Wat weet Europa van geheime CIA-vluchten en gevangenissen?

Geheime dienst en wederdienst

Hoewel de Europese Unie de Verenigde Staten heeft gevraagd om opheldering over CIA-vluchten en geheime detentiecentra in Oost-Europa doet ze nauwelijks onderzoek naar de eigen betrokkenheid. Eind januari komt de Raad van Europa met een eerste rapportage over de vorderingen van het onderzoek naar het mogelijke bestaan van geheime gevangenissen.

Omar Deghayes wordt in juni 2002 in Pakistan gearresteerd. Hij is een vluchteling uit Libië met een Britse vluchtelingenstatus, maar beschikt nog niet over de Britse nationaliteit. Een aanvraag daartoe loopt. De Pakistaanse politie houdt hem vast in een gevangenis in Islamabad, blijkt uit het dossier dat zijn advocaat mondjesmaat vrijgeeft. Daar wordt hij twee dagen lang ondervraagd door Amerikanen, waarschijnlijk agenten van de CIA. Een paar dagen later wordt hij uit zijn cel gehaald, trekken zijn bewakers een zak over zijn hoofd en rijden tien minuten met hem rond. De zak gaat weer van zijn hoofd in een slaapkamer van een woning. Ergens in Islamabad, vermoedt Deghayes. Zijn Pakistaanse bewaker zegt tegen hem dat hij «over een paar minuten kan praten met een Brit, die daarvoor speciaal uit Engeland is overgekomen». Even later komt een gladgeschoren veertiger binnen, die zegt dat hij Andrew heet en voor de Britse inlichtingendienst werkt. «Als je met mij en de Amerikanen meewerkt, zullen we je terugbrengen naar Engeland», zegt Andrew volgens Omar Deghayes. In plaats van Engeland wordt het de luchtmachtbasis Bahgram in Afghanistan, in gebruik door de Amerikanen, waar Omar wordt vastgezet. Bijna een half jaar wordt hij daar vastgehouden en vier keer bezocht door Britse geheim agenten. Onder anderen door Andrew. Dan wordt hij over gevlogen naar Guantánamo Bay, waar hij niet alleen door Amerikanen maar ook vele malen door Britse agenten wordt verhoord.

Clive Stafford Smith is advocaat van Omar Deghayes en raadsman van nog eens veertig gevangen in Guantánamo. Over hun dossiers mag hij niet vrijuit spreken, zelfs niet met zijn cliënten. Alleen na een fiat van de Amerikaanse autoriteiten heeft hij een beetje speelruimte. Hij is dus noodgedwongen terughoudend. «Omar is gearresteerd op grond van een videoband die door de Spaanse geheime dienst aan de Amerikanen is doorgespeeld. Daarop zou hij samen met Tsjetsjeense rebellen te zien zijn», aldus de advocaat: «Na veel moeite heb ik de videotape in handen gekregen. Daarop is niet Omar maar iemand anders te zien.»

De Amerikanen hebben Spaanse inlichtingen gebruikt om hem op te pakken en hebben bij diverse gelegenheden hun Britse collega’s uitgenodigd hem te ondervragen op verschillende locaties. Sterker, ook de Libische geheime dienst is uitgenodigd naar Guantánamo te komen en Omar te ondervragen. «We hebben vlieggegevens van CIA-toestellen, waarmee we kunnen aantonen dat de CIA in Libië geheim agenten heeft opgehaald en naar Guantánamo gevlogen. Die komen overeen met de verhoren van Omar door de Libische agenten», zegt Clive Stafford Smith. Volgens hem worden bijna alle gevangenen in Guantánamo ook ondervraagd door de diensten van het land waar zij oorspronkelijk vandaan komen.

