Gegijzeld

Afgelopen zaterdag debatteerde de PvdA over haar integratienota. De vermeende terreurdreiging in Amsterdam en een slim gehoofddoekt meisje waren onderwerp van gesprek. Was dat om Wilders?

DAT EEN NOTA geen einde maakt aan de worsteling met het integratievraagstuk, bewijzen een paar korte discussies op het PVDA-partijcongres, afgelopen zaterdag in Utrecht. Discussies over de valse melding van een terreurdreiging in Amsterdam en over een twaalfjarig meisje met een hoofddoekje.
Terwijl in de zaal de ene na de andere spreker kort zijn zegje mag doen over de integratienota, vertelt een viertal congresgangers zich kwaad te hebben gemaakt over de gang van zaken rondom het anonieme telefoontje uit Brussel dat leidde tot het ontruimen van een winkelcentrum en arrestaties. De kritiek richt zich op de media én op PVDA-burgemeester Job Cohen. Waarom heeft die laatste gemeld dat de zeven aangehouden personen Marokkaanse Nederlanders waren? Van de media krijgt met name de Volkskrant de volle laag. De openingskop ‘Amsterdam ontsnapt aan aanslag’ was in de ogen van het viertal pertinent onjuist en zette in combinatie met het vermelden van de aanhouding van de Marokkaanse Nederlanders een kwalijk beeld neer.
In de zaal zal Cohen even later zeggen dat hij tijdens de persconferentie over de aanhoudingen voor een dilemma stond. De achtergrond van de gearresteerden niet noemen zou hem weer het verwijt hebben opgeleverd een softie te zijn. Door wel te zeggen dat het om Marokkaanse Nederlanders ging, liep hij de kans het verwijt naar zijn hoofd te krijgen dat hem kort daarvoor in de wandelgang inderdaad was gemaakt: dat hij een hele bevolkingsgroep stigmatiseert. Ook Cohen verwijst naar de media. Die hebben bij zijn afweging een rol gespeeld.
Hebben de media het gedaan? Dat Amsterdam ontsnapt is aan een aanslag, klopt niet met de werkelijkheid – waar was de bom die op het laatste nippertje onschadelijk zou zijn gemaakt? Dat bewijst hoe zorgvuldig de media moeten zijn met de woordkeuze. Maar Cohen ziet het goed dat hoe dan ook boven water was gekomen dat het Marokkaanse Nederlanders waren die afgelopen donderdag zijn gearresteerd: een sms’je van een buur of een toevallige passant naar een krant of tv-zender als de arrestatie in volle gang is, volstaat om de informatiestroom op gang te brengen.
De media, en Cohen, hadden er volgens het viertal op het partijcongres dan nog altijd voor kunnen kiezen om de achtergrond van de gearresteerden niet te melden. Is dat zo? Als twee maffiafamilies elkaar bestrijden, dan melden media en politie dat de man die in Diemen is gearresteerd in verband met deze vete een Italiaan is. Als meisjes uit Nigeria slachtoffer worden van vrouwenhandel, dan is het relevant dat de handelaren ook Nigerianen blijken te zijn. Als er sprake is van een terreurdreiging, hoe fake die achteraf ook blijkt te zijn, dan doet het ertoe wat de achtergrond is, en daarmee de mogelijke beweegreden, van degenen die daarvan worden verdacht.
Bij de eerste twee zaken valt het niet op dat het land van herkomst wordt gemeld, bij de laatste ligt het door tal van oorzaken gevoelig. Wij zijn daarin vast komen te zitten, tot het terechte ongenoegen van degenen met Marokkaanse wortels die hier gewoon een beetje gelukkig willen zijn. De media hebben het in dit geval echter niet gedaan, die volgen een werkelijkheid waarin sprake is van aanslagen en terreurdreigingen en waarbij het ertoe doet wie daar achter zitten: dierenactivisten, neofascisten, fundamentalistische moslims, de ETA, een afsplitsing van de IRA. Dat de melding van de achtergrond vervolgens koren op de molen kan zijn van de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders mag geen reden zijn dit achterwege te laten, dan zouden de media zich door hem laten gijzelen. Het is wel een reden om des te zorgvuldiger elke keer weer de afweging te maken: melden of niet.
Dan die andere discussie, over het meisje met het hoofddoekje. Dat meisje haalde onlangs de hoogste Citoscore. PVDA-partijvoorzitter Liliane Ploumen leest over haar in de krant, haalt haar naar het partijcongres, zet haar vooraan naast partijleider Wouter Bos, noemt haar uit en te na in haar speech en nodigt haar vervolgens uit op het podium bij het applaus. Ploumen ziet het meisje, dat later tandarts wil worden en niet thuis wil blijven om voor het gezin pannenkoeken te bakken, als een voorbeeld van geslaagde integratie. Maar binnen de partij vindt de een het gedoe met dit meisje te klef en te Amerikaans, een ander roept dat in de Hindoestaanse gemeenschap ook dit soort scores wordt gehaald en een derde zegt dat zolang het als bijzonder wordt gezien dat een meisje met een hoofddoekje wil gaan studeren, de integratie niet is geslaagd.
Waarom schreef een krant over dit meisje? Waarom haalde Ploumen haar op het podium? Om aan Wilders en zijn achterban te laten zien hoe het in Nederland ook kan? Ook dat zou je een vorm van gijzelen kunnen noemen, het positieve extra belichten is immers het spiegelbeeld van het negatieve benoemen, en dat laatste verwijt krijgt de PVDA ook tijdens het congres nog uit de eigen achterban.
Maar de scène met het meisje kun je ook positiever zien. Als een antwoord op een werkelijkheid waarvan Wilders zowel de vertolker als de generator is: een dreigende tweedeling. Wel was dat antwoord sterker geweest als op het congres ook andere kinderen met die hoge score van 550 punten op het podium hadden mogen gloriëren: jongen of meisje, met of zonder hoofddoek, met wortels in Limburg of in Marokko, of in allebei.