juli 1967, 'in die maalstroom van maatschappelijke omwentelingen, van scheiden-zonder-schuldvraag tot feminisme tot vrije liefde tot Vietnam - en de uiteindelijke vervanging daarvan door punk-rock en Reaganomics’, niet als dochter van geflipte, in Central Park blowende hippie-ouders, maar van aartsconservatieve, Nixon-stemmende Republikeinen. Wat hen bezielde om te gaan trouwen weet ze niet, en voordat Elizabeth twee jaar oud is, gaan haar vader en moeder uit elkaar.
En vanaf dat moment is je leven ronduit moeilijk geweest?
'Nou ja, moeilijk… In het begin niet. Op mijn elfde ontdekte ik dat er iets met me aan de hand was, dat ik niet zo was als de andere meisjes. Het land Prozac begint met een citaat van Marguerite Duras: “Al heel vroeg in mijn leven was het te laat.” Zo voelde ik het. Toen ik klein was, was ik een modelkind, geloof ik. Ik kon goed leren, was aardig, en barstte van het zelfvertrouwen. Er was niets wat ik niet zou kunnen, dat wist ik zeker. Vol levenskracht. Veelbelovend.
Later veranderde dat in zijn tegendeel. Ik besefte dat het volkomen zinloos was om wat dan ook te doen. Waarom zou je je inspannen als je toch alleen maar leeft om uiteindelijk te sterven? Ik leed aan buitengewoon hevige depressies en voelde me een wandelende dode, een zombie. Het vrat me op. Depressiviteit is het eenzaamste wat er bestaat. Maar toch ging ik studeren, en in die tijd zocht ik mijn heil in drugs.’
UIT JE BOEK begreep ik dat je in ruime mate hebt genoten van alle chemische verworvenheden die ons ter beschikking staan. Hoe kijk je terug op je druggebruik?
'Het is niet echt terugkijken, want ik ben er net weer helemaal opnieuw mee begonnen, haha! Ik weet niet hoe het hier is, maar ja god… je gaat studeren en dan gebruik je drugs. Zo gaat dat. What else can you do?
Ik maak me net zoveel zorgen over mensen die die fase niet doormaken als over mensen die niet over die fase heen komen. XTC was echt een wonderful thing, een ongelooflijke ontdekking. Over alle andere middelen kon ik nooit zo lyrisch worden, ik bedoel, pot was okee, coke was okee, drank was okee, maar XTC was anders. Het stelde me in staat te zijn zoals ik werkelijk wilde zijn. Maar ik kan het nu niet meer gebruiken. Prozac blokkeert de receptoren, dus het heeft geen zin meer. Het werkt niet.
Ik leek wat dat betreft een beetje op Spinoza. Die wilde zelfmoord plegen door zich te verdrinken, maar dat mislukte omdat zijn voet bleef haken aan de kade. Zo was het met mij ook. Drugs losten mijn problemen niet op.’
En toen was daar fluoxetine hydrochloride, ofte wel Prozac?
'Yeah. Het was 1988 en Prozac was net nieuw. Ik was een van de eerste patienten die ermee werd behandeld. Het heeft mijn leven gered.’
Hoe gaat het nu met je?
'Fine. I’m fine.’
Je schrijft dat het opvalt dat tegenwoordig veel jonge, veelbelovende mensen door depressies worden getroffen. Heeft dat iets te maken met je generatie?
'Mijn uitgever roept dat mijn verhaal de ziektegeschiedenis van onze tijd is. Uitgevers overdrijven altijd, maar het verbaast me wel dat Het land Prozac aanslaat bij heel veel verschillende mensen. Misschien beschrijft het een symptoom van deze tijd, ja.
Wat die generatie betreft, ik weet het niet. Iedereen die ik ken lijkt vast te zitten in een soort structurele verwarring, waardoor ze niet in staat zijn ook maar iets te doen. Het zijn allemaal mensen die goede banen hebben en hard werken. En dan hebben ze die goede baan en dan werken ze wel zo hard, maar ze kunnen niet eens water koken… Alles is gecompliceerd voor ze.
Ik krijg de eenvoudigste dingen niet voor elkaar. Dus zit ik maar een beetje te zitten en kijk hoe de tijd voorbijgaat. Al mijn vrienden zijn plannen aan het maken, om te trouwen, of om kinderen te krijgen, maar ze doen helemaal niets om het te laten gebeuren. Op een of andere wonderbaarlijke manier zal het allemaal wel vanzelf gaan…
Er komen altijd een heleboel mensen bij ons thuis, bij mij en mijn roommate Jason, en ze gaan niet meer weg. De sfeer lijkt op het hoofdkwartier van een politieke campagne, net nadat de kandidaat een slechte speech heeft gehouden. You sort of sit down on the couch and you don’t move. Iemand zegt dan: “Als we zouden opstaan, zouden we iets te drinken kunnen halen. Maar dan zouden we moeten opstaan. Als we boodschappen zouden doen, zouden we ook iets te drinken kunnen halen. Maar dan zouden we naar de supermarkt moeten.” Alles lijkt onoverkomelijk, ongelooflijk zwaar en moeilijk. Het gaat niet om dingen van kosmische proporties, het is allemaal juist heel klein.
Ondertussen gebeuren er vreselijke dingen in de wereld. Als ik dat zie, voel ik een diepe walging. Maar ik weet dat ik er niets aan kan doen. Helemaal niets. Vervolgens begin ik me te fixeren op die stomme kleine dingen. In Amerika hebben we nu bijvoorbeeld anti-tandsteentandpasta. Die smaakt heel vies. Tanden poetsen was altijd een prettige ervaring, je proefde die aangename pepermuntsmaak. En nu heb je dus anti-tandsteentandpasta en die smaakt vreselijk… I wanna know, wat is tandsteen? Waarom moet het bestreden worden? Waarom smaakt de tandpasta opeens vies? Wie heeft besloten dat dat nodig was? Op dat soort kleine dingen zit ik te letten, en daar word ik heel stupid van. Domme domme domme dingen. Weet je wat me ook opviel? Dat Spearmint en Peppermint precies hetzelfde smaken. Echt precies hetzelfde.
En die kleine dingen stapelen zich op, een cumulatie van onaangenaamheden.’
JE HEBT NADRUKKELIJK gekozen voor non-fictie. Waarom?
'Ik wilde me niet verschuilen, ik wilde zeggen: dit is er met me gebeurd en ik schaam me nergens voor. Er zijn dingen waarvoor je je moet schamen, maar dit is er niet een van. Ik wilde really really really de waarheid vertellen, volledig oprecht zijn. In Amerika schrijven veel literaire auteurs tegenwoordig liever memoires, of literaire non-fictie. En daarbij, als ik dit boek als roman had geschreven, was het gewoon weer een eerste roman geweest. Zo'n typische eerste roman in de trant van: ik had een kloteleven, but now I’m okay.’
Hoe reageert men op je openheid?
'Ik krijg stapels brieven van mensen die zeggen: Je hebt mijn leven gered. Of: Ik wil jouw leven redden. Vroeger was ik altijd een soort excentriekeling, dat rare meisje met die huilbuien en driftaanvallen. Nu ben ik eigenlijk heel trendy, haha! De aandacht voor depressie is de laatste tijd veel en veel groter geworden, en dat is goed. Het betekent dat veel mensen niet langer uit de boot hoeven te vallen. Als ik daar met dit boek iets aan heb kunnen bijdragen, ben ik blij.’