Gek van vroeger

Wat stond er geschreven? Verse asperges aspergeren het lekkerst. Ik kocht de asperges, zonder gebruiksaanwijzing. ‘Ik moet negen asperges van u? Of mag ik, mag ik zeven asperges van jou!’

‘Voor mij vandaag geen panama vol Kartoffelsalat. Voorboden van verboden koninklijke uitwerpselen, zoals jemals in Oranienburg.’
Ik trachtte de aandacht van mijzelf af te leiden. Ik wenste aangezien te worden voor een idioot. Een gek van vroeger, zoals deze destijds Zandstraat en Moddermolensteeg een vredig aanzien gaf.
Het lukte al behoorlijk. De groenbloedige, gestadig in gratie groeiende groentecocotte nam mij al serieuzer dan een paar minuten geleden. Steels begon zij mijn zakken met rijpe moerbeien te vullen.
Maar ik, ik hield vol. 'Waar, waar kan ik hier in zij- of dwarsstraat een fles vin du pays de Rhuys kopen? Alles heb ik geproefd, alles behalve de wijn van Rhuys. Waarvan het enige wat ik er van weet is dat ik weet dat zij ondrinkbaar is.’
Hier en daar klapt er nu iemand, achterwerk gevat in Knoll-meubel op even nummer in straat genoemd naar kamerplant, dubbel. 'Waarom dan drinken, waarom drinken dan!’ wordt er gesnickersnackt met hoofd vol ondrinkbaar bloed tussen de schoenpunten. Het beeft van de fruitvliegjes in zijn keuken, het is altijd aan de onderkant van de pagina dat hij de overlijdensadvertentie van zijn verwaarloosde vrienden moet lezen en zijn moerbeienparadijs zal nooit in zicht komen.
De donkerroze handdoek werd geheven. De slechts hier en daar met grauwe korrels bevlekte stengels zagen er, in de korte tijdsspanne dat zij zich krampachtig gestrekt tussen krat en weegschaal bevonden, behoeftiger uit dan ooit.
Maar wat was er werkelijk aan de hand? Probeerde ik de herinnering aan een ui onder te doen sneeuwen door valse ressentimenten op te vullen met laffe lofprijzingen? Was ik, nog maar kort geleden de goede verstaander van een eenzame ui, inmiddels tot zo ontuchtige hoogte gestegen?
Was het daarbij ook niet een veeg teken dat ik mij in leven hield met een teveel aan vraagtekens?