Gekraak en niet-klank

Ooit een musicus zichzelf op de bek zien timmeren? Op een muzikale manier, wel te verstaan? El rey del corcho, de Koning van de Kurk uit Argentinie, doet ‘t. Met de behendigheid van een jongleur bespeelt hij een vierkante centimeter tussen zijn voortanden waar hij een kurk tussen geklemd houdt. Walsen, tango’s, je kunt het zo gek niet verzinnen of hij tovert ze uit zijn gebit. Begeleid door een gitarist, produceert el rey een geluid dat het midden houdt tussen dat van castagnetten, tap-dancing en woodblocks.

De kurkenkoning vormde de mascotte van het driedaagse Contemporary Improvised Music festival in het Korzo Theater en Zeebelt in Den Haag en het Bimhuis in Amsterdam. Dit festival, nu voor de derde keer georganiseerd door componist/rietblazer/organisator Peter van Bergen, droeg de titel Tijdkring. Van Bergen werpt daarmee de vraag op of, in dit huidige tijdvak waarin veelzijdigheid, multidisciplinariteit, cross-overs en allerlei theatrale invloeden de geimproviseerde muziek kleuren, een vergelijking met de futuristische beweging uit de jaren tien en twintig op zijn plaats is.
Hoewel het festival uit vijf concerten bestond - van Guus Janssen tot het Italiaanse Forma Fluens en van LOOS tot de saxofonist Hans Reichel - vormden alleen al de diverse optredens op vrijdagavond in het Korzo een levendige bevestiging van deze stelling; niet in de laatste plaats vanwege de felgekleurde futuristische hapjes (naar recept van Marinetti) die de Belgische kok Peter de Bie met succes serveerde.
Op het eerste gezicht was er geen verband tussen de associatieve woordcollage van Gerardjan Rijnders, het majorettemeisje met draaiorgeltje hoog in de nok van het theater, de musici Huib Emmer en Paul Koek die met nietsontziende kracht gitaar en slagwerk afranselden en de bekoorlijke Yonina die niet alleen het publiek met haar sensuele buikdans om de vingers wond, maar zich tot een waar illusionist ontpopte door in de lucht te zweven en een van haar assistentes door midden te zagen. Op het tweede gezicht was er nog steeds geen verband, behalve dan dat ze toevallig allemaal verzeild leken geraakt in ditzelfde optreden dat zich centreerde om het - met een microfoon versterkte - doorsteken van twee blokken diepgevroren koolzuur met plaatjes zink die met luid gekerm protesteerden. Tenslotte heette dit elektrisch muziektheater niet voor niets Schreiend zink.
Waar Schreiend zink refereert aan Marinetti’s liefde voor variete, was het optreden van de Mexicaanse multi-instrumentalist Roberto Morales typisch een produkt van deze tijd. Verschillende primitieve, oud-Indiaanse instrumenten (zoals een steen- en bamboefluit en een harpje met klankkast) bespelend gaat hij een dialoog aan met zijn elektronische tegenspeler op tape. Dat resulteert in poetische, vaak meditatieve klanklandschappen.
Voice Crack staat daarentegen midden in de futuristische traditie. Zoals Russolo met zijn intonarumori (kraakdozen) ruis, gekraak en niet-klank celebreerde, zo produceert het Zwitserse duo Moslang en Guhl een knetterende diarree van elektronisch geblurp, dat in volume niet onderdoet voor het openboren van een stuk asfalt. Twee op en top knutselaars die met een schijnbaar dodelijke ernst in de elektronische prut kneden en wroeten.
Schijnbaar. Want precies op het punt van de ‘houding’ gaat de vergelijking met de futuristen mank. Ook al hadden de futuristen, dadaisten en bruitisten de breuk met de traditie en de onzin tot hoogste doel uitgeroepen, van enige zelfrelativering was geen sprake. En die naiviteit hebben wij, door overal dubbele bodems en ironietekens te ontwaren, ten ene male verloren.
Behalve el rey del corcho. Die viel volledig met zichzelf samen. Ook in de jaren twintig zou hij een onbetwist succesnummer zijn geweest.