Rupert Thompson

Gegijzeld door de graal

Rupert Thompson, De ontlading

Vertaald door Rien Verhoef

Uitg. De Bezige Bij, 255 blz., ƒ39,90

Richard Powers, Plowing the Dark

Uitg. Farrar, Strauss & Giroux, 415 blz., ƒ76,25

Als hij een pakje sigaretten wil kopen voor zijn vriendin wordt een balletdanser gegijzeld door drie vrouwen en achttien dagen in een witte kamer opgesloten. Ze behandelen hem als hun eigendom, exploiteren zijn mooie danslijf en verminken hem. Daarna mag hij terug de wereld van Amsterdam in. Het gedeelte van Rupert Thomsons roman De ontlading dat gaat over de gijzelingsdagen is niet ten onrechte in de hij-vorm geschreven. De «ik» die daarna probeert met zijn ontvoering in het reine te komen, kijkt terug op zijn onvrijwillige verdwijning als was die periode een «duistere vorm van ontrouw» — zijn lichaam reageert «zijns ondanks» seksueel op de uitdagende drie vrouwen. De danser, die van de «uitstalling van zijn lichaam» zijn beroep heeft gemaakt, lijkt een vreemde voor zichzelf geworden, een lege huls, een lethargisch niemand.

So far, so good. Maar de roman stort in, dat wil zeggen de opgebouwde spanning wordt niet ingelost, als de man op 4 mei weer terugkomt bij zijn vriendin, met pakje sigaretten, en zij níets vraagt maar meteen oordeelt: je hebt me in de steek gelaten. Hij weet niets beters te doen dan te zwijgen. De politie blijft buiten beeld, het balletgezelschap toont geen belangstelling. De roman komt in een vacuüm terecht, alles staat op gespannen voet met de innerlijke logica van het verhaal. Wat een geslaagde novelle had kunnen zijn over een ontvoering met verminkende psychologische gevolgen wordt nu door Thomson uitgemolken tot een langdradige roman met weinig effectieve omtrekkende bewegingen. Dieptepunt is de driejarige wereldreis die de balletdanser onderneemt en waarin vage echo’s van zijn ontvoering halfslachtig doorklinken. De lezer moet het doen met pseudo-diepzinnigheden als: «Ik was zo totaal aanwezig dat ik totaal afwezig was», en: «Wat voor zin had reizen (…) als de ervaring niet over te brengen was?»

De ontlading gaat daar natuurlijk over: de onmacht om cruciale belevenissen aan je dierbaren over te brengen. Je laat je buitenkant zien en de binnenkant blijft duister voor de ander. In eerdere romans van Rupert Thomson ontpopten zijn creaties zich als ontsnappingskunstenaars die aan de kooi van het huwelijk (Lucht en vuur, 1993), dorp (Dreams of Leaving, 1987) of misdaadsyndicaat ontkomen maar blijven schipperen tussen orde en anarchie. In De ontlading blijkt de zoektocht van de ontsnappingskunstenaar naar de drie vrouwen die hem gijzelden een halfslachtige queeste. Het hopeloze opgesloten-zijn in zichzelf wordt maar geen drama in De ontlading.

Het is meer gedaan, een gijzeling tot kern van een roman maken. In MAO II (1992) laat Don DeLillo de kluizenaar/schrijver Bill Gray ergens in het turbulente Midden-Oosten gijzelen. In Richard Powers’ roman Plowing the Dark (2000), spelend in de jaren 1986-1991, ontvoert de Hezbollah in Beiroet de docent Engels Taimur Martin, half Amerikaan, half Iraniër. In schitterende fragmenten laat Powers zien hoe een gegijzelde onthecht raakt van tijd en ruimte, hoe hij de verveling bestrijdt, hongert naar kranten en boeken en desperaat zijn geest herinneringen laat ophalen aan het leven dat hij achterliet. Zo blijft hij nog een beetje heel. «De geest is de eerste virtuele werkelijkheid.»

In gedachten kun je werelden tevoorschijn toveren die er niet op tastbare wijze zijn maar wel bestaan. Noem het spookverschijningen. Het knappe van Powers’ roman is dat hij het verhaal van de langdurige gijzeling afwisselt met het relaas van een gedesillusioneerde kunstenares, Adie Klarpol, die zich laat verleiden van New York naar Seattle te verhuizen. In een tijd waarin de kunst door de markt wordt opgeslokt, wacht haar een baan als artistiek talent dat de cyber realiteit van de nieuwe computertechnologie mag uitwerken in de Cavern, een kale witte kamer die kan uitgroeien tot een jungle, een schilderij of een Byzantijnse kathedraal. Ze raakt in de ban van de maakbare virtuele wer kelijkheid. Is dit de nieuwe kunst die de eindoverwinning van de verbeelding dichterbij brengt? Is de computer de nieuwe graal?

Het knappe en verontrustende van Plowing the Dark is dat Richard Powers beide verhaallijnen subtiel met elkaar weet te verweven. De computerfreaks in Seattle en de eenzame gegijzelde ergens bij Beiroet komen in eenzelfde trance terecht. Ze raken opgesloten, worden meegezogen door de door henzelf geschapen virtuele werkelijkheid en weten niet dat ze misbruikt worden. Yeats’ Byzantium, de heilige graal, het paradijs? De oude Perzen wisten het al, die noemden hun muren daeza en alles wat omhult pairi: pairidaesa als gesloten kamer.

En als tijdens de Golfoorlog de Scuds en Patriots rondvliegen, blijkt waarom Powers Seattle heeft gekozen als proeftuin voor cyberspace-technologie. In deze stad van Boeiing zetelt het militair-industrieel complex. «The military? The Air Force invented virtual reality half a century ago.»

Richard Powers’ Plowing the Dark haalt via een gijzeling de hele wereld overhoop; Rupert Thomson blijft in De ontlading steken in een onthechting die alle confrontatie met «de wereld» uit de weg gaat.