Toneel: Herakles (2)

Gehaat omdat ik besta

Wrede spelletjes van goden met mensen, zoals boosaardige kinderen die vliegjes één voor één hun vleugels en poten uitrukken, daar hou je geen theatervertelling van een kleine negen uur mee overeind.

Er staat in de toneelmarathon ­Herakles door Toneelgroep De Appel dan ook meer op het spel. Het polytheïsme heeft boven het saaie geloof in één god dramaturgisch het grote voordeel dat de goden elkaar onderling ­kunstjes flikken en pootje lichten, tijdens het spel de spelregels veranderen en voor elkaar valkuilen en andere rare verrassingen in petto hebben.

Neem het middendeel, Prometheus. Titelheld Herakles passeert na zijn elfde Grote Werk de Kaukasus en ontmoet daar Prometheus, de Titanenzoon die het vuur aan de mensen schonk en die daarvoor zwaar moet boeten – hoe zwaar, dat ziet u hier.

In dit deel staan twee gestrafte helden tegenover elkaar. Prometheus omarmt zijn lot. Herakles vervloekt het. Prometheus sterft iedere dag een nieuwe dood en leeft dan weer op (dat is zijn straf). Herakles wil alleen nog maar ver weg, dood. Die confrontatie dreigt uit de hand te lopen. Zeus grijpt in. Dat wil zeggen: hij verschijnt in de gedaante van een imposant rund en zet midden in het twistgesprek zijn gehoornde masker af. Dat is een prachtig, theatraal moment, effectief onderlijnd door de muziek van Carl Beukman. We zijn ruim vier uur onderweg. Tijd voor een intensief gesprek tussen vader en zoon. Herakles weet namelijk nog altijd niet dat hij de vrucht is van een strategisch slippertje van Zeus. En dat zijn tragische lot het nominale resultaat is van de permanente oorlog tussen zijn biogoddelijke vader en diens rechtmatige bedgenote, de nogal jaloerse en wraakzuchtige Hera. Opeens realiseert de tegen de klippen op allerlei heldendaden verrichtende halfgod zich dat zijn werken en lijden maar één oorzaak kent: ‘Gehaat omdat ik besta.’

Net als je als toeschouwer denkt dat er hier een aantal puzzelstukjes op hun plek schuiven, lazert tijdens de mooie dialoog tussen Aus Greidanus sr. (Zeus) en Bob Schwarze (Herakles) de hele _jigsaw-_bende weer door elkaar. Zeker is immers dat ook onder goden niets zeker is. Zeus weet wel dát zijn onfortuinlijke zoon uiteindelijk naast hem op de Olympus komt wonen, maar niet precies hóe en wannéér hij daarvoor aan zijn sterfelijke eind zal komen. Want daar hebben ze schikgodinnen voor. En die schikken van alles. Maar achter de rug van Zeus om. Gekmakende godenschemering.

Iemand, ik ben vergeten wie, schreef een tikje geringschattend over de Appel-marathon Herakles dat het fijn is dat je al die mythes weer eens krijgt bijgespijkerd, maar dat er geen dramatische noodzaak aan ten grondslag ligt. Ik ben het daarmee niet eens. Gekende verhalen, zoals dat over Medea en Jason, krijg je hier voorgeschoteld vanuit een gekanteld perspectief, en dat is verrassend, ook door het formidabele spel van Nadia Amin en Iwan Walhain. Dat gaat echter over de kwaliteiten van de afzonderlijke delen. Maar onder de hele reeks ligt de rotsvaste basis van de sterfelijkheid als onafwendbaar lot én het precieze tegendeel van het cadeau waarmee Zeus voortdurend naar zijn zoon loopt te wapperen: onsterfelijkheid. Die opeens (of opnieuw) tot een lot wordt dat je je ergste vijanden niet toewenst. Almaar voortleven, een mens moet er toch niet aan denken! Klinkt curieus, beter formuleren kan ik het niet. Maar dat is wel het zowel diep tragische als vederlichte inzicht waarmee ik deze imposante tour de force achter me liet en met me meeneem.


Herakles, nog te zien in het Appeltheater Scheveningen, zaterdag 20 en 27 en zondag 21 en 28 oktober. En in Carré, 16, 17, 18 november. Aanvang 11.00 uur, einde 22.30 uur

toneel