Geld en glamour als oorlogsbuit

HET VERSCHIJNEN van Erich Maria Remarques roman Im Westen nichts Neues, begin 1929, was een media-event van de eerste orde. In de twee voorafgaande maanden was het boek al gepubliceerd als feuilleton in de Vossische Zeitung en bovendien waren reclamekosten noch moeite gespaard om het publiek voor te bereiden op het grote moment. Met succes: binnen vijf weken werden in Duitsland 200.000 exemplaren verkocht. Aan het eind van het jaar mochten een kleine miljoen Duitsers zich bezitter van het boek noemen, terwijl razendsnel gemaakte vertalingen ervoor zorgden dat honderdduizenden lezers in Engeland, de Verenigde Staten en Frankrijk kennis konden nemen van de gruwelijke ervaringen van Paul Bäumer en zijn kameraden. Uiteindelijk zou het boek worden vertaald in 49 talen, waaronder het Birmees en het Zoeloe, en bedraagt de totale oplage vijftien à twintig miljoen exemplaren. In het eigen land worden van dit meest succesvolle Duitstalige boek nog altijd zo'n veertigduizend stuks per jaar verkocht.

Bij zoveel succes kon het bijna niet anders dan dat de literaire kritiek de neus ophaalde voor het werk van een auteur die tot dan toe werkzaam was geweest als reclameschrijver voor een autobandenfabriek en als redacteur van het society-blad Sport im Bild. Nu is Im Westen nichts Neues ook geschreven in een eenvoudige stijl, is het wars van literaire pretenties en heeft het soms een journalistiek karakter. Het rechttoe rechtaan vertelde verhaal van een groepje oorlogsvrijwilligers wier enthousiasme en idealen aan gort worden geschoten in de loopgraven van het westelijk front, heeft literaire fijnproevers op het eerste gezicht weinig te bieden. Als recensenten het boek positief bespraken, dan gold hun lof vooral de boodschap en veel minder de stijl van het boek. Tegenwoordig is het onder intellectuelen bon ton om In Westen nichts Neues te beschouwen als veel minder interessant dan bijvoorbeeld Ernst Jüngers In Stahlgewittern. Nu zal men de stilistische brille van dat laatste boek bij Remarque nergens aantreffen, maar is zijn boek daarom ook minder? Jünger zag de krankzinnige Materialschlachten, waarin honderdduizenden soldaten jammerlijk omkwamen bij het veroveren van een paar vierkante kilometer modder, als mythologische orkanen van vuur en staal waarin heroïsche krijgers een nieuwe wereld schiepen. Zijn stijl, die getuigde van een Ästhetik des Schreckens, paste perfect bij deze bizarre en morbide visie.
Remarque daarentegen kon in de oorlog geen zinvol geheel zien. Van het nationalistische pathos van veel scribenten wil hij niets weten, van de metafysische Wichtigtuerei van Jünger evenmin. Het groepje soldaten dat Remarque beschrijft, ervaart het grote sterven als volmaakt zinloos en kan in deze hel alleen terugvallen op elkaar. De kameraadschap heeft de plaats ingenomen van het vaderland, de keizer, de Duitse Kultur of welke andere onzin dan ook. En de kameraden sneuvelen de een na de ander. Vanuit dit perspectief is de sobere, aardse stijl van Im Westen nichts Neues eenvoudig volmaakt. Elke poging het verhaal literair op te sieren, zou afbreuk hebben gedaan aan de zeggingskracht van het boek. ‘Wie hier literatuur van maakt, is een zwijn’, laat Hellema een overlevende van de nazi-concentratiekampen zeggen in Langzame dans als verzoeningsrite. Voor de onbeschrijflijke gruwelen van de voorgaande Wereldoorlog geldt dit evenzeer.