Andere advocaten die cliënten op Guantánamo vertegenwoordigen bevestigen dit desgevraagd. Zoals Murat Kurnaz, die is ondervraagd door zowel de Turkse als de Duitse geheime dienst. Hoewel hij in Duitsland is geboren en getogen, heeft hij volgens de wet de Turkse nationaliteit omdat zijn beide ouders Turks zijn. Hij zit evenals Omar Deghayes nog altijd vast op Guantánamo. Minister Wolfgang Schäuble van Binnenlandse Zaken heeft tijdens een debat vorige maand in de Bondsdag toegegeven dat de Duitse geheime dienst voor ondervraging van Murat Kurnaz naar Guantánamo is geweest. «Nog ernstiger vind ik het feit dat Schäuble heeft toe gegeven dat een gecombineerde missie van de geheime dienst en de politie naar Damascus in Syrië is gereisd om daar een Duitse onderdaan die door de Syriërs wordt vastgehouden te verhoren», aldus Bondsdaglid Wolfgang Wieland van de Grünen. Hij doelt op Mohammed Zammar, die in 2002 verdween. Tot vorige maand had de Duitse overheid in het midden gelaten of zij wist waar Zammar zich bevond. Volgens Zammar zelf is hij mishandeld: eerst in Marokko, waar hij werd gearresteerd, en later in Syrië, waar hij naartoe werd gebracht.

Jamil al-Banna en Bisher al Rawi op hun beurt zijn in Gambia opgepakt. Daar werden ze kortstondig verhoord door de Gambiaanse politie en aan de Amerikanen overgedragen. «Mijn cliënten werden korte tijd ergens in een huis in de hoofdstad Banjul vastgehouden waar, naar wij denken, Britse agenten hen kwamen verhoren», vertelt hun Amerikaanse advocaat Brent Mickum: «Ze hebben zich niet als zodanig voorgesteld, maar we zijn er bijna zeker van dat het om Britse geheim agenten gaat.» Via de luchtmachtbasis Bahgram in Afghanistan, waar ze een maand vastzaten, werden ze uiteindelijk naar Guantánamo overgebracht. «Ik kan bevestigen dat Jamil al-Banna daar is ondervraagd door de Spaanse en de Britse geheime dienst en dat Bisher al Rawi daar opnieuw is ondervraagd door de Britten», aldus advocaat Mickum. De Spaanse geheime dienst was geïnteresseerd in Al-Banna in verband met lopend onderzoek. Hetzelfde gebeurde met Ridouan Halid. Zijn Franse advocaat Paul-Albert Iweins bevestigt dat de Franse geheime dienst Halid in Guantánamo heeft bezocht en ondervraagd. «Ze hebben zich voorgesteld als medewerkers van de Franse geheime dienst», aldus Iweins.

Deze voorbeelden doen vermoeden dat Europese geheime diensten intensief met de Amerikanen samenwerken. Dat ze niet alleen informatie uitwisselen, maar ook hun eigen onderdanen verhoren op uitnodiging van de Amerikanen. Op geheime locaties zelfs. «Britse geheim agenten zijn op alle locaties geweest waar ik tot nog toe weet van heb», aldus Clive Stafford Smith: «Het zou me werkelijk verbazen als ze niet ook naar de geheime locaties zijn geweest die we nog niet kennen, zelfs als dat Oost-Europa zou zijn.» Clive Stafford Smith schat dat er honderd tot tweehonderd gevangenen circuleren zonder bekende verblijfplaats.

Het lijkt er dus op dat Europa veel meer weet dan het tot nog toe in het openbaar heeft toegegeven. De Zwitserse senator Dick Marty, die namens de Raad van Europa een onderzoekscommissie leidt naar CIA-vluchten en detentiecentra, denkt dat de landen van de Europese Unie al twee tot drie jaar op de hoogte zijn. Volgende week presenteert hij zijn bevindingen. Het is volgens hem «onmogelijk om gevangenen op een dergelijke manier te vervoeren, zonder dat de Europese geheime diensten op de hoogte zijn». Hoewel de Zwitserse senator niet over harde bewijzen beschikt, vindt hij de passieve houding van Europa schokkend.

