Erica Jong over de Doornroosjetoestand van Amerika

Gehuld in de vlag

«De patriottische lethargie die Amerika heeft lamgelegd, is als de droomtoestand van Doornroosje. Maar om ons wakker te maken, zal er meer nodig zijn dan de kus van een prins», schrijft Erica Jong, New Yorkse sinds haar kinderjaren.

In New York doet een verhaal de ronde over de ochtend van de ramp met het World Trade Center. Een vrouw belt haar man op zijn gsm en vraagt: «Waar ben je?»

«In mijn kantoor, natuurlijk», is het antwoord.

«Je kantoor is net ingestort door een terroristische aanslag.»

De echtgenoot valt stil, omdat hij met zijn vriendin in een hotelbed ligt.

«Hallo?» zegt de echtgenote. «Hallo?»

Hoe het verhaal naar buiten is gekomen, weet ik niet, maar mijn man die scheidingsadvocaat is, zegt dat sinds «911», 11/9 dus, het percentage echtscheidingen in New York stijgt. De dreiging van Armageddon maakt de mensen kennelijk een stuk intoleranter tegenover vreemdgaan.

Kinderpsychiaters hebben me verteld dat sinds 11/9 kinderen in New York beduidend angstiger zijn en niemand echt weet hoe men ze gerust moet stellen. Psychologisch onderzoek bij schoolkinderen bevestigt dit. Er ligt een deken van angst over de stad. We zitten allemaal te wachten op de volgende aanslag en zouden graag willen dat iemand met een idee kwam hoe die kan worden voorkomen. Bij afwezigheid van «geloofwaardige informatie» hebben we ons gehuld in de vlag. Grote vlaggen, minivlaggen en stickers met de vlag hebben zich over de hele stad ontvouwd. Mannequins, leden van de beau monde en zelfs travestieten staan op de foto met een vlaggenjurk aan. Gebouwen gaan erin gehuld. Straatverkopers verkopen ze. «DEZE KLEUREN HOUDEN STAND», pocht een populair T-shirt.

De vlaggen en kopieën ervan hebben op Osama bin Laden zo ongeveer hetzelfde effect als knoflook op Dracula, maar dat weerhoudt mensen er niet van er trots mee te lopen zwaaien. Zelf zou ik er ook met eentje lopen zwaaien als ik niet zo cynisch was. Het baat dan misschien wel niet; schaden doet het ook niet, toch? We willen onze onschuld terug. We willen het gevoel hebben dat we als Amerikanen en bewoners van de Hoofdstad van de Wereld immuun zijn voor chaos en destructie. De waarheid is dat we nooit immuun zijn geweest. Dat we ons zo voelden was slechts het bewijs van onze hybris. New York is nu deel van de rest van de mensheid.

Ik heb mijn hele leven in New York gewoond en ik heb de stad nooit als onkwetsbaar beschouwd. Als meisje speelde ik op de rotsblokken in Central Park, waarbij ik net deed alsof ik een indiaanse was, en door mijn ogen tot spleetjes te knijpen sloot ik de omringende wolkenkrabbers buiten mijn gezichtsveld. In mijn fantasie werd New York altijd al vernietigd door kernbommen, overstroomd door een stijgende zeespiegel of vernietigd door meteoren of zelfs door terroristen. Ik heb altijd al geweten dat onze grandeur wel eens vergankelijk zou kunnen zijn. Het intrigeerde me hoe New York er voor de eerste Hollandse kolonisten moet hebben uitgezien, omdat ik me de stad altijd graag voorstelde als een maagdelijk Eden. Ik ben verslaafd aan ruïnes: Ephesus, Petra, Baalbek — ze fascineren me omdat ze laten zien hoe zelfs de grootste beschavingen verdwijnen, ten onder gaan, foetsie. Ik heb me altijd een krater kunnen voorstellen op de plaats waar New York eerder stond. Nu kunnen alle anderen het zich ook voorstellen.

Maar, zoals La Rochefoucauld zei: «Zon noch dood kan je recht in de ogen kijken», dus gaan we maar gewoon door met ons leven. Terwijl ik op de stadsbus stap, kijk ik om me heen op zoek naar zelfmoordterroristen en zet dan snel visioenen van dood en verderf uit mijn hoofd. Terwijl ik in het theater ga zitten, kijk ik waar de nooduitgangen zijn en schakel mijn aandacht over naar het toneelstuk. De hardnekkigste angstaanvallen komen wanneer ik per vliegtuig New York moet verlaten. Tijdens de drie extra uren op het vliegveld heb ik ruim de tijd voor paniek aanvallen, maar ik zit daarentegen verstijfd van angst te denken dat als ik zo aan mijn eind moet komen, dan is het niet anders.

