Geheim

De bedekte naaimachine van Man Ray is er wel, maar tegelijk ook niet. Onder de deken bevindt zich een raadsel. En de kijker wordt om de tuin geleid.

Een opmerkelijk verschil, om te beginnen, tussen het Enigme d’Isidore Ducasse van Man Ray en inpakking (empaquetage) van een fauteuil door Christo is dat het laatste werk, omdat het plastic er zo strak omheen zit, vorm en volume duidelijk vertoont terwijl het Enigme, zoals het woord al zegt, iets verbergt. Natuurlijk is dat een banale en simplistische observatie. Maar als je begint naar iets te kijken, om daarover iets te zeggen, is het raadzaam wat je ziet helder voor ogen te hebben. Schilderijen, vooral moderne, proberen vaak genoeg de toeschouwer om de tuin te leiden.

Inmiddels is algemeen bekend dat het voorwerp dat zo zorgvuldig door de paardendeken wordt bedekt, een naaimachine is. Het raadsel waar de titel van het werk naar verwijst, heeft betrekking op een zinsnede uit het befaamde boek Les chants de Maldoror, een fantasmagorie gedacht en geschreven door de Comte de Lautréamont. Zoals ook juist is in deze ­omgeving van wonderlijke zinsbegoocheling is die naam natuurlijk het pseudoniem van Isidore Ducasse. Het boek verscheen in 1869, vlak voordat de schrijver, 23 jaar oud, kwam te overlijden. Pas zo’n vijftig jaar later werd het beter bekend omdat het vanwege zijn grillige fantasie een cultboek werd voor de surrealisten. Een situa­tie is zo mooi, staat er, als de toevallige ontmoeting van een naaimachine en een paraplu op de snijtafel. Dat fragment werd opgepakt door Man Ray, die hoofdzakelijk fotograaf was maar al vroeg (1917/18) in New York met Marcel Duchamp bevriend raakte. Hij nam, als een surrealist, de vreemde tekst van Lautréamont letterlijk, als een anekdote – en maakte er een nieuwe anekdote van, een ingepakte naai­machine (1920). Dat werd een icoon van de surrealistische fantasie die ontstaan was, denk ik, doordat op een gegeven moment de naturalistische schilderkunst zo realistisch was geworden dat ze niet geheimzinnig genoeg meer was om het oog mee te slepen – en dus om de tuin te leiden. Dit Enigme is een direct antwoord daarop.

Onder de deken is de naaimachine onzichtbaar, dus een raadsel. Doordat er wel puntige uitstulpingen te zien zijn (als van een dorpskerkje) werd het oog van de kijker met de vraag beziggehouden wat dat daaronder dan wel was. Dat was voldoende om iets te maken wat er geheimzinniger uit zou zien dan het gemiddelde realistische schilderij. Het ding was ook geen fictie, want de elementen (deken en touw en naaimachine) zijn echt. Let er vooral op in welk smaakvol patroon het touw om het ding gespannen is. Natuurlijk is er, zoals vaak in kunst, ook wat gesjoemeld. Een amateur zou, denk ik, de paraplu erbij gedaan hebben – maar omdat alles toch onzichtbaar in een deken gewikkeld werd, was dat overbodig. Trouwens, Man Ray had het ding gemaakt als model om daar, wat ook gebeurde, een foto van te maken. Daarna is te eniger tijd het originele voorwerp, te fragiel, verloren gegaan. Vanwege een tentoonstelling in Rotterdam in 1971 heeft Man Ray toen enkele nieuwe exemplaren gemaakt waarvan aan dat voor Boijmans door de transporteur een label aan het touw was bevestigd (do not disturb). Dat amuseerde de oude kunstenaar zo dat hij besloot het te laten hangen. Het raadsel sluimerde voort.

Rond de Wrapped Armchair van Christo is eigenlijk alles helder. Het is een onregel­matig stulpend volume, daarom visueel aantrekkelijk want er is veel te zien, waarvan de vorm niet uit onnavolgbare inspiratie of luimigheid is voortgekomen. Het is een werk dat tot de categorie van het zogenaamde nouveau réalisme behoort. Die beweging (waartoe ook Yves Klein behoorde) had verklaard dat schilderijen overbodig waren geworden omdat ze visueel te beperkt waren in de moderne beeldwereld. In dit en andere werken van Christo kwam de vorm voort uit de manipulatie van werkelijke dingen – dus was ze concreet en waarachtig. In welke richting de kunst door de omstandig­heden van tijd en plaats ook haar weg zoekt, het gaat er in het denken steeds weer om hoe echt de dingen zijn. Ze moeten meer zijn dan gewoon fantasie – daarvoor hebben we de sierkunst. In de twintigste eeuw is er het robuuste bastion van de abstracte kunst bij gekomen. Misschien is alles wat daaromheen te voorschijn is gekomen, zoals surrealisme en nouveau réalisme, wel ontstaan als strategie om aan de harde logica van de abstractie niet te hoeven toegeven. Soms denk ik dat.