Geert Mak antwoordt Peter Vandermeersch

Zeer geachte heer Vandermeersch,
Beste Peter,

Veel dank voor je reactie. Mijn stuk in De Groene was natuurlijk ook een soort ‘brulbrief’, maar je neemt hem serieus, en dat waardeer ik zeer.

Ik heb lang geaarzeld. Je voelt je solidair met je vroegere collega’s, je beseft hoe zwaar ze het hebben en daarbij bestaan er ook nog eens allerlei onuitgesproken codes en loyaliteiten waar ik niet licht aan voorbij ga. Bovendien heeft iedereen het recht om fouten te maken en dat geldt, in deze barre tijden, zeker voor redacties en hoofdredacteuren.

Toch doorbrak ik dat zwijgen. Misschien juist wel vanwege die loyaliteiten. En ook omdat ik het gevoel had dat er nu toch echt in het openbaar iets gezegd moest worden - het botte ontslag van Rob Wijnberg, met alle mogelijk consequenties, was voor mij de druppel. Een krant is immers, zoals ik schreef, tegelijkertijd een publiek goed. NRC Handelsblad is, net als iedere andere goede krant, niet alleen van de redactie. Wij, lezers en andere betrokken buitenstaanders, zijn ook allemaal een beetje met de krant getrouwd. En die banden zijn langdurig en intens.

Mijn stuk is een ‘cri de coeur’, een puur persoonlijke beschouwing, geschreven vanuit wat ik zelf zie, hoor en constateer, niets minder en niets meer. Het is een genre dat eerder thuishoort in De Gids en De Groene Amsterdammer dan in NRC Handelsblad, het heeft geen journalistieke pretenties, maar het heeft een eigen waarde die toch voor het publieke debat van belang kan zijn. Inderdaad citeer ik niemand en over specifieke gevallen klap ik niet uit de school. Is dat niet netjes? Komaan! Zelfs in NRC Handelsblad verschijnen soms lange stukken waarin, noodgedwongen, aan de hand van anonieme bronnen geprobeerd wordt een situatie te schetsen. Vrij recent nog in een - overigens zeer interessant - stuk over de rol van het Nederlandse kabinet in de EU.

In dit verband moet ik nog een misverstand opruimen. Ik maak me grote zorgen, ja, over het huidige NRC Handelsblad. Maar ik kom vooral voor iets op, namelijk voor de traditie van helderheid en onafhankelijkheid waarin de krant vroeger uitblonk. In bijna de helft van je reactie geef je voorbeelden van geweldige stukken die nog altijd in NRC Handelsblad staan. Daarover verschillen wij helemaal niet van mening - en dat schrijf ik ook in mijn stuk in De Groene, waarin ik met zoveel woorden zeg dat er nog altijd ‘(..) voortreffelijke columns en commentaren, uitstekend verslaggeverswerk, slimme en originele overzichten’ in de krant staan.

Mijn probleem zit niet in vele van de goeie stukken, maar in de krant als geheel en de koers die onder jouw hoofdredacteurschap is ingezet. Iedere lezer kan het zien en constateren. Je hebt ‘het nieuws’ (feitelijke verslaggeving, inclusief duiding) in NRC Handelsblad min of meer afgeschaft en vervangen door een overdaad aan ‘nieuwsanalyses’, die op mij overkomen als halfbakken opiniestukken. Van de helderheid, kenmerkend voor het vroegere NRC, is niets meer over. Je laat de krant vol zetten met te grote foto’s en te langzame stukken, waarmee NRC Handelsblad is afgedreven van de actualiteit en zijn urgentie verliest. De zaterdagkrant - opnieuw, vaak met uitstekende stukken, daarmee is niets mis - is als krant te rommelig. Vaak lijkt het bovendien alsof er vrijdagmiddag en - avond geen nieuws van belang meer plaatsvindt.
Veel van je vernieuwingen hebben de krant verluchtigd. Dat glimmende drukwerk is bovendien een uitstekende bron van advertentie-inkomsten waarmee je al snel een paar redacteuren kunt bekostigen. Ook de lifestyle moet echter, in een kwaliteitskrant, van topkwaliteit zijn - anders kun je het beter laten. Wat nu verschijnt is in mijn ogen echter veel te ‘plat’ en commercieel. Als lezer voel je dat je niet meer bij een krantengemeenschap hoort, maar dat je wordt uitgebeend als lucratieve doelgroep. En op een gegeven moment trekken veel lezers, helaas, daaruit hun consequenties.

