Geheime gesprekken over Jude

Anderhalf jaar geleden publiceerde de directeur van de afdeling Russische studies van het conservatieve American Enterprise Institute, Leon Aron, een opmerkelijk artikel.

Leslie Woodhead, How The Beatles Rocked, the Kremlin Bloomsbury, € 19,95, e-book, € 14,-

Medium beatles

Het verscheen ook in De Groene Amsterdammer en had als kop: ‘Alles wat je weet over de val van de Sovjet-Unie klopt niet’. Wat weten we dan van die ineenstorting, of denken we ervan te weten? Weinig, maar in ieder geval dat ze het gevolg zou zijn van politieke druk, eventueel economische neergang. Helemaal fout, beweerde Aron. De Sovjet-Unie was eind jaren tachtig juist op het hoogtepunt van haar politieke en economische macht. Nee, gevallen is zij omdat zich een nieuwe mentaliteit had gevormd. De val was volgens Aron het werk van schrijvers, journalisten en kunstenaars. In de loop van jaren hadden zij het bouwwerk zo ondergraven dat er maar iets hoefde te gebeuren en ploef, het zakte als een pudding in elkaar.

Niet meer dan een halve waarheid, beweerde Leslie Woodhead een paar jaar geleden in een Engelse documentaire waarvan vorige maand het boek verscheen. De teneur van zowel documentaire als boek is dezelfde als die van het artikel van Aron, maar dan anders: alles wat je weet over de ineenstorting van de Sovjet-Unie is fout, zelfs de gedachte dat die het werk van intellectuelen en kunstenaars zou zijn geweest. Nee hoor, het waren niemand minder dan de Beatles die het Rode Rijk vernietigden: gesteld voor de keuze tussen Lenin en Lennon twijfelden (jonge) Russen geen moment: Lennon!

Dat is pas onzin, is het eerste wat je denkt. De Beatles hebben de Sovjet-Unie zelfs nooit bezocht, laat staan dat zij het te gronde gericht zouden kunnen hebben. Het eerste en wellicht enige optreden van een Beatle (Paul) vond plaats in 2003, op het Rode Plein. Dat was inderdaad een gebeurtenis van jewelste, maar de Muur was op dat moment al meer dan tien jaar gevallen. En dat was echt niet gebeurd door het vrolijke geblèr van vier succesvolle jochies uit Liverpool.

Maar volgens Woodhead is dat dus wel het geval en om dat te bewijzen voert hij een klein leger gelijkgezinden op: fans, muzikanten, toeschouwers, onderzoekers, politici. Hun verhaal is veelal hetzelfde. Zij zijn kinderen van de – wat wij in het Westen noemen – babyboomgeneratie, zuchtten halverwege de jaren zestig onder het regime van Chroesjtsjov en daarna Brezjnev, hoorden via Radio Free Europe, Radio Luxembourg of The Voice of America de klanken van de Beatles en waren verkocht. Een van hen is Kolya Vasin, beheerder van de zogenoemde John Lennon-tempel in Sint-Petersburg en al veertig jaar de meest gedreven Beatles-fan van Rusland. Hij weet alles van hen, bezit talloze Beatles-snuisterijen en verkondigt steeds weer wat ook Woodhead, maker van het eerste Beatles-filmpje overigens (Cavern Club, 1962), verkondigt: dat de ware revolutie van de moderniteit en in dit geval dus de werkelijke oppositie tegen het communisme vooral een kwestie van gevoel, verlangen en onrust was en dat die onrust teweeg werd gebracht door westerse muziek, de Beatles voorop. Het waren genoemde sociaal-psychologische categorieën die een grote groep mensen afstand deed nemen van het bestaande systeem. Die afstand leidde tot, voorlopig nog, stil verzet en dat verzet had praktische gevolgen. Aldus viel de Muur: door duizenden en nog eens duizenden illegale muziekcassettes, uitzendingen van clandestiene zenders en verboden gesprekken over Jude en een gele onderzeeër.

Het klinkt niet alleen vaag, het is ook vaag en verklaart vermoedelijk waarom het boek van Woodhead vooral een aaneenschakeling is van persoonlijke anekdotes, herinneringen (hij leerde ooit Russisch en werkte als jonge soldaat in Berlijn) en impressies. Al die details maken het verhaal goed leesbaar, maar ook aanvechtbaar. Want het feit dat zoveel gelijkgezinden zeggen dat de Sovjet-Unie onder de Beatles bezweek en dat er zoveel fraaie Beatles-verhalen over dat land te vertellen zijn, wil nog niet zeggen dat de gedachte ook juist is. Bovendien, hoe achterhaal je zoiets? Hoe ‘bewijs’ je het?

Voor een antwoord op deze vragen moet je niet bij Woodhead zijn. Gelukkig is hij niet de enige die de Beatles in verband brengt met de val van de Sovjet-Unie. In de afgelopen jaren is dat vaker gedaan, onder meer door een man die ook in het boek van Woodhead figureert: Mikhail Safonov, onderzoeker aan het Instituut voor Russische Geschiedenis in Sint-Petersburg en auteur van een in 2003 in het tijdschrift History Today verschenen artikel over hetzelfde onderwerp. Maar anders dan Woodhead is Safonov een wetenschapper en die komt niet zozeer met illustraties als wel met argumenten.

Het begint er al mee dat de invloed van intellectuelen als Solzjenitsyn, Sacharov en anderen minder groot is geweest dan gewoonlijk wordt aangenomen, en zeker niet zo groot als Aron beweert. Goed lezen is immers ingewikkeld, ondergrondse literatuur te pakken krijgen is moeilijk en tot slot speelde angst een rol: je keek wel tien keer uit voordat je een verboden tekst las. Met muziek, in dit geval van de Beatles, ligt dat anders. Muziek begrijpt iedereen. Bovendien had de muziek van de Beatles een volstrekt andere doelgroep: jongeren. Zij hadden niet veel te verliezen, waren onbezonnen en hadden het voordeel dat zij er, in het geval dat ze betrapt werden, met niet meer dan een standje van afkwamen. Ouderen daarentegen liepen daadwerkelijk gevaar. Maar, aldus Safonov, het waren wel diezelfde jongeren die het pakweg 25 jaar na de Russische Beatles-manie in de Sovjet-Unie voor het zeggen kregen en de ruggengraat vormden van de media, het lokaal bestuur en de bureaucratie. Daarmee kwam onvermijdelijk naar boven wat zij in hun jonge jaren hadden opgezogen. Vandaar: weg met die ouwe mannen, weg met de kozakkenliederen, hou op met dat Internationale-gekweel. Adem, vrijheid, all you need is love. En dat is precies wat Rusland rond 1990 kreeg. Even.