De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Gehuld in een leeuwenkop

Misschien moet u deze tekst voor gebruik even schudden. Net als bij zo’n glazen stolpje uit een rooms-katholieke souvenirwinkel. Zo eentje met een madonna erin. Na het schudden gaat het in die stolp sneeuwen. En je ziet even geen hand voor ogen. De voorstelling waar het hier over gaat, mikt op een frontaal aanraakbaar publiek. Ik heb begrepen dat dát aardig is gelukt. Bij mij niet. Ik werd niet ontroerd, maar razend. Dus wel geraakt, zult u zeggen. Dat klopt.

Eerst even de feiten. Marjolijn van Heemstra heeft met de 45-jarige priester Remy Jacobs, die tussen zijn tiende en vijftiende puberjaar is misbruikt door rooms-katholieke paters, een voorstelling gemaakt over dat misbruik. De titel is ontleend aan het beroemde citaat van de apostel Paulus uit zijn brief aan het volk van Korinthië: ‘Had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.’ De vorm is die van een viering, een rooms-katholieke mis. Zónder communie, mét collecte. Priester Jacobs gaat een deel van de viering gehuld in een leeuwenkop, een verwijzing naar de van oorsprong christelijke Narnia-kronieken – fantasy dus, veredelde nep. De performer Van Heemstra is zwanger, aan het eind laat ze zien dat dát geen nep is, zoals ook de priester geen acteur is maar echt díe priester. De intentie van hun voorstelling Als ik de liefde niet heb is een zoektocht naar het kwetsbare in het beschadigde zelf. Door het donker gaan om bij het licht uit te komen, zegt de priester. De voorstelling wil emotie zijn, een demonstratie van oprechtheid. Iédere vorm van agitprop tégen de rooms-katholieke kerk is, op enkele uitvallen van Van Heemstra na, uit den boze. Op een strooibiljet werd een collega-scribent over toneel geciteerd: ‘Fictie en werkelijkheid vallen hier subliem samen.’

Als kwaliteit lijkt mij dat een neoromantisch en modieus misverstand, waarmee ik in het theater niet wens te worden lastiggevallen. De actrice Bette Davis zei ooit dat je beter toeschouwersklapstoeltjes bij een inrichting kunt gaan exploiteren dan feit en fictie in het toneel te laten samenvallen. Ruim de helft van de voorstelling Als ik de liefde niet heb schreeuwt de performer tegen de priester: hoe naïef kun je zijn om willens en wetens lid te blijven van een geloofsgemeenschap waarvan de bedienaren niet van de hen toevertrouwde kinderen kunnen afblijven? Dat is een kwestie waar ik graag wat meer over te weten was gekomen. Over het raffinement in de verleidingen van de bedienaren des geloofs, of over hoe ze het voor elkaar kregen (krijgen?) om de ouders om de tuin te leiden. We horen er nauwelijks iets over. Want dat past klaarblijkelijk niet in de morele herbewapening waar deze vertoning op lijkt aan te koersen. Het verslag van het misbruik krijgen we van de priester zelf, met die leeuwenkop op zijn hoofd. Dat mag de sublieme chemie zijn tussen feit en fictie, hier werkt het als een pathetisch zwaktebod. Daarna wordt in de finale een begraafplaats bezocht. Die slotscène moet voor ontroerend doorgaan. Het effect is zalvend sentiment met _Candlelight-_muziek. Ik werd er gek van.

O ja, vertrouw mij niet. Ik ben katholiek opgevoed, niet misbruikt, maar ik ken mijn gerokte pappenheimers met hun slechte adem en hun vieze vingers. Ik ben dus bevooroordeeld. Daarom moest u deze tekst voor gebruik even schudden. En uit laten sneeuwen. Zodat u weer een hand voor eigen ogen kunt zien. En vooral zelf kan gaan kijken. Maar dat sublieme samenvallen van fictie en werkelijkheid, ik zou er niet intuinen als ik u was.


Als ik de liefde niet heb is t/m 25 oktober te zien in Theater Frascati, t/m 12 november overal in het land