Dus… is New York na 11/9 veranderd? Ik denk wel dat het is veranderd, maar minder dan de mensen beweren. Eén ding is beslist veranderd, en die verandering is niet hoopgevend: onze tolerantie tegenover een afwijkende mening is enorm afgenomen. Samen met onze orgie van kritiekloos patriottisme is er ook een verstikking van het debat gekomen. Net zoals de aanval op Amerika iedere kritiek op het presidentschap van George W. Bush heeft gesmoord, heeft het ook de reputatie van Rudy Giuliani herschreven. Zijn alomtegenwoordigheid op de plek van de aanslagen leek de geschiedenis uit te wissen van zijn burgermeesterschap dat overliep van racisme en aanvallen op de vrijheid van meningsuiting. Dat raakte allemaal vergeten toen hij de rouwende nummer 1 van New York werd.

Terwijl ik toekeek hoe New Yorks gemelijke critici veranderden in propagandisten van het vaderland, begon ik te begrijpen waarom de machthebbers behoefte hebben aan oorlog. Dezelfde pratende hoofden die luidkeels hun recht op het Eerste Amendement opeisten om kritiek te kunnen leveren op het seksleven van Bill Clinton beweren nu dat we onze vrijheid van meningsuiting moeten opgeven voor openbare veiligheid. Bill Maher van Politically Incorrect is uit de lucht gepest om zijn opmerking dat van grote hoogte mensen bombarderen niet zo erg flink was.

Ik had nooit gedacht dat ik de dag zou beleven waarop satire en parodie in Amerika bedreigd zouden worden, maar die dag is kennelijk aangebroken. Het doodgemoedereerd belachelijk maken van het presidentschap, waaraan we gewend waren geraakt tijdens de ambtstermijn van Clinton, werd in de nasleep van 11/9 tot zwijgen gebracht. George W. heeft ontzettend geluk gehad dat de terroristische aanvallen in zijn termijn hebben plaatsgevonden. Ze vormden een ideale dekmantel voor zijn aantasting van het milieu en deden hem eerder op een held lijken dan op een onervaren internationaal leider. Een aanhanger van complottheorieën zou kunnen zeggen dat als 11/9 niet was gebeurd de loopjongens van Bush hem hadden moeten uitvinden. (Een website waarop deze theorie uit de doeken wordt gedaan: www.fromthewilderness.com). Er gaat niets boven een aanval op het vaderland om een koor van kritiekloze steun aan de leider in het leven te roepen.

Alleen al bij het schrijven van deze woorden voel ik me ongemakkelijk. Ik ben nooit een fan van Bush geweest, maar in de afgelopen maanden heb ik in mijn hart toch bergen Amerikaans patriottisme gevonden, die zelfs mij hebben verbaasd. Ik kan haast niet geloven dat onze lukrake reacties op eerdere terroristische dreigingen op de een of andere manier weloverwogen zijn geweest. Mijn doldrieste vaderland maakt vaak blunders in zijn buitenlandse politiek, maar aan deze blunders ligt een geest van edelmoedigheid ten grondslag die bij andere landen vaak ver is te zoeken. Amerika’s hart is niet zuiver, maar het is wel groot. Wanneer ik vanuit het buitenland kritiek op mijn land hoor, krimp ik in elkaar. Wanneer ik hoor dat 11/9 onze eigen schuld is, dan deins ik terug. Amerika heeft tegenstrijdige zaken nagestreefd — een grootmacht zijn en tegelijkertijd een open samenleving — en we hebben gefaald. Maar de aspiratie om beide te doen is achtenswaardig, zelfs al is het dwaasheid. 11/9 heeft als nooit tevoren onze zwakheid aan het licht gebracht, maar het heeft ook onze kracht laten zien. Nergens is dat duidelijker geworden dan in New York. Of is dit gewoon fluiten in het donker?

Net zoals de babyboom na 11/9 nooit werkelijkheid is geworden, is er evenmin iemand de stad ontvlucht. De aandelenmarkt is in elkaar aan het zakken, maar de vastgoedprijzen rijzen de pan uit. Mensen willen nog steeds hier wonen. Als we toch in rook opgaan, dan kunnen we het net zo goed hier in het centrum van de actie doen. We weten nu dat er geen plek op aarde veilig is en dat geen plek helemaal op zichzelf staat. Er is nu grootspraak en fatalisme in New York, maar er is ook minder cynisme. «Kom maar op!» lijken we te zeggen. «We zijn nergens meer bang voor nu de torens zijn ingestort.»

