Opera: ‘L’elisir d’amore’

Gekleurde drankjes

L’elisir d’amore © Bjorn Frins

Een opera uit 1832, van belcanto-componist Gaetano Donizetti, die speelt in een afgelegen Italiaans boerendorpje en gaat over een liefdesdrank die ook nog eens bedrog is. Het klinkt meer dan achterhaald. Maar L’elisir d’amore bevat prachtige melodieën en gaat over jonge mensen die zeggen ongeneeslijk verliefd te zijn of dat juist hevig ontkennen. Er valt van alles mee te doen, zo laat tenor Rolando Villazón als hij de opera in Baden-Baden regisseert het verhaal spelen op de set van een stomme cowboyfilm, een hilarische uitvoering die nog steeds op internet te vinden is.

In deze corona-tijd, die het werken in de theaters, maar vooral in de operatheaters met hun vaak gigantische bezettingen niet gemakkelijk maakt, heeft Opera Zuid het in samenwerking met De Nationale Opera Studio, De Nationale Opera en de Nederlandse Reisopera eenvoudiger aangepakt. Het koor werd geschrapt en er bleven maar vijf hoofdrolspelers over, jonge mensen van nu in eenvoudige, moderne kleren. Het orkest werd door muzikaal bewerker Pedro Beriso tot een klein ensemble gereduceerd, de voorstelling duurt maar anderhalf uur en speelt op één plek: het sjieke penthouse boven op een wolkenkrabber van de ouders van Adina, rijke mensen met een zwembad en een prachtig uitzicht over een stad (decor: Amber Vandenhoeck).

Maar het belangrijkste is dat we jonge mensen van nu zien met hun zwakheden, onzekerheden, inconsequenties. Ze zingen dan wel prachtig, maar dat is om zich een houding te geven, om zich groter voor te doen dan ze zijn, om de anderen te overtuigen en nog meer zichzelf. Adina (de heel mooi zingende en levendig spelende Armeense sopraan Julietta Aleksanyan) is knap, wispelturig, lijkt heel erg van zichzelf overtuigd, maar is behoorlijk snel van haar stuk gebracht. De Argentijnse tenor José Romero is als de jonge Nemorino een beetje lomp, weet zich met zijn houding geen raad en stoot met zijn overstelpende liefde Adina eerder van zich af dan dat hij haar aantrekt. Ook al doen ze rare dingen, zoals Nemorino die plotseling in het leger gaat, ze zijn in hun onberekenbaarheid allebei volkomen herkenbaar, of je nu denkt aan 1832, 1961 of 2021.

Om hen heen zijn ‘dokter’ Dulcamara (bariton Sam Carl) met zijn gekleurde drankjes, pilletjes en nep-cocaïne, de Zuid-Afrikaanse bas Martin Mkhize als stoer doende sergeant Belcore en sopraan Bibi Ortjens als een vrolijke Giannetta volkomen overtuigend. Regisseur Marcos Darbyshire laat subtiel in het midden of deze vrolijke opera wel zo vrolijk kan aflopen. Het decor is intussen tot een puinzooi verworden.

De philharmonie zuidnederland vaardigt een klein aantal musici af die onder leiding van dirigent Enrico Delamboye soms bijna solistisch spelen. Ik vind het een overrompelende voorstelling. Dat die voorlopig alleen gestreamd te zien zal zijn, doet daar niets aan af.


Operazuid.nl/events/lelisir-damore