Cathelijn Schilder, De Eenling

Gekanteld zelfbeeld

Cathelijn Schilder

De Eenling

Veen, 189 blz., € 14,95

Je hebt boeken, vooral van beginnende schrijvers, waarin helden de strijd aangaan met een hypernerveus gevoel van zelfreflectie. Ze vinden alles gek, niet alleen de wereld, maar vooral zichzelf. Zie mij lopen, zie mij denken, zie mij een rare kop hebben, wat doe ik hier, wat doen zij daar, waarom sta ik zo lang in de spiegel van die winkelruit te staren, enzovoort. De Avonden van Reve bevat zo’n held; J.D. Salinger schreef met The Catcher in the Rye misschien wel het grote schoolvoorbeeld. Niet veel geroutineerde schrijvers beginnen eraan omdat zij weten dat langs dit schrijvers pad nogal wat valkuilen vals grijnzend op de loer liggen. Mindere goden dan Reve en Salinger hebben de neiging er plompverloren in te vallen en merken vervolgens dat het niet meevalt er weer uit te klimmen. Hun boeken lopen bijvoorbeeld uit op vervelend zelfbeklag over de slechte wereld waarin niemand de edele held begrijpt, of op pedante ikfiguren die alles in de wereld beter doorzien dan de rest. Ironie is vaak de overheersende stijlfiguur in dit type werk en je moet er geweldig mee uitkijken. Voordat je het weet ben je als schrijver alleen nog een lolbroek of een kankeraar en mag je op de televisie keer op keer dezelfde kunstjes vertonen. Je kunt natuurlijk ook proberen een ernstiger variant van dit genre van de grond te krijgen. Dat deed bijvoorbeeld Connie Palmen met veel succes in De Wetten. Bij haar geen ironie maar verbaasde ernst: dat het met die kerels allemaal zo in elkaar zit, wie had dat gedacht.

Cathelijn Schilder presenteert in De Eenling een nieuwe en op het eerste gezicht vrolijke variant van dit genre waarin zij zorgvuldig de lastigste klippen omzeilt. «Ik was achttien toen er voor het eerst van mijn leven niemand naar mij keek.» Zo begint haar roman en daar nam ik wel mijn hoed voor af. Mooi om in je eerste boek maar gelijk een vette knipoog in de richting van een terecht beroemde beginzin van Harry Mulisch te maken: «Ik was achttien toen er gebeld werd.» Tegelijkertijd zet Schilders eerste zin zeer fraai haar gehele opzet neer: haar boek gaat over kijken en bekeken worden en over het verlies dat daarmee gepaard kan gaan. Het gevoel dat de wereld je ontglipt als er een verlies aan kijkmotivatie optreedt. Dit vereist een toelichting. Elian, de heldin van dit boek, is helft van een tweeling, en die twee hebben aan het begin van het boek besloten nu maar eens apart te gaan wonen, op eigen benen te gaan staan. Bij Schilder krijgen dit soort metaforen ineens een letterlijke betekenis, want Elian slaat aan het wankelen omdat ze niet meer als twee bekeken wordt, maar als één: «… en er was voor het eerst niemand die naar mij toekwam om te vragen: zijn jullie soms tweeling?»

Wat volgt is een verslag van de gevolgen van dit identiteitsverlies en Schilder zet daarvan een vrolijk en tegelijk tragisch beeld neer, zonder dat ze met dit soort grote woorden werkt, zeker niet in het begin. Haar stijl is associatief, puntig en zo geestig als wat. Ze houdt iets laconieks overeind, dat maakt dit werk licht en vrolijk, terwijl op de achtergrond de duisternis loert: «Ik zie er niet uit als mezelf, maar als iemand die een vleermuis heeft als huisdier.» Zelfmedelijden, dat natuurlijk ook, maar dat past bij de leeftijdsgroep van deze heldin en het gaat niet overheersen. Nog een fragment: «Hij kan goed zoenen, vraagt voortdurend: is dit lekker? Vind je dit lekker? ‹Ja›, zeg ik altijd. ‹Heel lekker.› Dat klinkt zo raar. Alsof hij voor me gekookt heeft.» Dit zie ik ineens voor me omdat het pijnlijk raak is en waar. Veel vaker zet ze dit soort associatieve zinnen neer die helemaal doel treffen: «Hij drinkt een groot glas roosvicee in één keer leeg, wat me alweer aan de dierentuin doet denken.» Waarom is dit zo goed? Omdat je ineens voor je ziet wat er nog niet was. Kortom omdat het literatuur is.

Naar het einde toe begint Schilder de donkere kant van dit boek wat mij betreft te veel uit te leggen. Haar heldin gaat ten slotte naar een psycholoog die er ondanks haar verzet in slaagt haar gekantelde zelfbeeld weer wat recht te zetten. Ik weet niet of dit wel nodig was, zonder die psycholoog en de uitleg had ik het allemaal ook begrepen en was het boek misschien extra schrijnend en mooi geweest. Maar nu is het ook mooi, daar aarzel ik geen moment over. Dit boek is een aangrijpend en tegelijk geestig en beheerst verslag van een rouwproces over zusjesverlies.