Geert de verlosser

Brussel - Lieve Nederlanders, de grote Vlaamse schrijver en Nederland-kenner Geert van Istendael spreekt tot u. Want u dwaalt, u bent de kluts kwijt en u bent in paniek. U hebt uw ‘veelgeroemde nuchterheid afgeschud en u betreedt vastberaden het pad naar de waanzin’. Van Istendael, zelf opgegroeid in Utrecht, ziet het 'met enige deernis’ aan. Zijn nieuwe boekje Tot het Nederlandse volk, dat vorige maand verscheen, moet u weer op het juiste pad brengen. Het ging mis met de moord op Pim Fortuyn. En daarna met die op Theo van Gogh. Tot dan redde u zich prima met uw befaamde polderen. U mag zelfs trots zijn op uw nationale geschiedenis. Uw vrijheidsdrang, uw tolerantie, uw handelsgeest: lovenswaardig allemaal. U bent zelfs Provo te boven gekomen. Maar vandaag tast u in het duister. U weet niet hoe om te gaan met uw islamitische nieuwkomers, noch met het fenomeen Wilders.
Van Istendael weet het beter. In plaats van 'wegkijken, niet durven aanpakken en janken van teleurstelling’ zou u moeten opkomen voor 'een sterke cultuur en een traditie van overleg, aangevuld met een praktijk van bezonnen tegenspraak’. Het conflict moet u dus niet uit de weg gaan; geen tijd verliezen met heimwee naar het oude Nederland; niet denken dat u nog uniek bent; en vooral de oude zakelijkheid weer binnenhalen. U gaat bovendien op klassieke wijze de fout in, wat Wilders betreft. 'Om uw mateloze ergernis kond te doen, weet u alweer niets beters te bedenken dan scheldend verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog. (…) De minachting die u voor hem koestert is zo groot dat u niet eens kennis wilt nemen van zijn standpunten.’ Wilders is geen racist. U kunt hem beter pakken op de tegenstrijdigheden in zijn partijprogramma - dat, voor alle duidelijkheid, 'flut’ is - dan met een politiek proces.
Van Istendael wendt zich tot u als een vader tot zijn kind. Een kind dat zowel een standje als een aai over zijn bol verdient. 'Ik zal u ruw de oren wassen’, waarschuwt hij op een van de eerste pagina’s. 'Maar weet, lieve Nederlander, dat ik houd van uw land.’ Hij doet erg zijn best zich erudiet uit te drukken, maar is niet te beroerd u de moeilijke woorden uit te leggen. En zoals iedere vader zijn kind een keer moet loslaten, zo eindigt Van Istendael met de verlossende woorden: 'En ga nu. Het ga u goed.’