Televisie

Geïsoleerd

Memoires van een vergeetal

René Daniëls tekende een menselijke figuur. Rechts ernaast een verticale tijdbalk, beginnend met ‘Kerstmis 1987’, onderaan eindigend ‘1996/97’. Gemaakt dus tien jaar nadat hij op het hoogtepunt van artistiek kunnen en internationale roem, 37, een beroerte kreeg. Op hoofdhoogte staat naast de tijdbalk ‘ik den geen half’ – moest dat ‘ben’ zijn? Filmer Jan Thijssen brengt in zijn Memoires van een vergeetal de tekening in beeld op het moment dat jeugdvrienden Daniëls’ huidige situatie schetsen. Jet Biesen beschrijft de tekening uit het hoofd: ‘Eén lichaamshelft is van hoofd tot voet gearceerd; en onder die kant schreef hij “dood”.’ De regisseur laat dat woord niet zien; of het staat er alleen in Jets verbeelding als gevolg van haar interpretatie. Die ligt ook pijnlijk voor de hand en is misschien juist, al zou ‘ik ben geen half’ eerder op protest tegen de diagnose ‘half dood’ wijzen.

Hoe dan ook, indrukwekkende film over een komeetachtig geklommen kunstenaar die, in olieverf, kleurgebruik en vormtaal dwars tegen de conceptuele geest van zijn tijd in ging. Wiens verscheurdheid tussen het warme Eindhovense vriendenbad en de trekkende grote wereld fraai in tekst en muziek wordt geïllustreerd. Popmuziek speelt toch een belangrijke rol in de film net als in leven en werk van Daniëls. Die onder druk kwam door hyperactieve leefstijl in combinatie met te veel verwachtingen en gestelde eisen. Hij bezweek, al lijkt de vraag of de klap niet sowieso fysiek zat ingebakken. Maar hij leeft, werkt en communiceert nog. Werk dat door beperking alleen met enorme inspanningen tot stand komt en nog maar deels de zeggingskracht van vroeger lijkt te hebben. Zoals hij letterlijk nauwelijks iets zegt buiten ‘ja’, waardoor alleen mimiek en een duim naar boven of beneden aanduiden wat hem bezielt. Een recent werk (zwart rondje via lange lijn verbonden met grote planeet) drukt zijn afstand tot de ‘mensenwereld’ uit, maar die afstand is niet nieuw, blijkt uit exegese van zijn oeuvre – wel dramatisch vergroot. Indrukwekkend de zorg van zijn ex voor een man wiens lot niet harder is dan dat van ontelbare patiënten maar toch ook weinig minder tragisch, ondanks internationale aandacht voor persoon en werk. Charles Esche, Van Abbe-directeur, beschrijft gloedvol zijn belang voor de kunstgeschiedenis. Dat moet goed doen maar de troost is schraal en Daniëls blijft geïsoleerd.

Ook aanbevolen maar ‘completely different’: documentaire over het Zwitserse vreemdelingen­detentiecentrum Frambois. Daar wachten mannen die niet ‘vrijwillig’ terug willen lang op hun uitzetting per ‘speciale vlucht’, die pas de dag zelf wordt aangekondigd. We zien directeur en personeel van de inrichting zich gespannen voorbereiden op slecht-nieuws-gesprekken met vijf Congolezen. Halverwege zegt de directeur opgelucht ‘het loopt goed’, want er wordt rustig gereageerd. Zijn medewerker bevestigt en zegt in één adem ‘hun wereld stort in’. Wie Van Reybrouck leest weet dat bijna elke Congolees redenen te over heeft naar Europa te willen. Pitchou Kamina (elf jaar in Zwitserland, geen strafblad, vast werk, vader geworden, op punt te trouwen) berust niet en houdt een fel anti(neo)koloniaal betoog. Inhumaan is dat besluit in zijn geval zeker. Maar open grenzen zijn onmogelijk en dus zul je mensen hebben die beleid uitvoeren waarbij je liever wegkijkt. Daaronder klootzakken en ‘meneer Denis’ die door al ‘zijn’ Congolezen omhelsd wordt. Pitchou mag trouwens blijven.

Jan Thijssen, Memoires van een vergeetal. VPRO, Het uur van de wolf, 8 mei, Nederland 2, 23.00 uur. Fernand Melgar, Speciale vlucht, Human Doc, 7 mei, Nederland 2, 22.58 uur