Het zogenaamde rendition-programma begon onder president Bill Clinton. Er zijn toen afspraken gemaakt. De Britse autoriteiten zouden op de hoogte gesteld moeten worden als een gevangene via hun grondgebied vervoerd werd, aldus Clive Stafford Smith: «In twee gevallen hebben we daar de bewijzen van. Ik zou niet weten waarom die afspraken gewijzigd zijn en vandaag niet meer zouden gelden. Óf de Europese regeringen weten werkelijk niet wat er aan de hand is – dat lijkt me al verontrustend genoeg – óf ze kijken de andere kant op.»

Volgens jurist Manfred Nowak uit Wenen, speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor folteren, «hebben Europese regerings leiders niet gezegd dat ze van niks weten. Ze hebben alleen nog geen antwoord gegeven op de vragen over de CIA-vluchten en de geheime detentiecentra.» Nowak kent de verhalen van Europese geheime diensten die landgenoten bezoeken op Guantánamo en andere locaties. «Er zijn aanwijzingen voor een vrij nauwe samenwerking met de Amerikaanse geheime dienst: op het gebied van informatie-uitwisseling, maar ook bij ondervragingen. Dat doet onmiddellijk de vraag rijzen naar de verantwoordelijkheid van regeringen en individuele agenten», zegt Nowak: «Activiteiten met betrekking tot geheime detentiecentra zijn per definitie een schending van de mensenrechten. Het gaat dan om het laten verdwijnen van mensen. Ze worden onttrokken aan het rechtsapparaat en zijn zelfs niet voor de familie te traceren.»

Ook individuele agenten van Europese landen, die toehoorder zijn geweest bij onder vragingen of zelf ondervragingen hebben verricht in landen die bekend staan om de schending van mensenrechten, zijn volgens hem wellicht strafbaar. «Er zijn natuurlijk nuanceverschillen tussen actief meewerken of ergens weet van hebben. Maar ik pleit ervoor dat iedereen die, in wat voor vorm ook, meewerkt aan dit soort praktijken, strafrechtelijk vervolgd wordt», betoogt Nowak. Opening van zaken is volgens hem hoe dan ook belangrijk: «Er zijn allerlei geruchten en verontrustende berichten. Ik denk niet dat we moeten wachten op de Amerikanen. Het is nu aan de regeringen in Europa om met de feiten te komen. Ik heb klachten gekregen van mensen die zeggen dat ze op geheime plekken in Oost-Europa zijn vastgehouden. Ik kan er niet veel meer over zeggen, omdat ik de klachten nog onderzoek. Maar het gaat om mensen die niet precies weten waar, omdat ze tijdens het transport geblinddoekt waren en ter desoriëntatie zijn rondgereden.» Nowak wil zo graag dat Europese regeringen meewerken omdat hij zelf ook volledig van hen afhankelijk is in het eigen onderzoek dat hij naar deze klachten instelt.

En Nederland? Wat betreft de AIVD kunnen we ervan uitgaan dat er op het niveau van informatie-uitwisseling wordt samengewerkt. Het lijkt minder vanzelfsprekend dat de AIVD heeft meegewerkt aan verhoren, omdat er geen Nederlandse gevangenen in Guantánamo of op andere locaties vastzitten.

De andere Europese regeringsleiders zijn intussen wel wat nerveuzer geworden. Voor haar vertrek naar Washington liet de Duitse bondskanselier Angela Merkel vorige week weten dat ze vindt dat Guantánamo Bay gesloten moet worden. Maar Clive Stafford Smith is allerminst optimistisch over een mogelijke sluiting van Guantánamo: «Dat betekent dat het systeem nog verder ondergronds gaat. Er zijn een paar mensen in de regering van president Bush en binnen de Amerikaanse geheime diensten die denken dat ze dit soort methoden, inclusief martelen, nodig hebben om de oorlog tegen het terrorisme te winnen.»