Dat valt ook af te lezen aan de cijfers, als je daar tenminste wat dieper induikt. Mijn indruk dat de situatie rond de abonnementen minder florissant is dan NRC Handelsblad doet voorkomen wordt bevestigd door een net verschenen analyse op de website van De Nieuwe Reporter. De standaardabonnementen blijken inderdaad te dalen, en dat gat wordt opgevuld met allerlei actie-abonnementen. Vooral het bereik van de krant is echter onrustbarend gedaald. Bij nrc.next - een bereik van 318.000 lezers - is sinds vorig jaar weinig veranderd. NRC Handelsblad bereikte in het eerste kwartaal van dit jaar echter 60.000 lezers minder dan een jaar eerder, gemiddeld 469.000 lezers. Dat is een daling van ruim 11 procent in één jaar. Opvallend is dat die lezers de krant ook nog eens korter lezen.
Noch jij, noch ik worden daar vrolijk van. In je antwoord pas je echter een slimme retorische truc toe: je werpt je op als verdediger van alle tweehonderd redacteuren. Dit zijn echter zaken die in de eerste plaats vallen onder je verantwoordelijkheid als hoofdredacteur, iets waarover je vrij weinig zegt. Eigenlijk maar één zinnetje: ‘Niet al mijn beslissingen wat personeelsbeleid betreft waren even geïnspireerd.’ Ik waardeer je eerlijkheid, en dat meen ik oprecht. Maar het is wel een understatement.

Je schrijft dat je boos bent, en treurig, en ik heb diezelfde gevoelens. Ik ben boos over de manier waarop je vroegere collega’s met een tomeloze inzet en een enorme staat van dienst als schooljongens hebt geschoffeerd - goddank ben je inderdaad gestopt met die brulbrieven - en het maakt me ronduit verdrietig als ik hoor hoe André Spoor, de pas overleden grondlegger van NRC Handelsblad, tijdens zijn laatste weken sprak over de ‘verwoesting’ van zijn levenswerk.

Ik vind het ook treurig dat we nu zo tegenover elkaar staan. Ik koester een groot respect voor je als hartstochtelijk journalist, gedreven krantenmaker en keiharde werker. Ik besef bovendien, en daarop wijs je terecht, dat je veel van de problemen waarmee de krant kampt hebt geërfd van voorgaande hoofdredacties. Ik schreef het eerder: het blijft verbluffend dat die slimme NRC-redactie, zeker na het debacle met APAX, met open ogen de fuik van Egeria weer binnenzwom. En het is waar, zoals sommige oud-collega’s me schreven, dat er de laatste jaren voor je komst een zekere verstolling en verstarring had plaatsgevonden. Er moest snel het nodige worden verbouwd en veranderd, dat was buiten kijf. En het is inderdaad opvallend, zoals anderen me schreven, dat veel oppositie tegen je al te rigoureuze vernieuwingsdrift, onder tafel bleef en zich beperkte tot gemopper bij de koffieautomaat. De redactie zelf heeft, kortom, in niet geringe mate bijgedragen aan deze situatie.

Toch snap ik bepaalde dingen niet, met name als het gaat om je relatie met Egeria. Je schrijft in je open brief dat de gesprekken met de aandeelhouders Peter Visser en Derk Sauer ‘van alle kanten doordesemd zijn van het besef dat onze krant een journalistiek instituut is en wil blijven’. Kom nou, meen je dat nu werkelijk?

Van Derk Sauer, zelf ooit journalist en krantenmaker, kan ik me zoiets nog wel voorstellen. Maar Peter Visser, de grootaaandeelhouder, ‘de man van 190 miljoen’? Hij is toch de man die in 2013 opnieuw tientallen NRC-redacteuren wil ontslaan, de man die voorstelde om de meeste correspondentschappen maar op te heffen, de man de economie-redactie grotendeels wilde laten vervangen door een abonnement op de Financial Times? En dat niet om in andere sectoren van de krant verbeteringen door te voeren, maar enkel om zijn winstaandeel nog met een paar miljoen op te kunnen krikken.

Ik zwijg dan nog maar over zijn graai in de kas van de krant, waarbij in deze zware tijden nog eens acht miljoen extra dividend aan NRC Handelsblad wordt onttrokken. Alleen, Peter, hoe kon ook jij daar ooit je handtekening onder zetten? Je had daar als hoofdredacteur toch dwars voor moeten gaan liggen? Je had toch pal moeten staan voor de krant en de redacteuren? Ik snap er niets van.
Ik snap dat je in een uiterst lastige positie verkeert en ik weet zeker dat je knokt voor de belangen van de redactie. Waarom maak je niet gewoon openbaar dat er onder Egeria niet kan worden geïnvesteerd in versterking van de journalistieke kwaliteit van NRC en dat de aandeelhouders vooral uit zijn op het verder opdrijven van de winst, om NRC straks weer zo duur mogelijk te kunnen verkopen? Waarom ga je de confrontatie niet openlijk aan?

Die spiraal, van commercialisering en financieel stunten met het journalistieke instituut NRC Handelsblad, moet doorbroken worden, en wel snel. Anders is het te laat.

Ik kom graag eens langs. Er valt veel te bespreken.
Met een hartelijke groet,

Geert Mak


Lees hier het artikel ‘Haalt NRC Handelsblad 2014?’ van Geert Mak

Lees hier de open brief die Peter Vandermeersch aan Geert Mak schreef