Economie

Gekleurde wetenschap

Kamerlid Pieter Duisenberg gooide vorige week de knuppel in het hoenderhok: de sociale wetenschappen zouden politiek gekleurd zijn. Sociaal-psycholoog Joris Lammers berichtte eerder dat slechts vier procent van ruim vijfhonderd ondervraagde wetenschappers in de Verenigde Staten sociaal-conservatief was – bepaald geen afspiegeling van de Amerikaanse maatschappij. Hoe zit dat hier? Duisenberg wil het uitgezocht hebben.

Zijn motie is rood vlees voor populisten. Gretig kozen ze voor de rol van underdog. Sid Lukkassen van The Post Online, naar eigen inschatting ‘uit een nest van no-nonsense middenklassers en hardwerkende arbeiders’, wist er wel raad mee: ‘Universiteiten en hogescholen zijn broeinesten van GroenLinks- en D66-denken, maar Nederland kent ook grote lappen VVD, PVV en CDA: deze bevolkingssegmenten zien hun belastinggeld dus niet terugkomen in onderwijsresultaat.’ Even rechtzetten: Duisenbergs punt was niet dat onderzoek en onderwijs democratisch gekozen standpunten moeten uitdragen. Zijn zorg was dat in universiteiten een politiek correcte cultuur heerst waardoor rechtse mensen er geen baan vinden – of indien wel, dan slechts door hun politieke voorkeuren te verdoezelen.

In verkiezingstijd moet je overal iets achter zoeken. Probeert Duisenberg de PVV-kiezer te paaien? In dat geval weet ik niet of je de vermeende discriminatie speciaal de wetenschap moet verwijten. Het schijnt dat het in Nederland moeilijk is een baan te vinden als je je als actief PVV-aanhanger afficheert, maar misschien nog wel het minst in de wetenschap. Immers, in een omgeving met veel hoogopgeleide, onafhankelijk denkende mensen is er eerder méér dan minder ruimte voor vreemde snuiters. Neem Thierry Baudet, de lijsttrekker van Forum voor Democratie. Hij kon zich ongeremd uiterst rechts profileren toen hij nog postdoctoraal onderzoeker en docent in Leiden en Tilburg was. Het kan dus wel degelijk. Anderzijds kan ik me goed voorstellen dat zulke figuren het niet ver brengen in de wetenschap, waar alles draait om gerede twijfel en alternatieve verklaringen. Een houding die moeilijk te rijmen is met de uitstraling van rechts-radicalen die ik op mijn scherm in actie zie. Dat heeft niets met een glazen plafond te maken. Je laat nu eenmaal geen olifanten los in de porseleinkast van de wetenschap.

Zo’n argument gaat natuurlijk niet op voor de gemiddelde VVD’er met wetenschappelijke ambitie. Wordt ook die geweerd uit de ‘broeinesten van GroenLinks- en D66-denken’ die universiteiten en hogescholen heten te zijn? Een relevante vraag ook voor mijn eigen vakgebied, dat vreemd genoeg niet ter sprake kwam in deze kwestie. Duisenberg (zoon van oud-PvdA-minister Wim Duisenberg) zou toch moeten hebben ervaren dat ook hier politieke kleur de wetenschap wel eens beïnvloedt.

De ­beweging richting populisme heeft een prijs

We hebben geen motie nodig om dit uit te laten zoeken: dat hebben de economen zelf al gedaan. Op de economensite Me Judice publiceerden Harry van Dalen, Arjo Klamer en Kees Koedijk in 2015 een studie naar het stemgedrag van vakgenoten. De ergste vrees van Duisenberg lijkt bewaarheid te worden. D66 leidde met stip (41 procent), gevolgd door PvdA (14), GroenLinks (13), VVD (12) en CDA (11). Twee derde van de Nederlandse economen is links-liberaal of gewoon links. Bij de uitersten van het politieke spectrum vind je ze vrijwel niet, noch ter linkerzijde (de SP krijgt 3 procent), noch bij uiterst rechts. De PVV eindigde onder aan de lijst met een schamele 0,4 procent.

Ik kan het best plaatsen. Een beroepsgroep die geobsedeerd is door rationeel keuzegedrag kiest massaal voor het ‘redelijk alternatief’, de leus van D66. Nederlandse poldereconomen werden evenzeer aangesproken door het PvdA-ethos van ‘de boel bij elkaar houden’, zoals Job Cohen het verwoordde. In 2017 zal het niet veel anders zijn.

Als je echt wilt, kun je in deze cijfers het bewijs zien van een club theedrinkers met linkse hobby’s, waar mensen die wel opkomen voor no-nonsense middenklassers en hardwerkende arbeiders het hoofd wel tegen moeten stoten. Ik zie er iets anders in. Dezelfde studie rapporteert ook het stemgedrag in 1994: PvdA 33 procent, VVD 23 procent, D66 19 procent, CDA 14 procent. De VVD heeft ingeboet aan aantrekkingskracht onder economen.

Waar conservatief rechts voor een vorige generatie nog een serieuze optie was, is dat voor de huidige lichting economen nauwelijks meer het geval. Ik geef ze geen ongelijk, gezien het toenemend simplisme binnen de partij. De beweging richting populisme heeft een prijs, en Rutte noch Zijlstra lijkt zich daar veel aan gelegen te laten liggen. Duisenberg is een van de VVD’ers die hierin een kentering zou kunnen brengen. Hij moet dan beginnen met het probleem te zoeken daar waar het ligt: in zijn eigen partij.