Toneellezen: ‘Lucia smelt’

Gekantelde werkelijkheid

In ‹Lucia smelt› spelen een acteur en een actrice dat zij een acteur en een actrice zijn. Toneeltekstschrijver Thomas Verbogt twijfelt aan de kracht van die vorm, tenzij hij heftigheid-naar-alle-kanten krijgt te zien. «Het hoeft allemaal niet zo keurig en braaf.»

Oscar van den Boogaard schreef een toneelstuk. Zijn eerste. Toen ik dat hoorde, dacht ik: prima. En ook: wil ik zien. Het proza van Oscar van den Boogaard heeft niet veel toegevoegd aan mijn leven, maar ik vind het wel van een heftigheid die me bevalt. Het is ontregelend en hoe dan ook brutaal. Een goed idee zo iemand te vragen een toneelstuk te schrijven.

Dit toneelstuk van Oscar van den Boogaard heet Lucia smelt. Op een herfstige avond ben ik gaan kijken. Ik fietste een beetje bezorgd naar het theater. In de agenda van de Amsterdamse krant stond immers een vergissing. Daar was te lezen dat het om een stuk van Oscar van Woensel ging. Mijn bezorgdheid was niet helemaal onterecht, want er zaten inderdaad een paar Van Woenselwatchers in de zaal. En dat was weer tenenkrommend. Een acteur hoeft maar even te hoesten en het is ontremd lachen geblazen. Kan voor dit soort lachers niet een speciaal theater uit de grond worden gestampt?

Enfin, Oscar van den Boogaard kan daar niets aan doen. Waar hij wel iets aan kan doen is aan een van de uitgangspunten van zijn stuk: de personages zijn een acteur en een actrice. In het theater is haast niets zo geestdodend als acteurs en actrices die acteurs en actrices spelen. Ook boeken waarin het gaat over schrijvers die heel erg met dat schrijven in de weer zijn, die bijvoorbeeld op zoek zijn naar een thema of naar de zin van hun werk, vind ik meestal niet om te lezen.

Iemand had tegen Oscar van den Boogaard moeten zeggen: «Doe dat nou niet, Oscar.» Ik begreep dat de auteur het in nauwe samenwerking met de acteur en de actrice heeft geschreven. Ja, die zullen natuurlijk niet zeggen «Doe dat nou niet, Oscar», want die vinden het lekker om een acteur en een actrice te spelen.

Kijkend naar Lucia smelt viel het me mee. Ik bedoel dat ik niet merkte dat ik het erg vond dat een acteur en een actrice een acteur en een actrice speelden, al was het alleen al omdat de actrice die de actrice speelde, Sara de Roo, heel erg goed is. Ik vroeg me wel af waarom de auteur hiervoor had gekozen. Waarom niet een leraar en een zakenvrouw? Later bedacht ik dat de keuze misschien toch wel niet voor niets was.

In Lucia smelt zien een man en een vrouw elkaar voor het eerst nadat ze een maand of zes geleden uit elkaar zijn gegaan. Een gegeven waarmee je alle kanten uit kunt. Meteen blijkt dat de man en de vrouw de beslissing die ze een maand of zes geleden hebben genomen, niet als de beste van hun leven beschouwen. De tekst van Oscar van den Boogaard geeft die informatie niet. Dat doen de acteurs. Niet alleen Sara de Roo is erg goed, Steven van Watermeulen komt ook een heel eind, hoewel ik hem eerder in grotere vorm zag. Tegelijkertijd maken de man en de vrouw ook duidelijk dat ze niet op die beslissing zullen terugkomen.

Dan heb je onmiddellijk een spanningsveld dat een toneelstuk levensvatbaar maakt. Ik kan niet met je, ik kan niet zonder je. Ik wil dat je me omhelst, ik wil dat je me met rust laat. Jij kent me als geen ander, maar ik laat me niet meer aan je kennen.

De voorstelling duurt ongeveer vijf kwartier, perfecte lengte. Boven de kassa staat dat ook vermeld, met viltstift op een vel papier, je weet dus hoeveel tijd de voorstelling opeist. Ik wil hier graag iets over zeggen. Natuurlijk is het hartstikke makkelijk daarover van tevoren ingelicht te worden. Je kunt nog een afspraak voor daarna maken. Of een taxi bestellen. Ik heb ook weleens iemand horen zeggen: «Dan weet je of je nog iets aan je avond hebt.» En bovendien kun je als het stuk helemaal niets is, en je hebt de hoffelijkheid niet snuivend weg te benen, op je horloge zien hoe lang de kwelling nog duurt. Dat laatste heeft voor- en nadelen. Het voornaamste nadeel is dat het bijna altijd nog te lang duurt als je op je horloge kijkt.

Maar ik vind het niet helemaal eerlijk ten aanzien van de werkelijkheid die door de theatermakers wordt opgeroepen. Een conflict komt op zijn kookpunt, je kijkt toevallig op je horloge en stelt vast dat de voorstelling over een minuut of vijf is afgelopen. Dan beleef je zo'n conflict toch anders dan wanneer je dat niet weet.

