Gefeliciteerd!

De Zuid-Koreaanse Vinnie Ko kwam in 2009 naar Groningen voor zijn studie wiskunde. Hij hapt haring, leest Jip en Janneke, staat voor een brugklas in Emmen en wint een schrijfwedstrijd. Driewekelijks schrijft Vinnie over de successen en hindernissen van zijn integratie.

Klaas, mijn huisgenoot, is jarig. Zijn ouders en zusje uit Heeg komen langs met een zelfgemaakte appel-kaneeltaart. We zitten in een kring gezellig te kletsen. Dan komt mijn andere huisgenoot, Marc binnen.

‘Gefeliciteerd, Klaas!’

Ze schudden elkaar de hand.

Vervolgens loopt Marc naar de moeder van Klaas. Geeft haar een hand en zegt: ‘Gefeliciteerd.’

Wat toevallig. Moeder en zoon die dezelfde geboortedatum delen. Marc loopt nu naar de vader. Geeft een hand en zegt weer ‘Gefeliciteerd.’ Drie familieleden met één geboortedatum. Ik, als wiskundestudent, ben sprakeloos. Terwijl Marc naar het zusje van Klaas loopt en ook haar feliciteert, bereken ik de kans van dit bijzondere verschijnsel. Hoe groot is de kans dat alle vier de leden van deze familie dezelfde verjaardag delen? (1/365)3 = 1/48627125 ≈ 0,00000002056 = 0,000002056% In normale mensentaal: Als je 48.627.125 families van vier tegenkomt, dan tref je één familie waarvan alle vier de leden dezelfde verjaardag hebben. Ik kijk rond. Iedereen zit te ouwehoeren. Niemand zegt er iets over en ik voel dat ik iets niet goed begrijp. Mijn oplossing: gewoon vriendelijk glimlachen en de anderen nadoen.

Volgende ochtend vraag ik aan Marc: ‘Was iedereen van Klaas’ familie gisteren jarig?’

‘Nee. Hoezo?’

‘Je feliciteerde iedereen.’

‘Haha, nee. Dat doen we gewoon. Je feliciteert iedereen die aanwezig is op een verjaardagsfeestje.’

De logica achter deze manier van feliciteren kon ik niet volgen, het zou wel weer zoiets typisch Nederlands zijn.

Een paar weken later loop ik met Erwin naar een collegezaal. Onderweg komen we ouderejaarsstudent Susan en haar man tegen.

‘Ha Vinnie, hoe is het met jou? … We zijn zwanger!’ kondigt ze vrolijk aan.

Ik kijk naar de buik van Susan. Ja, die zou wel zwanger kunnen zijn. Ik kijk naar de buik ernaast. De buik van haar man is net zo dik, maar daar zitten biertjes in. Eenmaal in de collegezaal aangekomen, vraag ik: ‘Waarom zeiden ze: “We zijn zwanger”?’ Erwin denkt even na. Na een ogenblik snapt hij wat ik bedoel met deze vraag.

‘Met we bedoelen ze dat ze als een stel zwanger zijn, maar haar man is natuurlijk niet zwanger. Het klinkt inderdaad raar als je er goed over nadenkt, maar dat wordt wel vaker zo gezegd in Nederland.’

Wees dus gewaarschuwd, medebuitenlanders! Jarig zijn en zwanger zijn. Dat zijn besmettelijke verschijnselen in dit kikkerlandje.