Gek van goede doelen

Afgelopen zaterdag won Nora van der Steeg ter ere van het vijftigjarig jubileum van AMREF flying doctors haar eigen foundation: tienduizend euro te besteden aan een project van AMREF in Afrika

De prijs illustreert de huidige tendens in de ontwikkelingshulp. Je hoeft geen Bono meer te heten om de wereld te redden. Iedereen kan nu een foundation op zijn naam zetten. De weeshuizen en buurtcentra schieten in de Derde Wereld als paddestoelen uit de grond. Nederlandse idealisten verbinden zich niet langer aan een organisatie, maar willen hun eigen initiatief ontplooien. De laatste jaren is er een explosieve stijging van het aantal kleine projecten. De Nationale commissie voor internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling (NCDO) telde dit jaar al 518 subsidieaanvragen voor particuliere ontwikkelingshulp.

AMREF doet niets nieuws. Toch was dit voor Theo Ruyter, journalist, Afrika-specialist, voormalig vrijwilliger en ontwikkelingswerker, de druppel die de emmer deed overlopen. ‘Wie heeft er eigenlijk baat bij deze wedstrijd?’ vroeg hij zich af: ‘Afrika of AMREF?’ Dit vormde de aanleiding om het Comité tegen de goede doelen gekte (GDG) op te richten. Het comité vindt dat de huidige hang naar liefdadigheid de aandacht afleidt van waar het werkelijk om gaat in het streven naar een menswaardig bestaan voor alle aardbewoners: er moet niet meer worden gegeven, maar minder worden afgepakt.

‘Ga niet met een four-wheel-drive door de jungle rijden om de bevolking te helpen.’ Dat zegt Moniek Zegers, lid van het comité. Met haar vriend Egon werkte ze twintig maanden in Rwanda bij vijf verschillende vrijwilligersprojecten. Ze begon naïef, maar werd al doende wijzer: ‘Uiteindelijk hebben we er zelf het meeste van geleerd. Dat is ook belangrijk, maar dan moet je niet doen alsof je anderen helpt. Bovendien doen veel goedbedoelde initiatieven de bevolking eerder kwaad dan goed.’ Ruyter voegt hier aan toe: ‘Ontwikkelingshulp doet niks aan de echte problemen, maar is enkel symptoombestrijding. Ook is het ondermijnend voor het eigen initiatief van de mensen ter plaatse.’

Twijfel over het nut van ontwikkelinghulp is niet nieuw. Maar nooit kwam die uit de hoek van de ontwikkelingswerkers zelf. Gaat het niet te ver om de nobele vrijwilliger in de achterwijken van Calcutta uit te maken voor een egoïstische nastrever van zijn zelfontplooiing?

‘Een druppel op de gloeiende plaat zeker?’ reageert Henny Helmich, directeur van de NCDO, die juist kleine projecten op de baan helpt. Ik zeg altijd maar: ‘De zee zit vol met druppels.’ ‘Het comité heeft een punt, maar neemt de burger niet serieus. Gelukkig zijn er veel mensen die niet willen wachten op de revolutie en zelf iets ondernemen. We moeten hen niet ontmoedigen.’

Zegers: ‘Ik zeg niet dat je geen vrijwilligerswerk mag doen. Wij willen alleen graag de aandacht verleggen. Er moeten structurele veranderingen plaatsvinden om de Derde Wereld echt te helpen. Zet je geld op een bank die doet aan duurzaam ondernemen. Informeer jezelf: lees echt nieuws. Koop _fair trade-_producten. Stimuleer andere mensen om dat ook te doen. Misschien kan een Afrikaan dan ooit eens een lening krijgen, zoals elk mens in Europa dat kan.’

‘Ik vertrouw op de mensen van AMREF. Zij zullen mij helpen om het geld op een goede manier te besteden’, antwoordt Nora, de enthousiaste winnares, op de vraag of zij het geen grote verantwoordelijkheid vindt om een eigen foundation te hebben. In 2008 bezoekt ze haar project, dan kan ze zien wat er van terechtgekomen is.