Eoin McNamee, De Ultra’s

Geheim

Eoin McNamee

De Ultra’s

Uit het Engels (The Ultras, 2004) vertaald door Peter Abelsen

Meulenhoff, 286 blz., € 18,50

Dit is nou een roman waar ik niets van begrijp; niet denkbeeldig dat het boek daarover juist gaat. Jaren zeventig, de vuile oorlog in Noord-Ierland beleeft zijn paroxysme (het woord had in het boek niet misstaan, waarachter dan parmantig een zinnetje met de uitleg; zo staat er «Gefenestereerd betekende voorzien van uitsparingen»).

Aan de Grens opereren ge heime diensten en paramilitaire organisaties: M15, M16, 14th Int, G2, Unit 216, Group 13, MCF, Gen 42 – en de Ultra’s, die zo geheim zijn dat tot op het laatst niet zeker is of ze bestaan. Iedereen is bezig met het bestrijden van subversieve elementen én de concurrentie met andere vechtjassen. Ze opereren in de marge van de samenleving, maar zijn bereid ter verdediging ervan alles te ontwrichten wat ze maar kunnen. Een zestigjarige ex-smeris, we gens corruptie ont slagen, is 25 jaar na dato op zoek naar de toedracht rond de geheimzinnige dood (of verdwijning) van Robert Nairac, een mythische figuur. Zo zag en gedroeg de man zichzelf ook. Hij schijnt echt bestaan te hebben, alsof dat iets verduidelijkt.

Wat heeft Eoin (spreek uit: Owen) McNamee (1961), die al meer romans in Belfast gesitueerd heeft, willen aantonen? Dat terroristen en bestrijders tot dezelfde familie behoren? Dat geheime diensten een aparte orde vertegenwoordigen? De Ultra’s zijn zelfs van een hogere orde, zoiets als ridders van de Graal, met een voorliefde voor codes, wapens, ingewikkelde apparatuur en lekker veel bloed. In zijn verklaringen blijft de schrijver erg dicht bij zijn onderwerp met termen als amoraliteit, existentiële leegte, irrationeel gedrag en jagen om het jagen. «Dat was wat mannen als Robert deden. Ze creëerden geheimen en dwongen de rest om onder die geheimen te leven. Dat vond hij het beangstigende. De wetenschap dat er een clandestiene macht bestond, een geheime heerschappij.»

Wordt dat geheim in de roman ont raadseld?

Weliswaar is de term «extreem rechts» niet op hen van toepassing, maar zeggen dat om hen een sfeer van ver hevenheid hing en dat zij zichzelf «als visionairs beschouwden die in zin ne beelden dachten en handelden» is niet meer dan een spiegeleffect van hun zelfbeeld (van denkbeeldige figuren), dat op zijn beurt niet meer dan een legende om mannen van de daad voorspiegelt. Je kunt ook zeggen dat de roman de arrogantie van postpubers laat zien wanneer ze in het bezit van wapens zijn.