Gekwetste levens

Zuid-Afrika is toe aan de tweede vrije verkiezingen sinds het einde van de apartheid. Miljoenen leven nog met het trauma van het verleden. Ook Carl Niehaus, ambassadeur in Nederland, die acht jaar wegens ‘hoogverraad’ vast zat.

ALTIJD AL communiceerden ze met elkaar door kunst; ze leerden elkaar kennen door over hun interpretatie van schilderijen te praten. Later, in de gevangenis, kreeg dat een praktische betekenis. Met behulp van een codetaal in hun brieven stuurden ze elkaar boodschappen die verscholen zaten in analyses van schilderijen. Zo wisten Carl en Jansie Niehaus de gevangeniscensuur te omzeilen en hun emoties aan elkaar over te brengen. Ook maakten ze tekeningen. Eén schets noemde Carl Niehaus Part-(ner)-s. Over zijn relatie met Jansie tijdens hun gevangenschap schrijft hij in zijn autobiografie: ‘Het enige waarop we konden hopen was dat we ooit weer genoeg raakpunten zouden kunnen vinden tussen de scherven van ons uiteengereten leven.’ Twee jaar geleden werd Helen, hun eersteling, geboren. Het gezin woont nu in Den Haag, waar Niehaus ambassadeur werd nadat het ANC een grote overwinning in de historische eerste vrije verkiezingen had geboekt. Het verhaal van Carl en Jansie Niehaus’ strijd tegen tegen de apartheid heeft een relatief gelukkig einde. Maar hun leven maakt deel uit van een groter verhaal, van een land dat zich na decennia van onderdrukking moet herstellen. De tweede democratische verkiezingen van 2 juni - de afsluiting van het tijdperk Mandela - lijken hierbij slechts een voetnoot in een proces waarbij heden en toekomst worden overheerst door het verleden. DAT CARL NIEHAUS een diep gelovige man is, blijkt uit zijn autobiografie, Vechten voor hoop, die enkele jaren geleden verscheen. Zijn geloof kreeg hij vanaf zijn jeugd in het Zuid-Afrikaanse Zeerust met de paplepel ingegoten. Maar ook toen hij in de puberteit en later op de universiteit langzaam bewust werd van de waanzin van de apartheid en terwijl hij deelnam aan de gewapende strijd van het ANC, bleef hij vasthouden aan christelijke waarden. Echter niet zonder wroeging. Niehaus: 'Een keuze voor deelname aan een gewapende strijd betekent niet dat die strijd in essentie goed is. Ik kwam uiteindelijk tot de conclusie dat het door apartheid veroorzaakte leed en geweld zo erg waren, dat het geweld van de anti-apartheidsstrijd kon worden gerechtvaardigd. Ik voelde me hierover altijd ongemakkelijk, maar ik heb er geen spijt van. Toen ik me bij het ANC aansloot wist ik dat je geen morele spelletjes met jezelf en anderen kon spelen.’ Tijdens de voorbereidingen voor een aanslag op de gasfabriek in Johannesburg werd Niehaus verraden door een vriend die een spion bleek te zijn. Hij en zijn vriendin Jansie (die ANC-strijders naar het buitenland hielp smokkelen) werden wegens hoogverraad veroordeeld en belandden in 1983 in de gevangenis. Niehaus: 'Die ingreep in je leven als je opgepakt wordt en die eerste nacht in een cel - je kunt je niet voorstellen wat dat betekent, al probeer je het nog zo hard. Voor mij was de gevan genschap een waterscheiding - mijn leven valt uiteen in het tijdperk ervoor en erna. Ik ben nog iedere dag bezig dat te verwerken. Er zijn dingen gebeurd… tijden van desperaatheid… ik probeerde zelfmoord te plegen… hoe ze Jansie behandelden… Die dingen laten wonden achter die nooit verdwijnen. Je probeert ermee te leven. Een politieman die mij ondervroeg en mishandelde, kwam na mijn vrijlating naar me toe. Of ik hem wilde vergeven. Ik kon enkel zeggen dat ik dat zou proberen.’ Toen Niehaus na zijn vrijlating een plaats in het parlement kreeg, werd er berekend dat de kersverse volksvertegenwoordiging uit leden bestond die alles bij elkaar honderden jaren vast hadden gezeten. Een bizar gegeven. Terecht wordt Zuid-Afrika beschreven als een land dat ziek was van apartheid. Hoe kan het land met zo'n enorme belasting de toekomst ingaan? Niehaus: 'We hebben geen keus. We hadden de wonden kunnen laten zweren, maar dat zou ons hebben vernietigd. We kunnen alleen hopen dat de volgende generaties een deel van de littekens kwijtraken. Maar de geschiedenis toont aan dat zelfs de tweede generatie het leed van de eerste generatie met zich meedraagt.’ De gekwetste levens van Carl en Jansie Niehaus, de politieke leiders van het ANC en de miljoenen anderen die onder apartheid hebben geleden, gaan door terwijl het land met enorme praktische problemen wordt geconfronteerd: werkloosheid, een kwakkelende economie, overheidscorruptie en welig tierende misdaad. Aan de verkiezingen van 2 juni nemen 32 partijen deel, waaronder enkele 'Mickey Mouse-partijen’, zoals Mandela ze noemde. Zijn minachting werd hem kwalijk genomen, maar hij had gelijk: een sterke politieke oppositie is in Zuid-Afrika ver te zoeken. En dat leidt tot de vraag: wat gebeurt er als het ANC een tweederde meerderheid krijgt? Niehaus vindt de vraag begrijpelijk, maar hij wijst erop dat Zuid-Afrika zich middenin een proces van heropbouw bevindt, terwijl het trauma van het verleden nog wordt verwerkt. Het land heeft een 'geloofwaardige regering’ nodig die dit transformatieproces kan doorvoeren. Daarnaast stelt Niehaus dat er wel degelijk een raamwerk van democratie in het land bestaat. De grondwet is sterk georiënteerd op mensenrechten, liberale principes en vrijheid, zegt hij. 'De angst voor machtsmisbruik is niet realistisch. Niets wat de ANC-leiders zeggen of wat in de grondwet staat, wijst erop dat de meerderheidspartij zich aan de macht zal vergrijpen. Uit ervaring weet ik dat er een sterke democratische cultuur binnen het ANC bestaat.’ De laatste weken heeft Zuid-Afrika’s volgende president, Thabo Mbeki, veel gedaan om de veelal blanke angst weg te nemen voor een regering die de macht misbruikt. Hierdoor lijkt hij het vertrouwen van het bedrijfsleven te hebben gewonnen. Maar er zijn nog twijfels. Niet in de laatste plaats omdat niemand blijkt te weten wat voor president Mbeki nu zal worden. Niehaus kent hem goed: 'Thabo begrijpt hoe de Zuid-Afrikaanse samenleving in elkaar zit. Hij is een goed bestuurder; internationaal staat hij sterk, want hij werkte lang als hoofd van de ANC-afdeling internationale zaken. Zijn economische begrip van de geglobaliseerde wereld - en de positie van ontwikkelende landen hierin - is zeer genuanceerd. Hij is iemand die wij op dit moment in Zuid-Afrika nodig hebben. Hij zal wel een andere stijl van regeren hebben dan Mandela. Hij heeft al gezegd dat hij geen kloon van Mandela is. Dat vind ik goed - we moeten geen klonen maken. We zullen een regering krijgen die zich moet aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Mandela heeft een gigantische bijdrage aan de verzoening in het land geleverd. De grootste uitdaging voor de volgende vijf jaar is de economie. Thabo zal veel aandacht aan het verbeteren van de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking moeten geven. Dat zal moeilijk gaan. We leven in een wereld die geen gunsten uitdeelt. Internationale investeerders willen winst maken. Voor hen gaat het er niet om dat het een mooi land is of dat we een goede grondwet hebben. Ze moeten keiharde economische besluiten nemen.’ CARL EN JANSIE Niehaus trouwden tijdens hun gevangenschap. Toen ze vrij kwamen hielden ze samen met andere politieke gevangenen een tentoonstelling van tekeningen en schilderijen die in de gevangenis waren gemaakt. Een van de tekeningen betrof het gezicht van een gedetineerde. Carl Niehaus schetste dat in het geheim, toen tekenen nog verboden was. Terwijl hij aan het gezicht werkte, stopte hij het opgerold in de holle poot van een stoel. In zijn boek schrijft hij: 'Soms haalde ik het er ’s(avonds laat uit, als ik zeker wist dat het luikje in de celdeur niet plotseling opgelicht zou worden en er een cipier naar binnen zou loeren, rolde het als een perkament uit en dan wist ik weer wat ik niet met mij mocht laten gebeuren… Daar waren ze op uit. Dat ik ophield lief te hebben. Dat ik mijn geloof eraan gaf. Dat ik de hoop verloor.’ Carl Niehaus tekent nog steeds. En hij schrijft verhalen die binnenkort worden gebundeld. Hij is te sterk gebleken voor de apartheidsbeulen. Nu, terwijl hij en miljoenen anderen de scherven van hun leven moeten lijmen, is er opnieuw hoop. Het uitzicht op een beter leven is, zoals Niehaus zegt, grotendeels gebaseerd op het feit dat het land geen andere keus heeft. Maar bij hem, en wellicht ook bij veel landgenoten, gaat het dieper, terug naar een dag in maart 1991 toen zijn celdeur openging en hij in een auto richting Johannesburg stapte. 'Ik voelde de wind tegen mijn gezicht en in mijn haren en dacht: we hebben het recht verworven te hopen.’