De Joegoslavische president Slobodan Milosevic spreekt het Joegoslavische volk toe via de staatstelevisie, 2 oktober 2000 © Srdjan Sukia EPA / ANP

Het was een jaar na de oorlog. Ik heb het over die andere oorlog in Europa van dertig jaar geleden, die nu door de oorlog in Oekraïne weer dichterbij komt dan me lief is. Een jaar na die oorlog in voormalig Joegoslavië was ik langzaam aan het wennen aan Nederland, maar ik zat nog steeds gevangen in een cocon van verlies, shock en de eenzaamheid van een vluchtelingenbestaan. Voor mijn afstudeerproject besloot ik onderzoek te doen naar de enige vraag die me toen interesseerde: hoe konden wij in het Joegoslavië van broederschap en eenheid in zo’n korte tijd in haat en moord vervallen? Er lag al een voedingsbodem voor nationalisme, maar dat het zo grondig was geëscaleerd was voor mij niet te bevatten.

Ik studeerde film- en televisiewetenschappen in Amsterdam en was geïnteresseerd in de rol die de media hadden gespeeld bij de ontwikkeling van het nationalisme en de haat die uiteindelijk zouden ontaarden in de oorlog. Ik verdiepte me in mediamanipulatie, in theorieën over alle soorten propaganda, over misbruik van de geschiedenis en het psychologische raderwerk dat een bevolking klaarstoomt voor een oorlog.

Voor het veldwerk ging ik naar Belgrado, naar de archieven van de Servische televisie. De spanning leek daar, een jaar na de beschietingen in de buurlanden, wat af te nemen, maar de emoties waren nog overal aanwezig en niemand nam de verantwoordelijkheid voor wat er gebeurd was. De leiding van de Servische televisie zat helemaal niet te wachten op iemand die hun archieven kwam analyseren en alle officiële deuren bleven voor mij gesloten. Gelukkig wist een jeugdvriend me een illegale toegangspas te bezorgen, waarmee ik incognito en ongestoord de Servische nieuwsuitzendingen uit de oorlog kon ontleden.

En daar gebeurde precies wat ik in de boeken had gelezen: de structurele manipulatie van menselijke driften leidde tot een oorlogszuchtige houding. Er werden emoties uit het verleden opgeroepen om de Ander, in dit geval de Kroaten en de moslims, te depersonaliseren en tot collectieve vijand te maken. Met verbazing zag ik hoe onbeschaamd dat gebeurde en hoe snel het proces van demonisering zich ontwikkelde. Nog maar kort voor die nieuwsuitzendingen waren Serviërs bevriend geweest met de Ander en hadden ze elkaar liefgehad.

Vanuit de archiefkelders werd me duidelijk dat de nieuwe ideologie een gruwelijke weg was ingeslagen en dat er uiterst gericht werd omgegaan met het rechtssysteem en de nieuwsfeiten. Aangezien er weinig toegang was tot doordachte en redelijke informatie was alles gericht op het scheppen van een klimaat van angst, haat en afschuw. Deze gevoelens moesten het gebruik van terreur tegen de Ander rechtvaardigen en daarna was er geen weg meer terug. Als zich even geen goede aanleiding voordeed om haat te zaaien, werden er gebeurtenissen uit de geschiedenis opgehaald om te herhalen hoe slecht de Ander was.

Na twee maanden in de Servische archieven moest ik mezelf eraan herinneren dat ik mijn hele leven met moslims, Kroaten en Serviërs had gedeeld, dat moslims geen ‘gevaarlijke primitievelingen’ waren die, net als in de Tweede Wereldoorlog, de ‘genetisch genocidale Kroaten’ achterna zouden gaan om de Serviërs te vermoorden.

Nu er in Europa opnieuw een oorlog is uitgebroken kan ik niet anders dan me voorstellen hoe de Russische media op hun beurt een angst en verdeeldheid zaaiend verhaal vertellen. Ze focussen zich op het nazistische verleden van de Oekraïners, kiezen de juiste gebeurtenissen uit de geschiedenis om de aanval van nu te rechtvaardigen. Ze zullen herhalen dat Oekraïne in zijn labs biologische wapens ontwikkelt en de discriminatie van het Russisch sprekende deel van de bevolking aangrijpen als bewijs dat de Oekraïners eigenlijk nooit gedeugd hebben. Aangezien in Rusland geen buitenlandse media meer te zien zijn, krijgt de Russische bevolking geen toegang tot andere meningen.

