Geert Wilders – wordt vervolgd

In 2010 was Geert Wilders zo angstig voor een veroordeling dat hij er een paar keer van moest overgeven. Had hij met zijn uitspraken en zijn film Fitna aangezet ‘tot haat en discriminatie van moslims en hun geloof’? was de vraag in de rechtbank. Zijn vrees bleek ongegrond: vrijspraak werd verwacht en volgde ook. Ik behoorde toen tot het kamp van de tegenstanders van het proces.

Medium commentaar 42 2014 wordt vervolgd

Laat het aan de politiek en het publiek over om Wilders op de vingers te tikken voor zijn doorgeschoten ‘islamkritiek’. In een _Groene-_commentaar van destijds klonk een ander geluid. Daarin werd toch vooral het nut van een proces onderstreept omdat een ‘juridische toetsing (…) binnen alle emotionele deining in een nuchtere analyse [toont] waar de grenzen van het vrije woord liggen’.

Het punt van een juridische toetsing hadden we volgens mij nog niet bereikt. Ik zag nog ruimte in het publieke debat. En het proces aangrijpen om de grenzen van het vrije woord te bepalen leek mij vooral een onderschatting van de weerbaarheid van moslims. Ook ergerlijk in dat proces waren de zelfbenoemde moslimwoordvoerders die een rechtsgang forceerden terwijl van mijlenver zichtbaar was dat Wilders vrijuit zou gaan. Waartoe, waarvoor, behalve dan het voeden van het eigen en Wilders’ slachtofferschap?

De samenleving kan er alleen maar wel bij varen als verkapte dreigementen tot deportatie afgestraft worden

Nu Wilders opnieuw wordt vervolgd, ditmaal voor zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak, zijn er weer mensen die stellen dat de PVV-leider in het publieke domein van repliek gediend moet worden, niet in de rechtszaal. Een redelijk standpunt, zeker, maar nu is er iets anders aan de hand. In 2010 begaf Wilders zich volgens de rechter op ‘de grens van het toelaatbare’. Die grens lijkt hij nu ruimschoots voorbij. De belofte ‘minder Marokkanen’ te ‘regelen’ is op de schaal van haatzaaierij en opruiing van een andere orde dan zijn troebele ‘islamkritiek’.

Ook moet vastgesteld worden dat het publieke debat weinig heeft uitgehaald. Verbaal gif is Wilders’ politieke instrument. Hij zet het in ten koste van bevolkingsgroepen en ten gunste van electoraal gewin. Aan redelijk weerwoord heeft hij geen boodschap. Politiek noch publiek heeft hem tot matiging kunnen verleiden.

Juridische correctie – volgens experts onvermijdelijk – is daarom nu meer dan ooit nodig. In de eerste plaats om genoegdoening te bieden aan een bevolkingsgroep die hij dreigt te ‘verminderen’. Ook al is het meer retoriek dan een daadwerkelijk plan – laat hem in ieder geval de consequenties dragen van het psychologische effect van zijn woorden. Wat een eventuele strafbaarstelling ook kan herstellen is Wilders’ waanbeeld dat voor hem geen enkele ondergrens geldt. Strafwetten zijn ook voor hem geen dode letter, hoe gretig hij zich ook op zijn martelaarschap beroept. Een veroordeling zou ook een boodschap zijn aan ieder ander die gelooft dat het vrij schieten is op Marokkanen. We hebben nu al te veel PvdA-politici en journalisten die zich iets te achteloos bedienen van het woord ‘kut-Marokkaan’.

Wilders zal bij een proces alleen maar garen spinnen, is de vrees. O ja? Voor zijn zelfpromotie heeft hij echt niet de rechtbank als podium nodig. Zie de laatste peilingen: de PVV is al weer de tweede grootste partij van Nederland. De vrees dat het debat over de multiculturele samenleving door dit proces averij oploopt is ook ongegrond. Als er een saboteur is van het publieke debat, dan is het wel Wilders die met zijn hetzerige taal elke zinnige vooruitgang belemmert. Daarom: laat aan de rechter de juridische toetsing van Wilders’ uitlatingen over. Het debat, de samenleving in haar geheel, kan er alleen maar wel bij varen als verkapte dreigementen tot deportatie afgestraft worden.