Economie

Gegijzelde toezichthouders

Reikhalzend is uitgekeken naar de nieuwe blauwdrukken voor de financiële markten die de Europese Commissie en het Amerikaanse ministerie van Financiën deze maand hebben gepresenteerd. In respons op de ergste financiële crisis sinds 1929 zou alles anders worden. De financiële markten zouden veilig worden gemaakt voor de gewone man en het MKB. Ouderwets links hoopte zelfs op het einde van het financiële kapitalisme. Nu de voornaamste blauwdrukken er liggen is het tijd voor een bestandsopname.
Eerst het Amerikaanse plan. Grof gezegd bestaat het uit vier delen: scherpere eisen aan grote banken, meer standaardisatie in de onderhandse derivatenmarkt, hervorming van het toezichthoudende stelsel en wat klein grut, zoals registratie-eisen voor hedgefondsen en beperkingen op bonussen. Timothy Geithner en de zijnen geven met het plan aan dat ze snappen waar de crisis is begonnen, namelijk bij de banken en niet bij de fondsen, de markten of de producten. Het probleem is alleen dat veel onuitgewerkt is. Wat zijn grote banken? Wat zijn de kapitaaleisen waaraan zij moeten voldoen? Het plan rept van commissies en rapporten, maar geeft geen antwoorden. Dat betekent eindeloze onderhandelingen, veel ruimte voor banken om de plannen naar hun hand te zetten en uiteindelijk een financiële werkelijkheid die niet veel verschilt van die van gisteren.
Ook de voorstellen voor onderhandse derivaten lijden aan dit euvel. Alles wat kan worden gestandaardiseerd, moet in de toekomst op formele derivatenmarkten worden verhandeld in plaats van onderhands. Bovendien moeten de schrijvers van derivatencontracten een deel van de risico’s in de eigen boeken houden. Onduidelijk is waar de grens moet liggen. Wat is standaardiseerbaar en wat niet? Wie bepaalt dat? En het idee om schrijvers van derivatencontracten risico te laten houden om hen een prikkel te geven om de kwaliteit van onderliggende leningen, zoals hypotheken, te controleren is eerder dom dan verstandig. Raakten banken niet juist in zulke grote problemen toen de huizenmarkten inzakten doordat zij de meest risicovolle leningen NIET hadden doorverkocht? Waarom dat nu ineens crises zou voorkomen in plaats van veroorzaken is onduidelijk.
Onthutsend is ten slotte wat het plan voorheeft met het financiële toezicht in de VS. Banken hebben in de VS te maken met maar liefst negen nationale en 104 lokale toezichthouders. Het hoeft geen betoog dat dit sterk heeft bijgedragen aan de ondoorzichtigheid van de financiële productieketens; de kop wist simpelweg niet wat de staart deed. Daarnaast zorgde dit voor ampele mogelijkheden voor financiële instellingen om toezichthouders tegen elkaar uit te spelen. En wat doen Geithner en de zijnen? In plaats van het financiële toezicht bij één toezichthouder onder te brengen stellen zij maar liefst twee nieuwe toezichthouders voor!
Droeviger is het gesteld met de kwaliteit van de Europese plannen. Ondanks fraaie woorden over ‘mijlpalen’ en ‘een nieuwe architectuur’ bestaan ze uit tandeloze voorstellen en irrelevante maatregelen. Enerzijds tuigt de EU een nieuwe Europese toezichthouder op die zo niet mag heten, anderzijds staart ze zich blind op hogere toetredingsdrempels voor hedgefondsen en andere private beleggingsinstellingen, die de crisis noch hebben veroorzaakt noch hebben verergerd noch hebben gecontinueerd. Irreële verwachtingen heeft de Unie over de mogelijkheid om via meer informatie zogenoemde ‘systemische risico’s’ vroegtijdig te identificeren en te elimineren. Hierin klinkt het Franse rationalisme van De Larosière door, de voorzitter van de commissie die aan de wieg stond van de Europese plannen en die de crisis wijt aan kennisgebrek en de oplossing dus zoekt in betere data-uitwisseling. Klinkt leuk, maar de vraag hoe je daarmee echte waardestijgingen van speculatieve bubbels kunt onderscheiden, is onbeantwoord. Evenmin biedt het een oplossing voor het financiële nationalisme dat in respons op zinkende banken de kop opstak.
Vaag, ontoereikend en irrelevant zijn de plannen aan beide kanten van de oceaan. Hoe komt dat nou? Twee redenen. In de VS zijn banken domweg te groot en te machtig om door de politiek te kunnen worden gekneveld. Vroeger heette het dat wat goed was voor General Motors ook goed was voor de VS. Tegenwoordig geldt dat wat goed is voor Wall Street goed is voor de VS. ‘Gegijzelde regulering’ wordt dat onder academici wel genoemd. In Europa zijn de lidstaten domweg te verdeeld om met een eenstemmige respons te komen. Geen enkele lidstaat wil in een context van populisme en euroscepsis bevoegdheden verliezen aan Europa, terwijl Franse en Duitse politici uit pure armoe hun slecht geïnformeerde electoraat bespelen met opzichtige aanvallen op hedgefondsen, private equity-fondsen en de Londense ‘City’. En zo zaaien politici en bestuurders het zaad van het electorale ongenoegen van morgen.