Het hoofd van de Kroatische televisie wilde al in 1997 laten zien hoe democratisch zijn land was en had mij via een brief aan de Universiteit van Amsterdam volledige onderzoeksvrijheid gegarandeerd. De htv-kelders in Zagreb waren vers geverfd en een breed glimlachende dame aan de receptie probeerde de nieuwe, moderne tijd uit te stralen. Er werden me twaalf vhs-banden overhandigd waarop nieuwsuitzendingen uit de oorlog zouden staan. Het blkee te gaan om onhandig gesneden en buitengewoon irrelevante stukken uit de nieuwsrubrieken.

Gelukkig had een familievriend samen met zijn ‘antifascistische bond’ tijdens de oorlog zelf opnamen gemaakt van nieuwsuitzendingen. In hun collectie herkende ik dezelfde methodiek die ik al kende uit Belgrado. Alleen de namen van protagonisten en antagonisten waren anders en men sprak de taal met net een ander dialect. Ook hier werd er alles aan gedaan om emoties op te wekken en die te gebruiken voor het zaaien van haat en het versterken van collectieve emoties. Er werd nadrukkelijk in tegenstellingen gewerkt: Wij, verdedigers van vaderland, cultuur en vrijheid, tegenover Zij, de dreigende barbaren, de decadentie en de dictatuur. Aan veronderstellingen werd niet getwijfeld en ze werden gebruikt als feiten. Ook hier werd creatief omgegaan met de geschiedenis om de ‘bloeddorstigheid’ en ‘megalomanie’ van de Serviërs te bewijzen.

Op een dag ontdekte ik dat de Kroatische televisie beelden had uitgezonden die ik eerder in de archieven van de Servische collega’s was tegengekomen. Beide zenders toonden de gruwelijke beelden van vermoorde dorpelingen op hun achtuurjournaal op dezelfde dag. Volgens het Servische journaal waren de slachtoffers Servisch en op het Kroatische nieuws ging het om Kroatische burgerdoden. Alleen over de ‘gevaarlijke primitieve Bosnische moslims’ waren ze het in Belgrado en Zagreb eens.

Nederlanders zijn inmiddels angstig en hebben een oordeel over die ‘verschrikkelijke Russen’

De Oekraïense president Volodimir Zelenski is in korte tijd ’s werelds populairste politicus geworden. De manier waarop hij zich uitdrukt, de dingen die hij zegt, hoe en wanneer – vooral het Westen krijgt er maar geen genoeg van. Zelenski heeft de media niet nodig om hem groot te maken, maar de Oekraïense media zijn wel druk bezig om de bevolking strijdlustig te houden. Hoe kan het ook anders. Dood, verwoesting, vluchtelingen, gewonde kinderen, angst… het enige wat de media nog staat te doen is vechten voor hun vaderland en een patriottische toon aanslaan; voor elkaar, met elkaar. Ook daar is er geen ruimte voor nuances. De media van de vijand worden van de eigen interpretatie verzegeld. Elke kritiek op de beslissingen die de Oekraïense leiding neemt, wordt gezien als gebrek aan vaderlandsliefde. Het motto in Oekraïne lijkt: de wereld staat achter ons, want Wij zijn Europa, democratie en welvaart, terwijl Zij, de Russen, staan voor Siberië, leugens en communisme.

De laatste post die ik aandeed tijdens mijn afstudeeronderzoek was mijn geliefde Sarajevo, de stad waar ik ben opgegroeid. Ik hoopte op het beste en vreesde het ergste. De kelders van de Bosnische televisie gruwelden nog van de oorlog. Slechts vijf jaar eerder werkte ik hier zelf voor een onafhankelijke televisiezender. De helft van het gebouw was nu door ingeslagen granaten niet meer in gebruik. De televisiestudio’s leken meer op de set van een horrorfilm dan op een functionerend bedrijf. Bij binnenkomst moest ik me drie keer identificeren, alles draaide om veiligheid. Een oud-collega nam mij elke dag mee naar binnen en deed alsof ik voor hem aan het werk was.

Ik kon me nog goed herinneren dat helemaal in het begin van oorlog, nog voordat ik vluchtte, de Bosnische televisie, veel meer dan de andere twee, zich duidelijk focuste op samenzijn, verbinden en vrede. Maar uit de archieven bleek dat de sfeer, helaas, snel en onherroepelijk was veranderd. Net zoals bij de Servische en Kroatische televisie werden ook hier de eigen hoofdpersonen in het conflict tot helden, zo nodig martelaars gemaakt, en de Anderen waren eerstegraads criminelen en fascisten. Mensen die nuances probeerden aan te brengen en te waarschuwen werden al snel als bedreigend gezien en aangewezen als verraders van het kersverse vaderland.

