Media

Geert Hadjememaar

Vorige week vrijdag probeerden Wilders en een van zijn partijgenoten de Griekse ambassade een uitvergrote drachme te overhandigen. De duizenden malen bekeken filmpjes hiervan op verschillende internetsites laten duidelijk zien waarom het te doen is: een stunt. Hij werkte.

Alle media berichtten erover (zaterdag 11 juni leverde de combinatie ‘Wilders drachme’ 337.000 hits op) en de man kon zijn verhaal kwijt. Dat verhaal was van het bekende van dik hout zaagt men planken. 'Wij geven miljarden aan euro of garantstelling of geld aan Griekenland. Dat geld zien we nooit meer terug. We moeten in Nederland achttien miljard bezuinigen en geven ondertussen geld aan de Grieken die zo corrupt zijn als wat.’ Enzovoort.
Het is welhaast ondenkbaar bij deze woorden niet een minimaal gevoel van instemming te hebben. De Griekse economie is niet sterk. Mensen gaan veel te vroeg met pensioen. Ambtenarenbaantjes zijn persoonlijk bezit. Wij moeten bezuinigen. De Grieken ook, maar hebben daar niet veel zin in. Op dergelijke gedachten en verwante onderbuikgevoelens speelt Wilders magistraal in terwijl de media er, al is het alleen al door zijn woorden en daden simpelweg te registreren en openbaar te maken, klakkeloos in meegaan. Dit gebeurt nu al zo lang dat de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Utrecht deze week, terecht, een symposium aan Wilders en de media wijden. Daarin, aldus de oproep, 'analyseren we hoe wetenschappers in meer dan zestig publicaties onderzoek naar het fenomeen Wilders hebben gedaan’. Alleen al zestig wetenschappelijke publicaties over Wilders, een flink aantal daarvan over de man en de media. Hoeveel populaire artikelen zullen hierover geschreven zijn? 5.520.000 hits levert Google op de combinatie 'Wilders media’, tegen 13.500.000 op alleen de naam. 'Wilders heeft media in zijn greep’, kopte de Volkskrant in januari 2007. 'Wilders speelt de media virtuoos tegen elkaar uit’, maakte De Nieuwe Reporter er ruim twee jaar later van. 'Rechters Wilders-proces overvallen door media-aandacht’, of iets vergelijkbaars stond in afgelopen maanden op diverse plekken te lezen.
De hamvraag kan er maar één zijn: hoe is het mogelijk? De verbazing hierover zal bij velen net zoals bij mij des te groter zijn omdat Wilders, ondanks zijn vermogen een primair 'ja dat klopt wel’-gevoel op te roepen, bij even nadenken meestal evidente onzin blijkt uit te slaan. Neem alleen al de suggestie dat Griekenland terug zou keren naar de drachme. Ik kan me niet voorstellen dat Wilders zijn eigen suggestie ook maar een seconde serieus neemt. Daarvoor heb ik hem te hoog. Wilders weet dan ook verduiveld goed dat zijn 'bom onder het bestel’ niet meer dan een ballonnetje is dat, eenmaal losgelaten, niet stijgt maar leegloopt en valt. De suggestie is zoiets als verlangen naar een wereld zonder internet of een samenleving zonder belastingen. Dit laatste is inderdaad een buitengewoon sympathiek idee waar iedereen een 'ja, dat wil ik wel’-gedachte bij zal krijgen. Tegelijkertijd begrijpt gelukkig ook bijna iedereen meteen dat een dergelijke gedachte absurd en dus de moeite van verdere aandacht niet waard is.
Waarom krijgt Wilders met zijn dwaasheden dan wel zo veel aandacht? De belangrijkste reden is vermoedelijk dat hij net niet zo ver gaat als in dat evidente idiote geval van een belastingvrij paradijs, maar ver genoeg om een flink segment van de bevolking een langdurig(er) 'ja’-gevoel te bezorgen en, in dit verband belangrijker, een groot deel van de media te voorzien van een leuk artikel, een aardig filmpje of gewoon een beetje jus bij de aardappelen. In de jaren twintig had je in Amsterdam de mafketel Hadjememaar alias Nelis de Gelder. Met zijn dwaze ideeën werd hij zelfs in de Amsterdamse gemeenteraad verkozen. Maar hij ging te ver, bleef niet van de fles af en kwam daarom ook niet ver. Wilders gaat ook ver, maar niet te ver, en juist daardoor komt hij er wel. Zijn succes wordt vergroot door recente ontwikkelingen in de media: de overvloed aan kanalen, de toenemende concurrentie, de bezuinigingen, de behoefte aan hypes, de opwinding, het gedoe, de spanning en het verlangen naar vermaak. Combineer dit alles - reden nummer drie van het Wilders-succes - met een verandering van het politieke klimaat waarvoor hij model staat, en, reden nummer vier, met ’s mans onmiskenbare pr-vermogens en het plaatje is, denk ik, compleet: Wilders en de media zijn rond 2011 als voor- en achterkant, ze horen bij elkaar.
Volgens mij is er echter geen enkele reden voor morele of andersoortige paniek. Voorzover de geschiedenis iets leert, is het dat acties als Wilders’ laatste een inflationair effect hebben. Zijn islam- en pensioenpolitiek waren serieuze zaken die om een serieuze reactie vroegen en de man, begrijpelijk, faam hebben bezorgd. Het Griekenland-ballonnetje is van geheel andere orde en niet het eerste teken van verwording. Lekker laten gaan dus, leuk filmen, stevig om lachen. Dat deed men destijds met Hadjememaar ook. Het effect was ernaar. Van ’s mans plannen kwam nooit iets terecht terwijl ze tot op de dag van vandaag vermaken. Wat wil je nog meer?