Geestig

De krijtcirkel op de vloer van Ian Wilson heeft een vrolijke en bespottelijke ernst. En is nog te koop ook.

Om een voorstelling van Jan Steen heb ik nooit moeten lachen, maar wel, bijvoorbeeld, om het schetsje dat Sol Lewitt soms op een ansichtkaart maakte en, met de groeten, aan zijn kennissen stuurde. Dat ging zo: een vierkant was met twee kruisende lijnen in vier kleinere vierkanten verdeeld – ongeveer, want alles ging uit de losse hand en op het oog. Vervolgens werden die vierkanten vol gezet met vier soorten arcering: horizontaal, verticaal en twee keer diagonaal (naar links en naar rechts). Greetings, Sol stond er dan onder. Er is ook een tekening met twee naakt poserende mannen, herinner ik me nu, die Rafaël omstreeks 1515 uit zijn atelier in Rome aan Albrecht Dürer in Neurenberg heeft gestuurd. Dat was, heeft Dürer erop geschreven, om hem zijn hand te laten zien. Op de tekening staan de twee mannen naar iets te kijken. Ze hebben een verstandhouding die hun fysieke houdingen richting geeft. Rafaël was alom beroemd om de souplesse van de figuren in zijn composities – en precies daarvan stuurde hij zijn collega een treffend voorbeeld. De figuur van vierkanten en arceringen, van Sol Lewitt, is net zo’n voorbeeld van de karakteristieke manier waarop hij helder abstracte vormen arrangeert. De droge formulering ervan is zo laconiek als slapstick en daarom buitengewoon geestig. Het gewicht van kunst, waarover vaak zo dodelijk serieus wordt gedaan, werd door zo’n snelle tekening ineens, met een glimlach, wat lichter gemaakt.

Waar ook om te lachen valt, maar dan om de vrolijke en bespottelijke ernst en het onwaarschijnlijke van het ding, is de Circle on the Floor van Ian Wilson, gemaakt van krijt. Net als de laconieke figuur van Lewitt (die ook iets heeft van een manifest) is de cirkel een werk dat de kunst demonstratief probeert terug te brengen naar een essentiële vorm. Met dat soort dingen waren toen, rond 1968, meer kunstenaars bezig. Minimal art was aan het overlappen met conceptuele kunst. Uit die intense kruisbestuiving zijn de wonderlijkste dingen ontstaan die de kunst veel nieuwe vrijheden bracht.

Behalve die cirkel op de vloer, van krijt, heeft Ian Wilson in 1968 met potlood nog een cirkel op de muur gemaakt. Voor dat soort operaties was er een precieze instructie. Het idee was namelijk ook dat de tovenaarshand van de kunstenaar uit de kunst verwijderd moest worden (de hand dus van Rafaël) en dat iedereen zelf die cirkel kon uitvoeren – hoewel niet op de bonnefooi. Je moet, zegt de instructie, een dun stuk touw nemen, drie voet lang, en aan het eind daarvan een staaf wit krijt bevestigen en daarbij uiteraard rekening houden met de dikte van het krijt van ongeveer twee centimeter. Vervolgens sla je een spijker in de vloer om daar het andere uiteinde van het touw aan te bevestigen. Dan ga je met het krijt rond waarbij het touw steeds strak gespannen moet blijven. Je gaat net zo lang rond tot op de vloer een dikke krijt­cirkel van een goede centimeter ontstaat, een halve inch. De doorsnee is zes voet, dat is bijna twee meter. Die maat is willekeurig. Maar ik denk eraan dat Ian Wilson een lange bonestaak is. De cirkel krijg je om en nabij als zo’n gestalte met gestrekte arm en wijsvinger schuin voor zich naar de grond wijst en dan op zijn hielen ronddraait.

Natuurlijk is deze slanke sculptuur erg kwetsbaar. Het is evenwel het wezen van het ding dat het summier en ook bijna onzichtbaar is. Precies dat is het visuele karakter van de cirkel; dat zou je verstoren door er een hek omheen te plaatsen. Maar bezoekers van een kunstzaal zijn vooral gewend te kijken naar wat er aan de muur hangt, zodat ze dus gemakkelijk over de krijtcirkel heen lopen. Die voetstappen maken de cirkel smoezelig. Daarom zegt de instructie ook dat precies dezelfde methode, met het strakke touw en de spijker, gebruikt moet worden om de krijtlijn zo nodig te repareren – keeping the circle as clean and well defined as possible. Het werk is in het bewustzijn van de kunstenaar dus wel zo verfijnd als een kunstwerk. Het is ook een normaal kunstwerk. Het heeft een precies bepaalde vorm die in tastbaar materiaal wordt uitgevoerd. Anderzijds heeft Wilson bepaald dat de twee cirkels, op de vloer en op de muur, niet uniek mogen zijn als een toverachtig, handgemaakt schilderij. Ze bestaan in een onbeperkte oplage. Ze zijn te koop tegen een bepaalde prijs. Dan koop je een exemplaar van de handleiding (zonder datum of signatuur) waarna je je cirkel zelf kunt maken.

Dit zijn van Ian Wilson de laatste materiële kunstwerken, maar ze kunnen tot in eeuwigheid worden uitgevoerd. Vanaf mei 1968 is zijn kunst gaan bestaan uit alleen mondelinge discussies waarvan geen transcripties gemaakt mogen worden. De eerste ooit was met Lawrence Weiner. Toen die daar jaren later over werd bevraagd, zei hij: ‘The discussion was what there was.’ En zo was het ook, weet ik uit eigen ervaring, maar daarover de volgende keer.

PS De krijtcirkel op de vloer zit in de collectie van het Van Abbemuseum, en is daar af en toe te zien. Zie ook het meesterlijke boek Ian Wilson: The Discussions, een uitgave uit 2008 van het Van Abbemuseum (en partners)