Ook hier zag ik het vermogen om het verleden steeds opnieuw samen te stellen en te verbeelden. En dus ook te gebruiken ter verdeling. Vrede en samenzijn, waar in het begin zo vaak en oprecht om geroepen werd, verdwenen volledig. Alleen nog strijdlust en mobilisatie kwamen aan bod. Volgens de Bosnische televisie waren de Kroaten genetisch genocidaal en de Serviërs bloeddorstig megalomaan. Het klonk me inmiddels al te bekend in de oren.

In alle deelrepublieken werd van de Andere medebewoners geëist, als ze tenminste hun baan of hun leven wilden behouden, dat ze zich in het openbaar distantieerden van wat er in hun land van oorsprong gebeurde. Nergens was ruimte voor de bredere context die het vuur zou kunnen blussen, laat staan voor de mooie gedeelde herinneringen. De geschiedenis werd gemanipuleerd om het contrast met de tegenstander te versterken; de voormalige buren, vrienden en familie werden geassocieerd met immoraliteit, tirannie, genocide…

Inmiddels is het meer dan dertig jaar geleden dat de oorlog in Joegoslavië uitbrak, en de situatie in Servië, Kroatië en Bosnië is onveranderd. Onder de mensen die ooit hun land samen opbouwden heersen nog steeds nationalisme, angst, argwaan en haat. Had het anders gekund? Zeker. Het had ook heel goed kunnen aflopen. Maar na 140.000 doden en meer dan vierenhalf miljoen gevluchte burgers deed die vraag er niet meer toe.

Tot vandaag. Opnieuw is het oorlog in Europa. Deze keer is Oekraïne aan het bloeden. De wereld staat op zijn kop. Vanaf de eerste dag ben ook ik wanhopig. Ik slaap niet. Ik herinner me weer veel te goed wat oorlog is en weet dat elke dag dat die langer duurt meer mensen er levenslang aan zullen lijden.

Weer zit ik gekluisterd aan het nieuws. Het Nederlandse nieuws deze keer. Het duurde een paar dagen tot ik ook in de Nederlandse berichtgeving een herkenbare beeldvorming zag ontstaan. De Nederlandse media lijken ook op de rijdende trein van oorlogshysterie te zijn gestapt en ze doen weinig tot niets om de vrede te bevorderen. In plaats daarvan zijn ze bezig de polarisatie te voeden. Er wordt willekeurig met de geschiedenis omgegaan. In een nieuwsprogramma wordt Poetin zonder enige kennis van zaken vergeleken met Stalin. Er is geen ruimte voor de bredere context. Niemand kan over Onze verantwoordelijkheid bij het ontstaan van deze crisis beginnen zonder in het FvD-hoekje geduwd te worden.

De Europese Unie heeft het haar burgers onmogelijk gemaakt om naar Engelstalige Russische staatsmedia als Russia Today en Sputnik te kijken, die zijn geblokkeerd. Het enige wat we hier van de Russische televisie te zien krijgen zijn beelden die door persbureaus en redacties van commentaar worden voorzien. Waarom gedragen we ons hier alsof wij ook in oorlog zijn?

Nederlanders zijn inmiddels ook angstig en hebben een duidelijk oordeel over die ‘verschrikkelijke Russen’. Kunst-, sport-, studenten- en zakelijke samenwerkingen met Russen worden stopgezet. Instellingen eisen van privépersonen dat ze zich distantiëren van Ruslands politiek als ze hun baan willen behouden, Nederlanders vinden dat ze het recht hebben om hun Russische obers/nagelstilisten/winkeliers te vragen waar ze vandaan komen en meteen daarna een negatieve Poetin-verklaring te eisen. Tussendoor laten Facebook en Instagram het ‘aanzetten tot haat tegen Rusland’ tijdelijk toe en tot een paar dagen geleden verkocht Amazon T-shirts van het Oekraïense Azov-bataljon met daarop hun versie van het hakenkruis en de tekst ‘Support Ukraine’.

Dan verbaast het niet dat je tijdens de ‘vredesdemonstraties’ op het Museumplein Amsterdammers ziet springen bij de woorden: ‘Wie niet springt is een vieze Rus.’ Ik kon mijn ogen niet geloven. Ik was weer terug in Zagreb, in 1993, waar Kroaten op weg naar het slagveld zongen: ‘Wie niet springt is een Serviër.’

Lidija Zelovic is filmmaker en creatief producent bij Zelovic Film. In 2015 verscheen haar veelgeprezen documentaire My Own Private War.