Het aantrekkelijke van theater vind ik dat je niet kunt zeuren over de waarheid van wat er op het toneel gebeurt. Je kunt niet zeggen: dat doen mensen niet. Want ze dóen het toch! Je ziet toch dat ze het doen! Die waarheid wordt te zeer gerelativeerd, te onschadelijk en te beperkt als je voordat je haar aangaat weet dat ze maar een bepaalde tijd waarheid mag zijn.

Goed, ik wist dus dat Lucia smelt vijf kwartier duurde en met dat spanningsveld wilde ik die vijf kwartier graag doorbrengen. Gegeven: nul fouten. Acteur en actrice: onontkoombaar. Nu nog de tekst.

In het theater in deze uithoek van de wereld is de tekst nog steeds vaak gedoemd een bijrol te spelen, maar met die situatie zal ik het nooit eens zijn. In mijn opvatting is het toch in belangrijke mate de tekst die de spelers in staat moet stellen mij te betoveren. En daarvoor ga ik naar het theater: om betoverd te worden, om een tekst te horen, nee, om een tekst méé te maken die ongekend en ongehoord is, die voor de volle honderd procent heftig is. Als ik dat laatste in het openbaar beweer, tijdens een debat of een lezing, dan moet ik dat bijna altijd even toelichten. Als ik het over heftigheid heb, bedoel ik heftigheid-naar-alle-kanten.

Als een personage van verlegenheid bijna geen woord kan uitbrengen, moet die introverte gesteldheid ook heftig zijn. Als een personage woedend op de wereld is (de meeste personages zijn dat in principe natuurlijk altijd), maar met die woede geen kant op kan, moet die permanente implosie heftig zijn. Heftig! Heftig! Zo heftig dat alles wat op toneel werkelijk is, ogenblikkelijk een beetje gaat kantelen op het moment dat het personage een stap in die werkelijkheid zet. Die gekantelde werkelijkheid blijft even de werkelijkheid die dan geldt, totdat een ander personage zijn opwachting maakt. Een schrijver moet over die heftigheid natuurlijk goed nadenken, voor zover daarover na te denken valt. Het is, geloof ik, meer een kwestie van een personage ópladen. Het laatste wat hij moet denken is dat de personages moeten praten op een manier die hij zelf zo nu en dan in zijn interessante omgeving hoort. Oscar van den Boogaard zit nog stevig in de ban van dit misverstand.
Iemand had moeten zeggen: «Het is meer werk dan je denkt, Oscar. Het hoeft allemaal niet zo keurig en braaf.»

Maar ik hoef het stuk gelukkig niet te recenseren. Ik denk er wel over na.

Ik denk nog steeds na over die acteur en die actrice die een acteur en een actrice spelen. Op het eind van het stuk, op het einde van het verhaal dat Oscar van den Boogaard over deze twee mensen heeft te vertellen, denk je dat de acteur die na zes maanden bij de actrice op bezoek komt, het huis verlaat om verder te gaan met zijn eigen leven. Dat is niet zo. De actrice gaat in bed liggen en de acteur komt naast haar liggen. «Lepeltje-lepeltje» heet deze manier van liggen, meen ik. Ik weet niet of ik dat moet begrijpen. Ik fiets naar huis en denk: de acteur en de actrice, de gespéélde acteur en actrice, hebben maar gespééld dat ze zes maanden geleden de beslissing hebben genomen van elkaar weg te gaan. Dat spel is hun manier om hun relatie onder spanning te houden. Dat de personages dus acteur en actrice zijn, helpt hen dit spel op volle kracht en tot het uiterste doordacht te kunnen spelen.

En dan is er nog iets. De actrice die de actrice speelt, de prachtige Sara de Roo, is zeer zwanger. Eerst dacht ik dat ze iets onder haar jurk had waardoor we dáchten dat ze zwanger was, dat we dus te maken hadden met een zwangerschap die in het stuk een rol speelde. Er werd niet over gesproken, er werd niets mee gedaan. Toen dacht ik dus: de actrice is echt zwanger, misschien een ongelukkige omstandigheid binnen het verhaal dat dit stuk vertelt, maar alla, moet kunnen.

Als ik Sara de Roo was geweest had ik gezegd: «Die rol komt me nu niet zo goed uit, Oscar.» Dat heeft ze niet gezegd. Daarom wordt daarover nagedacht door een fietser, geen recensent, die zich over de Ferdinand Bolstraat in de striemende herfstregen huiswaarts spoedt. Nogal koortsachtig zijn die gedachten, want ook komt in mij op dat het misschien toch een toneelzwangerschap was en dat het bij het spel van personages hoorde dat ze het daar niet over hadden.

Deze kwestie bleef uiteindelijk over aan het einde van de avond waaraan ik toch iets had gehad, want ik was een kort verhaal begonnen over een man die naar het theater gaat omdat daar een stuk te zien is waarin zijn ex-geliefde speelt. Het is een stuk over een acteur en actrice die lange tijd hebben samengeleefd en dat nu niet meer doen. Ze proberen nu voor het eerst te praten over die tijd. De actrice is zwanger. De man die in het publiek zit, vraagt zich af of dit echt is of niet. Tijdens het stuk krijgt hij geen antwoord op die vraag. Hij wordt er min of meer krankzinnig van.

Gelukkig had ik nog wat aan mijn nacht.

Lucia smelt is nog tot begin december te zien. De data zijn afhankelijk van de zwangerschap van actrice Sara de Roo. Zie: www.stan.be