De impact van 11/9 is groter geweest voor de bevolkingsgroepen met de meeste brandweermannen en politie. De Amerikanen van Ierse en Italiaanse afkomst hebben een voltreffer gekregen. Maar zelfs in de gewoonlijk afstandelijke wereld van media en mode hebben de meest onwaarschijnlijke mensen zich als vrijwilliger voor Ground Zero aangemeld en met oudjaar koffie uitgereikt aan mensen die puin en menselijke resten doorzochten.

Is het veranderde bewustzijn blijvend?

Helaas, ik denk dat de onderdrukking van een afwijkende mening de meest blijvende erfenis van 11/9 zal zijn. De oorlog tegen het terrorisme lijkt er niet goed voor te staan. Onze vliegvelden en vliegtuigen zijn niet veiliger dan voorheen. Frank Rich schreef in The New York Times: «We zijn het rijkste en meest ondernemende land ter wereld, maar binnenslands voeren we de oorlog tegen het terrorisme met een managementstijl à la K-Mart.»

Het is niet zo dat we niet al eerder zijn gewaarschuwd voor terroristen in de wereld. In 1993 ging het World Trade Center bijna verloren. Daarna kwamen de aanslagen op buitenlandse ambassades en de aanval op de Cole. Alle huldigingen van politieagenten en brandweerlieden kunnen niet het feit verdoezelen dat het voorkomen van een volgende aanslag op geen stukken na zo vergevorderd is als het zou moeten zijn.

Het is zo ver gekomen dat patriottisme — altijd al de laatste toevlucht voor schurken — nu wordt gebruikt als dekmantel voor onze stuntelige pogingen de volgende 11/9 af te wenden. De volgende 11/9 komt zonder twijfel in een andere vorm dan passagiersvliegtuigen die als bommen worden gebruikt. Chemische of biologische oorlogvoering en aanslagen op krachtcentrales zijn allemaal mogelijk en zijn door Tom Ridge en zijn Keystone Cops van de Binnenlandse Veiligheidsdienst nauwelijks afgewend. Terwijl kritiekloze propaganda ons door de strot wordt geduwd, is al-Qaeda, oorspronkelijk getraind en gefinancierd met onze belastingcenten, ongetwijfeld bezig de volgende aanslag voor te bereiden.

In het begin van de crisis voerde de regering-Bush aan dat de situatie zo ernstig was dat Amerikanen niet konden gaan muggenziften over constitutionele rechten. Ari Fleisher, Bush’ perschef, maande ons om ons stil te houden voor het welzijn van het land. Loyaliteit werd gelijkgesteld aan meewerken en je koest houden.

Na een jaar van getreuzel en ontkenning van de kant van onze zogenaamde beschermers, een jaar waarin het defensiebudget gigantisch toenam, tekorten groeiden en we geen grotere veiligheid binnen onze grenzen kregen, is het nu tijd voor de suggestie dat vuilspuiten misschien wel onze enige kans is op het redden van onze huid. Als New Yorkers is het onze plicht hierin voor te gaan.

Het wordt tijd dat we ons niet meer hullen in de vlag en huilen bij herdenkingsdiensten, maar er weer aan denken dat dit land door moed groot is geworden. We hebben ons niet alleen in de vlag gehuld, we hebben hem ook als blinddoek gebruikt. Waakzaamheid hebben we verruild voor sentimentaliteit. Terwijl we ons onderdompelen in een meer van tranen geven we juist de spirit prijs die ons land heeft grootgemaakt.

Als reactie op 11/9 schreef Gore Vidal: «De ontzagwekkende materiële schade die Osama en consorten ons op Zwarte Dinsdag hebben berokkend, is niets vergeleken bij de knock-out die aan onze verblekende vrijheden is uitgedeeld.»