OVER HET algemeen had de kritiek, die tijdens de Weimar-republiek op Im Westen nichts Neues werd geuit, een uitgesproken niet-literair karakter. Het was vooral de persoon van de auteur die zwart werd gemaakt. Om te beginnen werd door veel scribenten in twijfel getrokken of Remarque, geboren in 1898, alle gebeurtenissen uit het boek wel zelf had meegemaakt. Nu was zijn frontervaring zeer beperkt en was hij niet betrokken geweest bij man-tot-mangevechten, maar bij de beoordeling van een roman doet dat uiteraard helemaal niet terzake. Ook het feit dat de schrijver in werkelijkheid Erich Paul Remark heette en zijn naam dus bewust verfranst had, werd gezien als een bewijs van kwade trouw. Hij moest wel een landsverraderlijk type zijn om de naam van de vijand over te nemen, waarschijnlijk dus een jood!
De echte aanvallen op Remarque en zijn boek kwamen pas toen eind 1930 Lewis Milestones film All Quiet on the Western Front in première ging. Gedirigeerd door een uitzinnige Joseph Goebbels lieten nazi-activisten witte muizen los in de bioscoop en gingen ze iedereen met een joods of anderszins 'onvaderlands’ uiterlijk te lijf. Enkele dagen later werd, in een zeer tumultueuze vergadering van de Rijksdag, de film verboden 'wegens het in gevaar brengen van Duitslands aanzien in de wereld’.
Door alle heisa rond Im Westen nichts Neues zou je bijna vergeten dat het boek, vooral in Duitsland, een enorme kaskraker was. Wat waren de oorzaken van dit succes? Naast de eenvoudige stijl, die het boek toegankelijk maakte voor een zeer breed publiek, speelden er nog andere zaken een rol. Remarque nam in dit boek geen duidelijk politiek standpunt in. Had hij dat wel gedaan, dan was het boek in de door en door gepolariseerde Weimar-republiek voor grote groepen onaanvaardbaar geweest. Hoewel het boek niet uitgesproken pacifistisch was, liet het wel duidelijk zien dat de oorlog met heroïek niets van doen had. Hierdoor was het voor veel oud-frontsoldaten en hun familieleden, die geconfronteerd waren met de dood of invaliditeit van hun dierbaren, veel herkenbaarder dan de loopgravenesthetiek van Jünger. Maar de belangrijkste oorzaak van het overweldigende succes is waarschijnlijk het moment van verschijnen geweest. Het was tien jaar na het einde van de oorlog. De enorme politieke woelingen en de gigantische economische nood van de eerste naoorlogse jaren schenen verleden tijd. In politiek en economisch opzicht leek Duitsland uit het dal te kruipen, de nazi’s vormden een luidruchtig en onsmakelijk randverschijnsel, en de beurskrach van november 1929 moest nog plaatsvinden.
In de moeilijke jaren na de oorlog was, zoals dat gaat, weinig tijd en aandacht geweest voor de verwerking van de traumatische ervaringen van de frontsoldaten. Met het verstrijken van de tijd en de toenemende stabiliteit leek het moment aangebroken om terug te blikken op die verschrikkelijke en schijnbaar zinloze oorlogsjaren. Het boek van Remarque kwam precies op het juiste moment, en stond aan het begin van een ware stortvloed van oorlogsboeken, waarvan er verschillende ook zeer succesvol waren.
DANKZIJ HET SUCCES van Im Westen nichts Neues was Remarque een man in bonus. Hoewel geen van de negen romans die hij hierna nog zou schrijven in de verste verte de fenomenale oplagecijfers van het boek uit 1929 zou halen, was Remarque een echte bestsellerauteur, van wie de meeste boeken ook verfilmd werden. Hij kocht een villa in de buurt van Ascona, hing die vol met Cézannes, Van Goghs en andere kunstschatten, en stortte zich in het leven van de beau monde. Tot de vrouwen met wie hij het bed deelde, behoorden onder meer Greta Garbo en de ex-echtgenote van Charlie Chaplin, Paulette Goddard. Ook met wereldster Marlène Dietrich had hij enkele jaren een stormachtige relatie. De eenvoudige jongen uit Osnabrück, zoon van een boekbinder die zijn gezin niet veel meer kon bieden dan wat toen genoemd werd 'nette armoede’, had het aardig ver geschopt.
