Filmfestival onderzoekt de spanning tussen traditie en moderniteit

Gekruisigd met een kogel

Reframing Tradition’, het opnieuw kadreren van ‘traditie’, is het thema van Africa in the Picture. Met wat voor soort cinema – westers vocabulaire, Afrikaanse energie – gaan Afrikaanse filmmakers om met de geschiedenis, met herinnering?

De Kaapse theatergroep Dimpho Di Kopane en de Britse regisseur Mark Dornford-May maakten een jaar geleden furore met de op Georges Bizets opera geïnspireerde muzikale film u-Carmen eKhayelitsha. De film werd een internationale festivalhit en werd in Berlijn bekroond met de Gouden Beer. Vernieuwend aan u-Carmen eKhayelitsha is de wijze waarop de combinatie van musical, opera en film naadloos bij de harde Zuid-Afrikaanse werkelijkheid aansluit. Met hun nieuwe film, Son of Man, voeren Dornford-May en het gezelschap deze ‘stijl’ een stapje verder. Het werk is een hervertelling van het Nieuwe Testament, en het barst van de subversieve energie: Jezus is een seksbom; Kajafas is een gangster; discipelen Filippus en Thaddeus zijn vrouwen; de duivel is een tsotsi; en het laatste avondmaal is een partijtje bier drinken in een shebeen. Zelfs de kruisiging is authentiek Afrikaans: een ondiep graf in een verlaten bos, en een kogel in het achterhoofd.
Son of Man beleeft zijn Europese première op het festival Africa in the Picture, waar dit jaar overigens opvallend veel aandacht is voor nieuwe Zuid-Afrikaanse producties. Dat is een reflectie van de opleving die al langere tijd gaande is in de filmindustrie in dat land. Naast het werk van Dornford-May zijn acht andere Zuid-Afrikaanse films te zien, waaronder Maganthrie Pillays roadmovie 34 South en Norman Maakes Homecoming, een boeiend relaas over verraad en vriendschap in Zuid-Afrika vlak na het einde van de apartheid. In Homecoming valt vooral het innovatieve gebruik van muziek op. Vrijwel iedere scène wordt ingeluid en afgesloten met een jazzcompositie, zodat het hele werk een dwingend ritme krijgt. Door de hypnotiserende sfeer wordt de kijker de verhaalwerkelijkheid in gezogen en belandt hij onwillekeurig dicht bij de personages – een intimiteit die de moeite waard blijkt. Het verhaal draait om drie soldaten van Umkhonto we Sizwe, de militaire tak van het anc, die in 1996 na jaren van ballingschap naar Zuid-Afrika terugkeren. Ze moeten hun leven weer oppakken, maar de sporen van het verleden blijken moeilijk uit te wissen.

De wijze waarop de regisseur motieven over vergane liefde en politieke ontgoocheling uitwerkt zonder een moment in stroperigheid of pamflettisme te verzanden, is bewonderenswaardig. Op dit punt onderscheidt Homecoming zich gunstig van Tsotsi, de Zuid-Afrikaanse gangsterfilm waarmee Gavin Hood vorig jaar de Oscar voor beste buitenlandse film kreeg. Zo sentimenteel en op veel punten vals als Tsotsi is, zo rauw en gelaagd is Homecoming. De scènes waarin de oud-strijders samen drinken, of die waarin een van hen in een restaurant ruziet met zijn geliefde, zijn ingetogen, bijna als in een film van Eric Rohmer. Net als bij Rohmer heerst stilte in Maakes film, en is de spanning onderhuids en daardoor zoveel dreigender aanwezig dan in Tsotsi. Regisseur Maake geldt als een van de nieuwe sterren in het Zuid-Afrikaanse filmlandschap. Zijn Homecoming is daar eens te meer het bewijs van.

Tegenover Maake, wiens werk iets typisch Zuid-Afrikaans ademt, staat de van oorsprong Engelse Mark Dornford-May, die zijn Europese achtergrond verbluffend effectief laat gelden in zijn samenwerking met Zuid-Afrikaanse artiesten. Zes jaar geleden vestigde hij zich in dat land en verzamelde samen met een collega een groep talentvolle operazangers en theateracteurs om zich heen. Dat resulteerde in u-Carmen eKhayelitsha en Son of Man. Opvallend is dat Dornford-May behalve van de conventies van opera en de musical ook gebruik maakt van de ‘taal’ van reality-televisie en de muziekvideo. Deze kernelementen van het moderne westerse cinematografische vocabulaire manifesteren zich wel vaker in films die op Africa in the Picture te zien zijn. Dat creëert een spanning tussen traditie en moderniteit, wat aansluit bij het thema van het festival: ‘Reframing Tradition’, oftewel het opnieuw kadreren van ‘traditie’. Wat men op het festival aan de orde wil stellen, is de vraag of de geschiedenis een nieuwe of andere betekenis krijgt wanneer deze in een nieuw kader komt te staan, of met nieuwe ogen wordt bekeken. Dit thema roept interessante vragen op: hoe zouden jonge regisseurs, die vaak lang in het Westen hebben gewoond, omgaan met oude, typisch Afrikaanse thema’s? Met welke technieken, beter gezegd door middel van wat voor soort cinema, gaan deze filmmakers om met traditie, met de geschiedenis, met herinnering?

