toneel

Gekanteld realisme

Van de brug af gezien

Eddie Carbone lost schepen aan de Brooklyndocks in de haven van New York. Hij is getrouwd met Beatrice en heeft de voogdij over zijn nicht Gina, een weesmeisje van zeventien. Aan het begin van het toneelstuk Van de brug af gezien (Arthur Miller, 1955-56) arriveren twee neven van Beatrice, Marco en Rodolpho, illegale arbeiders uit Italië. Ze worden in het huis van Eddie ondergebracht. Rodolpho gaat met Gina, iets wat Eddie niet kan aanzien. Als hij er niet in slaagt een wig te drijven tussen die twee geeft Eddie de illegalen aan bij de immigratiedienst, een Italiaanse doodzonde die hem op eerwraak komt te staan, die hij niet overleeft. De handeling wordt gadegeslagen en verteld door de advocaat Alfieri. De liefde van Eddie voor zijn nichtje en petekind Gina krijgt iets wanhopig noodlottigs omdat Eddie er geen tekst voor heeft. En hij is ervan overtuigd dat wat niet wordt gezegd ook niet bestaat. Hij wordt derhalve gedreven door het onbestaanbare, iets wat door zijn vrouw, die hij in bed niet meer aanraakt, als eerste wordt onderkend. Maar ook zij benoemt niet wat ze vermoedt. Voor de razende jaloezie die Eddie voelt jegens zijn ‘rivaal’ Rodolpho verzint Eddie alleen in zijn kop een aanduiding: het joch naait kleren, kookt lekker en zingt mooi, is dus homo. Als die obsessie zijn kop uit moet, komt niet dat woord 'homo’ eruit, maar zoent Eddie Rodolpho plat op zijn bek. Daarna kan niemand meer terug en doet het noodlot zijn verwoestende werk.
Het misverstand dat een vertelling waarin van alles broeit ook broeierig moet worden gespeeld wordt in deze voorstelling van Van de brug af gezien (Toneelgroep Oostpool, regie: Erik Whien) behendig afgeschoten. Miller werd in zijn hoogtijdagen weliswaar achtervolgd door Broadway-naturel, maar hij zocht in de vormgeving en in de speelstijl naar iets wat meer paste bij de larger than life itself-toonzetting van zijn tragedies voor de gewone mens. Dat begint hier bij de taal, een consonanten wegslikkend soort Balkenende-Bargoens. Eddie: 'Wa sie jij de sjiek ui. Moeje eges hee?’ Gina: 'Vi jet wa? Vandaag gekoch.’ Misschien ongeschikt voor minder getrainde oren, maar wel geestig. En raak. Het zet de personages op afstand, waardoor het spelen ook hoekig en onaf lijkt, gekanteld realisme, nauwelijks round characters, er hangen geheimen om die mensen heen, er blijft voldoende te raden over. De scenografie van Marc Warning combineert de weidsheid van troosteloze havenkades met extreme benauwdheid in huurkazernehuizen en dubbeltjespanden. Bovendien gebeurt er iets ingrijpends in dat decor, onder het motto: één doodklap is een effect, twee doodklappen doen de voltrekking van een heuse tragedie vermoeden. Regie, scenografie en acteren reiken elkaar qua inventiviteit prachtig de hand in de vormgeving van het 'koor’, de 'verteller’, advocaat Alfieri, die vanuit bijzondere zichtperspectieven commentaar geeft op de handeling.
Heijermans’ Op hoop van zegen, Gorki’s Zomergasten, Becketts Wachten op Godot, Millers Van de brug af gezien - het is een mooie startlijst van regisseur Erik Whien die met een jong ensemble wil grasduinen in het wereldrepertoire dat nog veel verrassingen voor hen in petto heeft. Alles consequent jong gecast, met als doel de vertellingen te veroveren en voor een naar toneel hunkerend publiek te heroveren. Volgend seizoen Hamlet, in de regie van de andere huisregisseur van Oostpool, Marcus Azzini. Erik Whien heeft alvast laten weten dat hij gaat meespelen.

Van de brug af gezien speelt nog t/m 25 april door heel Nederland;
www.toneelgroepoostpool.nl