Uit de fraaie biografie die Wilhelm von Sternburg over Remarque schreef, wordt duidelijk dat de hang naar een luxe en mondain leven er al vroeg in zat. Hetzelfde gold voor zijn artistieke ambities, die hij aanvankelijk botvierde in het kleine kringetje rond een zestienderangs schilder, die in Osnabrück doorging voor een rasechte bohémien.
Zoals de meesten van zijn generatie verruilde Remarque rond zijn achttiende de schoolbanken voor het front. Daar beperkte zijn bijdrage aan de oorlogsinspanningen zich tot het repareren van spoorbanen en telefoonleidingen, het aanleggen van prikkeldraadversperringen en het lossen van munitietreinen. Dat haalde het natuurlijk niet bij de avonturen van een Ernst Jünger, maar met de zware beschietingen door de geallieerde artillerie en de ontberingen van het front was het ook geen doorsnee vakantiebaantje. Na zes weken raakte hij in de buurt van Ieper gewond, waarmee zijn frontinzet ten einde was.
Latere tegenstanders hebben er altijd alles aan gedaan om Remarques oorlogservaringen te bagatelliseren, waarbij ze ook dankbaar gebruik konden maken van het feit dat hij pas een week na het sluiten van de wapenstilstand werd onderscheiden met het IJzeren Kruis Eerste Klasse, dat bovendien werd uitgereikt door de revolutionaire Arbeiders- en Soldatenraad van Osnabrück. Toch heeft hij van de verschrikkingen van de oorlog voldoende gezien, gehoord en meegemaakt om deze in zijn beroemde boek op zeer aangrijpende wijze te verbeelden.
WAT REMARQUE in Im Westen nichts Neues schreef over de ontworteling van zijn romanfiguren was in hoge mate autobiografisch. In de chaotische eerste jaren na de oorlog probeerde Remarque te ontsnappen aan de grauwe werkelijkheid en het helse verleden. Hij werd onderwijzer op een dorpsschool en speelde in zijn vrije tijd de dandy. Met een monocle, officiersuniform plus dubieuze onderscheiding, en een herdershond trachtte hij indruk te maken op zijn omgeving. Tegelijkertijd werkte hij aan zijn eerste roman, een sentimentele draak waarin niets doet vermoeden dat er een verwoestende oorlog is geweest. Later verklaarde hij dat als hij nooit iets anders had geschreven dan dat boek, dat een reden voor zelfmoord zou zijn geweest. Politiek gezien neigde hij naar een zeker conservatisme, maar in feite interesseerde het hem nauwelijks. Ook de oorlog leek geheel uit zijn bewustzijn weggedrukt.
Geld, maatschappelijk succes, mooie vrouwen - daar leek Remarque naar op zoek. Als reclameman en redacteur van een society-blad schreef hij over het mooie en snelle leven van de happy few en bezong hij de zegeningen der vooruitgang. Literaire critici verzuimden later vrijwel nooit te wijzen op een kort verhaal uit 1923, getiteld 'über das Mixen kostbarer Schnäpse’, volgens hen het ultieme bewijs dat de bestsellerauteur een door en door oppervlakkige geest was, wiens boeken geen enkele literaire waarde bezaten.
Zijn biograaf is van mening dat deze critici het bewuste verhaal nooit hebben gelezen, aangezien het een prachtig stuk proza is. Volgens hem vereist het veel 'Humorlosigkeit und verbissenen deutschen Bildungsdünkel’ om Remarque op grond hiervan te denunciëren.
