Commentaar: Roken en popcultuur

Geëngageerd roken

Eindelijk, de rebellie krijgt weer een kans in de popcultuur! Met dank aan Gezondheids minister Els Borst en het Nederlandse parlement. Volgens de nieuwe Tabakswet, die op de drempel van Paars werd goedgekeurd, moeten popconcerten, concertzalen en theaters rookvrij worden. Roken zal nog slechts zijn toegestaan in kleine, rookvrije ruimten. De wet wordt in januari 2003 van kracht. Dan hebben de rockers eindelijk weer iets om tegen te knokken: hun vrijheid is in het geding.

Opmerkelijk is de reactie van de zaaluitbaters. De een reageert laconiek («we trekken gewoon een blik advocaten open»), de ander commercieel («de mensen zullen wegblijven»). Vrijwel geen van de betrokkenen stelt de bovenmatige, Big Brother-hallucinaties oproepende bemoeizucht van de overheid aan de orde. Gedogen mag niet meer, dus wordt gewerkt aan een heuse «rookpolitie», bestaande uit inspecteurs die stad en land afreizen op zoek naar rokerige zaaltjes. Worden illegale opstekertjes geconstateerd, dan moet de uitbater fors in de buidel tasten.

Fervente antirokers houden vol dat de schadelijkheid van meeroken wetenschappelijk is bewezen, maar worden hevig bestreden door rokers die stellen dat dat geenszins het geval is. Een van de rapporten waar de anti rokers zich op baseren is door de rechter niet-wetenschappelijk verklaard, stellen rookverdedigers. Daarbij hangen popzalen vol met rookafzuiginstallaties, en zijn ze zelden zo klein dat de tent na anderhalf uur rampetampen blauw staat.

Verboden op wijdverbreide praktijken leveren zelden meer op dan ontduiking en het ontstaan van een illegaal circuit. Neem de harddrugs, neem de sluitingstijden (op het Amsterdamse Rembrandtplein is tot vroeg in de morgen illegaal shoarma te bestellen; het voedsel wordt vervolgens afgeleverd op een duistere plek). Ingrijpen is precies waar rebelse hiphop- en metalfans op wachten. «Er breken geheid gevechten uit als ik als wetshandhaver het concert platleg, maar mijn personeel heeft geen kogelvrije vesten. Moet ik de mobiele eenheid dan inhuren? En wie gaat dat betalen?» zei een cynische zaaleigenaar.

«Willen we ooit afrekenen met het overmatige, en ook anderen bedreigende drugsgebruik, dan zullen we onze openbare sociale cultuur moeten reinigen», luidt een schier totalitaire uiting van antirokersvereniging CAN. In nazi-Duitsland was roken in openbare ruimtes verboden omdat A. Hitler ervan walgde. De Führer liet, zo schreef Martin van Amerongen in zijn pamflet Rook doet leven, «geüniformeerde, zwaarbewapende, kamerbrede en rookvrije» bewakers posteren om het verbod te handhaven. Zelfs in het totalitaire Duitsland had dat nauwelijks effect. Men pafte rustig door.

«De geëngageerde roker is niet geneigd zijn lusten te beteugelen, om het even welke sanctie hem of haar boven het hoofd hangt», stelde Martin van Amerongen. «Dus besloot de Turkse sultan Moerad IV, die eveneens geen vriend van pijp, sigaar, sigaret, shag, snuif- en pruimtabak was, tot de radicaalste aller maatregelen.

Hij sloeg de rokers het hoofd af.

Dat hielp!»