Als er een land in Afrika is waar herinnering een obsessie is geworden, dan is dat Zuid-Afrika wel. Het apartheidsverleden is bijna dwangmatig aanwezig op tal van culturele terreinen, en dus ook in de moderne Zuid-Afrikaanse cinema. Hierin blijkt plaats te zijn voor verschillende perspectieven, van Hollywood tot township, zodat traditie – het verleden – inderdaad constant binnen nieuwe kaders komt te staan.

Belichten jonge cineasten als Norman Maake de historie van binnenuit, op bijna claustrofobische wijze, Dornford-May neemt bewust een afstandelijker, lyrischer standpunt in met Son of Man. In de film vertolkt de jonge, relatief onervaren acteur Andile Kosi de rol van Jezus, een revolutionaire held/terrorist met een sterk sensuele uitstraling. Het verhaal speelt zich af in het ‘koninkrijk Judea’. Dat staat voor het nieuwe Zuid-Afrika, maar door het allegorische karakter van het verhaal krijgt de vertelling bredere betekenis. Dat is een bewuste keuze van de regisseur. Tijdens een preek oreert Jezus niet alleen over de leugens van de machthebbers in het land waarin hij zich bevindt, ook hekelt hij het martelen in het Midden-Oosten, kinderarbeid in Azië en Europese en Amerikaanse beperkingen op het verschaffen van medicijnen aan Afrikaanse landen. Op de plekken waar Jezus dit soort ondermijnende boodschappen brengt, verschijnt net als in de donkere dagen van de apartheid een leger politieagenten, onder leiding van een officier met een megafoon die beruchte woorden spreekt, namelijk: ‘This is an illegal gathering’. Dornford-May brengt de chaos die volgt – geweervuur, wilde achtervolgingen door townshipstraten, dode kinderen – in beeld met een nerveuze visuele stijl vermengd met nuchtere televisienieuwsberichten. Deze stijl geeft het werk iets futuristisch, maar ironisch genoeg komt de bron ervan uit een onverwachte hoek: de film Romeo + Juliet uit 1996, waarin Baz Luhrmann het stuk van Shakespeare verplaatst naar een moderne grote stad waar nieuwshelikopters en rapmuziek de achtergrond van het verhaal vormen. Geen rap voor Dornford-May, maar operazang. En de acteurs zijn indrukwekkend, vooral de geweldige Pauline Malefane, die de hoofdrol in u-Carmen had en die hier de sterren van de hemel speelt als Maria, moeder van Jezus.

Vooral de slotscène, waarin Maria aan de voet van het kruis triest zingt over de dood van haar zoon, is onvergetelijk. De moord op Jezus – het gevolg van de list en het verraad van de gangsters Judas en Kajafas – laat zien hoe de mythe van de martelaar werkt: terwijl de duivel in de gedaante van een hip geklede tsotsi (jonge gangster) goedkeurend toekijkt, sterft de held eenzaam ergens in een vaal, winters bos, waar hij een kogel in het achterhoofd krijgt en vervolgens in een ondiep graf wordt begraven. Maar dan graven zijn volgelingen zijn lijk op en wordt hij alsnog gekruisigd, in het openbaar in het township waar iedereen hem kan zien, kan aanbidden en kan verheffen tot onsterfelijke held, een celebrity, sekssymbool en verlosser verenigd in één lichaam.

Westerse artistieke conventies zijn ook zichtbaar in een andere film die op Africa in the Picture staat geprogrammeerd: Marock van Laïla Marrakchi. Marrakchi, die hiermee haar speelfilmdebuut maakt, groeide op in Casablanca, maar studeerde in Parijs, waar ze korte films en documentaires draaide. Marock gaat over rijkeluiskinderen in Casablanca, en het is boeiend om te zien hoe het werk op veel punten nauwelijks verschilt van een Amerikaanse jeugdserie als Beverly Hills 90210. Dat is bedoeld als compliment én punt van kritiek. De grote waarde van 90210 (1990-2000) was dat de serie moderne tieners week na week serieus nam. Dat gebeurt ook in Marock: Rita is zeventien en zit in haar eindexamenjaar als ze verliefd wordt op Youri. Probleem: Rita komt uit een islamitisch gezin, Youri is joods. Het verhaalgegeven klinkt boeiend, maar het levert nauwelijks spanning op. Hoewel de film een mooi beeld geeft van een geprivilegieerd leven in Marokko slaagt de regisseur er niet in de psychologische en maatschappelijke implicaties van de onmogelijke liefde uit te diepen. Met westerse rockmuziek constant op de geluidsband en met weidse, vaak nietszeggende camerabewegingen sukkelt het verhaal voort tot een einde dat eveneens niets oplevert. Zo kon deze film zich qua stijl en inhoud net zo goed in Los Angeles hebben afgespeeld, en dan was hij wellicht ook een stuk leuker geweest om te zien.

Africa in the Picture, van 7 tot 20 september in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Den Bosch, Nijmegen en Eindhoven.

www.africainthepicture.nl