MET HET onvoorstelbare succes van Im Westen nichts Neues had Remarque het felbegeerde entreebewijs voor de glamoureuze wereld van de rich and famous op zak. Al zijn geld, kostbare schilderijen en prestigieuze minnaressen ten spijt bleef Remarque altijd getekend door zijn kleinburgerlijke afkomst. Helemaal op zijn gemak voelde hij zich nooit tussen al die miljonairs, filmsterren, machtige politici en vooraanstaande intellectuelen. Vaak ontvluchtte hij hun gezelschap om nachtenlang door te halen in een eenvoudig kroegje, waar hij zijn onvrede wegspoelde in eindeloze stromen drank en vergetelheid zocht in gesprekken met mensen voor wie boeken exotische voorwerpen waren.
Ook bleef hij zijn leven lang gebukt gaan onder een knagend plichtsbesef, de centrale waarde der Duitse kleinburgers. Zijn dagboeken zijn bezaaid met zelfverwijten, over hoe hij zijn leven vergooit en in zijn relaties tekortschiet. Wie de foto’s bekijkt van Remarque tussen oogverblindende Hollywooddames, of van de schrijver die als een filmster een vliegtuigtrap afdaalt, zou het niet zeggen, maar het zelfvertrouwen van de gevierde succesauteur was weinig meer dan schijn. Sternberg beschrijft hoe hij zich tegenover de notoir ontrouwe Dietrich gedroeg als een aan de kant geschoven schooljongen, die bedelde om haar gunsten. Geplaagd door jaloezie, existentiële angsten en nachtmerries over de oorlog dompelde Remarque zich voortdurend onder in de alcohol.
Voor de mensen die er in de beau monde werkelijk toe deden, was Remarque ongetwijfeld niet meer dan een interessant ornament, een deel van de entourage. Maar ook in de literaire wereld hoorde hij er niet echt bij. Jalousie de métier speelde hierbij zeker een rol, maar ook het feit dat Remarque willens en wetens schreef voor een breed publiek in plaats van voor een kleine elite van geletterden. Vanaf zijn zelf opgeworpen Olympus keek bijvoorbeeld Thomas Mann vol dédain neer op de kleinburgerlijke tekstschrijver. Ook in de ogen van Heinrich Mann, Franz Werfel, Alfred Döblin, Robert Musil en Lion Feuchtwanger - om maar enkelen van de literaire coryfeeën uit die tijd te noemen - telde Remarque volstrekt niet mee. Brecht vergeleek zijn literaire kwaliteiten zelfs met die van de meest verschrikkelijke nazi-scribenten.
Terecht is deze hooghartige afwijzing niet. Im Westen nichts Neues is een meesterwerk zoals Werfel en Feuchtwanger die niet geschreven hebben. Der Weg zurück (1931) en Drei Kameraden (1936) zijn indrukwekkende romans over het ontwortelde bestaan van oorlogsveteranen in de grauwe en chaotische werkelijkheid van de Weimar-republiek. In Liebe deinen Nächsten (1939) en Arc de Triomphe (1945) gaf Remarque een overtuigende schildering van het emigrantenbestaan. Daarna heeft hij enkele boeken geschreven over de concentratiekampen. Slecht zijn die niet, maar hier wreekt zich toch het feit dat Remarque schrijft over verschrikkingen die plaatsvonden terwijl hij zelf in Ascona en Hollywood in luxe leefde. Als je deze boeken vergelijkt met de overvloed aan ooggetuigeverslagen over de kampen doen ze toch enigszins overbodig aan. Nu hoef je niet ergens geweest te zijn om er overtuigend over te kunnen schrijven, maar waar het gaat om infernale oorden als concentratiekampen moet je wel een literair genie zijn om het te winnen van zelfs het meest bescheiden ooggetuigeverslag.
En een genie was Remarque, die nooit een literaire prijs zou ontvangen, nu eenmaal niet. Wel was hij een vakman, een schrijver die in staat was ervaringen en emoties over te dragen op een groot publiek. Hij was een soort Theun de Vries, maar dan een die het echte leven heeft meegemaakt, en zonder abjecte politieke opvattingen, en die het geluk had het boek te schrijven waar toevallig iedereen op zat te wachten.