Geestig meubilair

Een verhaal bestaat, dan wel ontstaat pas echt in de handen van een lezer. Wie nog twijfelt aan dat idee moet onmiddellijk Het huis van Marie van Clara Linders en Geerten ten Bosch leren kennen. Het boek presenteert zich als een prentenboek. Op de voorkant staat een braaf huis met was aan de lijn, een rookpluim uit de schoorsteen en de voordeur wijd open. De lezer is welkom. De precieze kijker ziet wel iets ongewoons. Het huis heeft tussen deur en daklijst een gezichtje en de prent is omlijst door rood pluchen schouwburggordijnen. Wordt dit theater?

Dat wordt het en je zou het zelfs als avantgardistisch kunnen bestempelen. Alle rollen in het toneelhuisje worden gespeeld door het meubilair, terwijl Marie zelf nergens te bekennen is. De glansrol is voor het hertengewei en de fraaiste teksten zijn voor de spiegel en de klok - ‘als ik niet tik, wordt het niet later’ - hoewel de inbreng van de deur ook niet mis is. Met zijn tienen vertellen ze het verhaal over een dwars, ondernemend kind, dat weigert haar huis te verlaten. Marie houdt van oud, van bewaren en van alles zoals het altijd was. Marie kan geen afscheid nemen. Haar ouders zijn vooruit gegaan en in afwachting van de verhuizers sjouwt de dochter alle meubels naar de tuin, waar ze er aanzienlijk vrolijker bij staan. In de krakkemikkige leunstoel schrijft ze tot slot een briefje aan papa en mama over haar particuliere verhuisactie. Het heeft een geruststellend PS: 'Als het niet leuk is in het nieuwe huis, kunnen jullie hier weer komen wonen.’
Eigenlijk had de piepkleine geschiedenis hier helemaal niet verklapt mogen worden, want het kost heel wat geduld en wakker denkwerk om de sleutel tot dit raadselachtige boek te vinden. En daar draait het allemaal om.
De lezer heeft de echte hoofdrol en is als Max de Speurneus in de weer om met halve gebeurtenissen, hints en brokjes informatie het beeld van Marie scherp te krijgen en de verhaalpuzzel passend. En zoals het hoofd puzzelt met verhaalstukjes, moeten de handen de uit tien stukken bestaande plaat leggen. Elk meubel heeft een eigen miniboekje, met een verschillende voor- en achterkant. Leg je de voorkanten aan elkaar, dan heb je de huiskamer. Schuif je met de achterkanten, dan vormt zich de feestelijke 'tuinkamer’. De uitsparing waar het tiental inpast, toont het lege vertrek: alle spelers zijn van het toneel verdwenen.
Het huis van Marie verscheen in 1995 bij Philip Elchers in een oplage van tweehonderd exemplaren. Het is mooi dat een reguliere uitgeverij dit unieke project onder haar vleugels heeft genomen. Uiterlijk zijn er aanzienlijke verschillen, waarschijnlijk veroorzaakt door de factor prijs c.q. verkoopbaarheid. De illustraties zijn minder grillig en voorzichtiger van kleur. Het verhaal echter heeft wezenlijk gewonnen aan innerlijke logica en helderheid. Wat onaangetast bleef, is de geest van eigenzinnigheid en creativiteit die door het boek waart. Meubilair dat zulke wijze en geestige observaties over het leven van hun bezitters en gebruikers te bieden heeft, daar moet je zuinig op zijn. Dat heeft Marie goed begrepen.