Economie

Gekke koeien

In de berichtgeving over de kredietcrisis vliegen de metaforen je om de oren: militaire (explosie, implosie), biochemische (verrotten, schimmels) en weerkundige (recessie, depressie) vergelijkingen tuimelen over elkaar. Het nadeel van deze vergelijkingen is dat ze de oorzaak van de kladderatsj buiten de financiële markten leggen en weinig zeggen over de mechanismen achter de gedaanteverwisselingen die de kredietcrisis sinds augustus 2007 onderging.
Tijdens het lezen van Niall Fergusons The Ascent of Money begon het te dagen: ‘onze’ financiële markten lijden aan gekkekoeienziekte. Ga maar na: gekkekoeienziekte tast het hersenweefsel van zoogdieren aan, dat bestaat uit complexe neurale netwerken die in bereik en dichtheid kunnen variëren. Financiële markten zijn net zo. Ook die zijn opgebouwd uit complexe, grensoverschrijdende netwerken van banken, fondsen, beurzen en handelaren.
Bovendien geldt voor beide netwerken dat ze fragiel zijn. Gekkekoeienziekte ontstaat wanneer een dier besmette eiwitten (prionen) binnenkrijgt die hersencellen aantasten waardoor er gaten vallen in het hersenweefsel en functies uitvallen. Het financiële equivalent zijn de veelbesproken ‘rotte waardepapieren’: verhandelbare certificaten die recht geven op stromen rentebetalingen die door de waardedalingen van huizenprijzen in Florida en Californië door de bewoners niet meer konden worden opgebracht, waardoor de certificaten hun waarde verloren. En de rest is geschiedenis.
Wat begon op de Amerikaanse hypotheekmarkt sprong via de val van Lehman Brothers op 15 september over naar de mondiale derivatenmarkt, besmette de kortetermijnpapierenhandel, legde het interbancaire verkeer stil, tastte de aandelenmarkt aan, daarna de bedrijfsobligatiemarkt en dreigt nu de markt voor staatsobligaties te bevriezen. Het financiële netwerk dat ons tot juli 2007 een illusie van stijgende welvaart voorhield, werd in twintig maanden tijd een lappendeken die iedere economische activiteit smoort.
Deze metafoor verzinnebeeldt meteen ook een wat genuanceerder antwoord op de schuldvraag dan de momenteel zo populaire heksenjacht op bankiers suggereert. Het is de regering-Clinton die via de democratisering van het eigenhuizenbezit verantwoordelijk is voor de introductie van de hypothecaire ‘prionen’, het zijn sparende Chinezen en Hollanders die verantwoordelijk zijn voor het goedkope geld dat de bancaire vraatzucht heeft gewekt, het zijn vraatzuchtige bankiers die verantwoordelijk zijn voor de wereldwijde verspreiding van ‘giftige waardepapieren’ en het zijn de toezichthouders die de ‘prionen’ te lang hebben laten doorzieken en een lokale financiële crisis hebben laten transformeren in een mondiale economische depressie.
Anders dan bij de gekkekoeienziekte is tegen hypothecaire prionen namelijk wel kruid gewassen. Dat zijn niet de kapitaalinjecties waarmee overheden nu wereldwijd daadkracht simuleren. Ondanks miljarden aan staatssteun wantrouwen banken elkaar nog altijd. Zolang onduidelijk is hoeveel rotte producten zij in hun boeken hebben en het gevaar bestaat dat steeds meer producten besmet raken, zullen banken keer op keer moeten afboeken, het onderlinge vertrouwen dus verder schaden en het goedkope geld van staat en centrale bank gebruiken om de eigen reserves te spekken. Banken redden is dan zoiets als bakkerskinderen brood geven.
Maar ook financieel nationalisme is het antwoord niet. Van banken eisen dat zij in ruil voor staatssteun binnenslands krediet verstrekken, versnelt het proces van ontvlechting alleen maar. Even zorgwekkend zijn de verkopen van bancaire participaties in Zuid-Afrika, Australië en China. De geschiedenis leert dat nationalisme een funeste respons is; ‘eigen arbeiders eerst’ vergiftigt de bron van onze mondiale welvaart – toenemende internationale arbeidsdeling. Het is afwachten in hoeverre de Europese geloofsbelijdenis aan vrijhandel meer is dan lippendienst.
Al in de tweede helft van 2007 circuleerden plannen om de hypothecaire prionen onder te brengen in zogenoemde ‘vuilnisbanken’. Omdat het gaat om internationaal verhandelde producten en internationaal opererende instellingen is daarvoor internationale coördinatie nodig. Afgaand op de uikomsten van de Eurotop in Berlijn is die verder weg dan ooit. Ondanks mooie woorden over internationale samenwerking leverde de top slechts een roep om scherpere regulering van hedgefondsen en belastingparadijzen op. Alsof die het probleem zijn en niet de blinde vraatzucht van grote systeembanken als ABN AMRO, Citigroup, RBS en Fortis! Dit doet vrezen dat de Europese leiders zich meer laten leiden door gemakzuchtig populisme dan door nuchtere analyse. De enige manier om de voortschrijdende aftakeling te stoppen is namelijk door de hypothecaire prionen te isoleren. Dat moest al veel eerder gebeuren. Dat een oproep als deze achttien maanden na dato nog steeds moet worden geschreven, illustreert een onthutsend politiek onvermogen.