Mijn voorstel zou zijn dat we weer ons vermogen terughalen om met onze regering in debat te gaan. Uit naam van echte vaderlandsliefde, in plaats van overdreven sentimenteel vlagvertoon, zouden we onze leiders moeten vragen waarom er zo weinig wordt gedaan om ons te beschermen tegen de volgende terroristische aanslag. We zouden moeten aandringen op volledige openheid over wat onze regering in Afghanistan en elders uitspookt. Waarom heeft er bijvoorbeeld in de VS niets in de media gestaan over de voorgestelde Unocal oliepijplijn door Afghanistan, waarover met de Taliban jaren is onderhandeld, maar die kort geleden is goedgekeurd door de regering van Hamid Kharzai? Amerikaanse nieuwsbulletins besteden aandacht aan bunkerkrakers, burgerslachtoffers of uitspraken van politici, maar nooit aan de economische grondslag van onze aanwezigheid in Afghanistan.

Het is net alsof we vergeten zijn het spoor van het geld te volgen. Het is net alsof we alles vergeten zijn wat we over de geopolitiek van olie wisten. De meest cynische verslaggevers zijn door het vlagvertoon afgeleid en hebben hun kritische vermogens opzijgezet. Alleen buitenbeentjes als Gore Vidal hebben de waarheid durven zeggen, maar er verschijnt in de Amerikaanse pers geen enkel bericht over hun bevindingen. Zelfs de van gezond verstand getuigende suggesties die ik hier doe, zouden niet echt in de Verenigde Staten gepubliceerd kunnen worden.

Wat is vaderlandslievender: aan één stuk door «God Bless America» zingen, of doordringen tot de wortels van de bedreigingen die onze vrijheid in gevaar brengen? De orgie van sentimentele vaderlandsliefde waarin ik verzeild ben geraakt, heeft het merendeel van de Amerikanen ervan weerhouden voor de sterke punten van onze natie op te komen. Het is op dit punt dat het vlagvertoon echt gevaarlijk wordt.

De beste manier om 11/9 te herdenken is door onze kritische vermogens weer te herwinnen. Dat zou wel eens niet zo eenvoudig kunnen zijn. De patriottische lethargie die Amerika heeft lamgelegd, is als de droomtoestand van Doornroosje. Maar om ons wakker te maken, zal er meer nodig zijn dan de kus van een prins.

Met de oproep aan Amerikanen om wakker te worden, bedoel ik absoluut niet het soort automatisch anti-Amerikanisme zoals we dat in Europa hebben gezien. De beschuldiging aan het adres van Amerika dat het 11/9 «aan zichzelf te danken heeft» helpt ons niet om de betere instincten van ons land wakker te schudden. Er gaapt een enorme kloof tussen het internationale gestuntel van onze regering en het verlangen naar vrede van de doorsnee Amerikaan.

Wat ik wil zeggen is dat Amerikanen weinig weten van geschiedenis, geopolitiek en economie en dat de reactie op 11/9 ons alleen nog maar onwetender heeft gemaakt. In het spoor van 11/9 hebben we de plicht onszelf te informeren over de rol die ons land speelt in de wereldpolitiek en de verantwoordelijkheid dragen voor de vorm die we eraan geven. Maar misschien is het al wel te laat. De nasleep van 11/9 is een harde les geweest in manipuleren van de publieke opinie door de regering. We worden voorbereid op een uitzichtloze oorlog tegen een schimmige vijand. Alleen het militair-industriële complex profiteert ervan.

In de tijd van het Vietnamprotest maakten de collectieve media al inbreuk op ons recht op informatie; op dit moment is de collectieve censuur bijna totaal. Voeg daarbij het feit dat de regering-Bush 2 zwelgt in geheimhouding: «Deze regering wil niet praten over enig plan dat we wel of niet zouden kunnen hebben», zei Bush na 11/9. En merkwaardig genoeg kwam elk gesprek over de legitimiteit van zijn presidentschap uit bij de aanslagen op New York en Washington. Er is dus nog een hele hoop werk aan de winkel wat betreft het bovenbrengen van informatie die we nodig hebben om uit onze sluimer te ontwaken. De herdenking van 11/9 zou Amerika toch wakker moeten schudden. Anders worden we misschien wel nooit meer wakker.

Misschien moet elke generatie steeds opnieuw de waarheid leren inzien van wat David Hume in 1758 zei: «Niets lijkt verbazingwekkender voor hen die menselijke zaken overdenken dan het gemak waarmee velen worden geregeerd door enkelen.» Het afgelopen jaar is een angstwekkend voorbeeld geweest van Amerikaanse passiviteit als reactie op manipulatie door de regering. Hoe kunnen we beweren dat we oorlog voeren uit naam van de vrijheid, wanneer we die in eigen land simpelweg opgeven?