POPMUZIEK  Sigur Rós

GEGONS IN ONZE OREN

Dat het materiaal op Sigur Rós’ nieuwste album afwijkt van vroeger werk is zichtbaar in de videoclip van de eerste single Gobbledigook. Niet vanwege de licht controversiële keuze om naakte mensen in een bos te laten rondrennen – in het verleden bevatten video’s van het IJslandse gezelschap zoenende jonge voetballertjes en een bende kinderen die uiteindelijk net geen zelfmoord plegen – maar door de snelheid, de gejaagde Blair Witch-achtige montage.
Gobbledigook is dan ook allesbehalve traag. Voor het eerst laat Sigur Rós een opgefokt folky geluid horen met wilde akoestische gitaaraanslagen, trommelgeram en zenuwachtige zangkoortjes. Ook zijn de nummers korter dan voorheen; waar de band vroeger minutenlang, uiterst geduldig, toewerkte naar een climax pieken de nummers nu na enkele minuten. Voor de goede orde: de veranderingen zijn relatief. De minder avontuurlijke luisteraar zal ook het nieuwe album van Sigur Rós onder de categorie ‘vage muziek’ scharen.
Dat is onterecht. Sigur Rós heeft nog nooit zo pakkend geklonken als op Me su í eyrum vi spilum endalaust (vrij vertaald: Met gegons in onze oren spelen we oneindig). De opener Gobbledigook wordt gevolgd door het stuwende Inní mér syngur vitleysingur, dat een euforie laat horen die terugkomt in het relatief korte Vi spilum endalaust. Toch heeft Sigur Rós geen full-length ‘liedjesplaat’ gemaakt. Na de snelle start komen herinneringen aan de dvd Heima bovendrijven. Daarop doen de IJslanders dorpjes in hun thuisland aan. De concertweergave wordt afgewisseld met natuurshots van de omgeving. Bij die sfeer sluit het negen minuten durende Festival goed aan. Net als Ára bátur, dat met zijn koor en 67-koppige strijkers- en blazersorkest zelfs voor Sigur Rós-begrippen in een onwaarschijnlijke climax uitmondt.
De IJslandse taal en de woorden uit het zelfverzonnen Hopelandic sluiten mooi aan bij de muziek. Daarom is het curieus dat aan het eind van het album zanger Jónsi in het Engels begint te zingen, zo langgerekt en hoog dat het bijna onverstaanbaar is. Gelukkig maar. Sigur Rós moet de groei niet zoeken in de teksten, maar in de muziek. Daar slaagt het met Me su í eyrum vi spilum endalaust opnieuw meesterlijk in.

Sigur Rós, Me su í eyrum vi spilum endalaust, EMI