Film

Geesten op het gazon

In Waco, Texas, waar cineast Terrence Malick misschien wel, maar misschien ook niet opgroeide, zijn de gazons keurig gemaaid en dragen de mannen poloshirts, beige chino’s met bruine riemen en bijpassende schoenen en is hun haar tot in de puntjes verzorgd, kort geknipt en plat gekamd.

Medium horsesranchexc 2458610k

De vrouwen zijn moeders die verse broodjes bakken en die serveren met gebraden gehakt en doperwtjes en aardappelpuree. Als ze jonger zijn, zijn ze blond en hebben ze grote, stralende ogen en kuiltjes in hun wangen en zeggen ze y’all. Al deze dingen heb ik jaren geleden precies zo meegemaakt toen ik in dat stadje aan de Baptisten Universiteit studeerde. Deze setting komt onveranderd voor in tenminste één scène in Malicks nieuwe film To the Wonder die zich afspeelt in Oklahoma, waar de regisseur eveneens misschien wel en misschien niet is opgegroeid. Bij het zien van de film is de herkenning schokkend, te meer doordat deze op het oog vlakke figuren diepgang en complexiteit krijgen terwijl het onvergeeflijke landschap van fabrieken, prefab housing voor de armen, kerken en eengezinswoningen doordrenkt is met stilte en spiritualiteit, maar meer nog met twijfel en chaos.

Malick zelf is een mysterie, een kunstenaar die zijn achtergrond en privé-leven op pyncho­niaanse wijze geheim houdt. Dat ontwijkende kenmerkt zijn werk. Het heeft geen zin To the Wonder proberen te ‘verklaren’. Het is een film die simpelweg bestaat, die je het best kunt ervaren als een trip of een hypnotiserende droom. Er is nauwelijks een verhaal. De personages fluisteren karige teksten, misschien in een moment van reflectie of gebed of wanneer ze uit wanhoop houvast zoeken in woorden. Het zijn zinnen die buiten de context van het werk raar klinken, maar die in werkelijkheid vol ernst en melancholie zijn.

To the Wonder is Malicks meest serieuze film, zijn meest pessimistische. Waar de personages in The Tree of Life (2011) uitzicht hebben op hoop en verlossing, zijn de op drift geraakte figuren nu uitgeleverd aan hun eigen onvermogen om antwoorden te vinden in de tastbare wereld. Op pijnlijke wijze hunkeren ze naar het verhevene of het symbolische. Naar een wonderwerk dat de chaos van het bestaan dragelijk zal maken.

In de tuinen bij het kathedraal op de top van de Mont Saint-Michel raken de Amerikaan Neil (Ben Affleck) en de Française Marina (Olga Kurylenko) elkaar aan. Ze kussen hartstochtelijk, ze drentelen hier en daar, schijnbaar zonder reden. Terug in Amerika bestaat alleen nog maar het rationele. Neil is een wetenschapper die speurt naar de oorzaken van verontreinigde grond in het voorstadje waar ze wonen. Marina is verloren in de lege kamers van hun nieuwbouwhuis, zoekend naar iets. Ze wil met hem trouwen, hij wil niet. Als zij terugkeert naar Europa ontmoet Neil een oude vriendin, Jane (Rachel McAdams). Ze woont op een boerderij. Ze is blond, heeft een open gezicht. Blauwe ogen. Kuiltjes. Ze raakt verliefd op Neil. Dan keert Marina terug vanuit Parijs.

Tegenover het harde cement van de gefabriceerde wereld van Waco, Texas, of ergens in Oklahoma, in ieder geval daar waar de wortels van Malicks unieke wereldbeeld liggen, staat de natuur, vergiftigd. Net als de mens.

Het verhevene is óns wel beschoren, kijkers naar To the Wonder, het werk waarin Malick schoonheid in banaliteit vindt, juist daar waar geen liefde mogelijk is, opwindend en vernieuwend gefotografeerd, met een beeldkader dat de intensiteit van landschap én mens vangt; een montage die je verleidt met ritme, een lichtval waarin je de weg kwijtraakt. Net als de personages die maar leven en leven, van cook-out naar kerk, geesten rondwarend op de vlakke gazons en in de holle huizen, constant op zoek.


Nu te zien