* Wat is er toch gebeurd met Ben Knapen sinds zijn onfortuinlijke overstap van de hoofdredactie van NRC naar de jetset van het internationale ondernemersdom onder de vleugels van Philips-centurion Jan Timmer? Toen Timmer de Eindhovense gloeilampenfabriek vaarwel zei om de strijd aan te binden met de millenniumbug, was het met Knapen ook gedaan. Rücksichtslos werd hij weggesaneerd. Maar Knapen is een survivor. Hij blijkt werkzaam in de top van uitgever PCM, waar hij zijn onder Timmer aangeleerde killersinstinct nu eindelijk mocht uitleven bij het uitstoten van de lokale Amsterdamse tv-zender AT5. Deze manoeuvre kwam voor menigeen als een verrassing, daar de perspectieven van de Amsterdamse zender redelijk florissant zijn. Sterker nog, samen met het heropgeleefde Parool leek het bezit van AT5 PCM te verzekeren van een redelijk complete beheersing van een niet te veronachtzamen deel van de hoofdstedelijke mediamarkt. Afstoting van AT5 is vooral bedoeld als een signaal van de PCM-top dat de heren in de hoogste compartimenten van de Wibautstraat op langere termijn toch niet geloven in overleving van Het Parool, daar in ieder geval zo min mogelijk aan willen bijdragen. Een harde klap voor Matthijs van Nieuwkerk, de Parool-hoofdredacteur die door zijn redactie is ingehaald als de Messias en inderdaad succes leek te hebben met zijn light-formule voor een Amsterdams georiënteerd doch kosmopolitisch gezind dagblad. Parool-gezinde geledingen van PCM zien een en ander dan ook als een dolkstoot in de rug waarvoor met name Knapen verantwoordelijk wordt gehouden, daar deze nu eenmaal gelieerd is geweest met de Rotterdamse erfvijand. Geheel zonder grond is dit conspiratieve gedachtegoed niet.
* Terwijl de toestand van voormalig president Julius Nyerere van Tanzania nog redelijk stabiel was, liet prins Claus zich begin vorige maand interviewen voor Internationale Samenwerking, het huisorgaan van de afdeling voorlichting Ontwikkelingssamenwerking van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Toen het verhaal gepubliceerd werd, lag Nyerere in het Londens ziekenhuis waar hij enkele weken later zou overlijden. De hoofdonderwijzer aller Tanzanianen was toen waarschijnlijk al te ver heen om te vernemen dat kameraad Von Amsberg zich op zijn oude dag in het kader van vijftig jaar Nederlandse ontwikkelingssamenwerking bekeerd leek te hebben tot een neoliberale variant van Nyereres Afrikaans socialisme. Claus getuigt in het interview wat betreft het koloniale vraagstuk van een ongekende instemming met Nyerere. ‘Geef de ontvangers niet steeds het gevoel dat zij outsiders zijn, de paria’s van de wereld voor wie kruimels genoeg zijn’, zegt hij. ‘Geld is niet het belangrijkste. Geld kan dingen kapotmaken.’
Claus, sinds jaar en dag ‘Bijzonder Adviseur’ van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking, mengt zich nog net niet in het titanengevecht tussen Pronk en diens opvolger Herfkens, maar schuwt politieke uitspraken ook niet. Schijnbaar probleemloos liet de RVD-censor een harde rechtstreekse verwijzing naar het asielbeleid - tegenwoordig gedeeltelijk uit het budget van Ontwikkelingssamenwerking betaald - ongemoeid: ‘Als wij hen niet een deel van de rijkdom in dit deel van de wereld gunnen, komen ze met miljoenen hierheen.’ Dit staaltje van derdeweg-kapitalisme zou in Nyereres Afro-socialisme, hoe creatief hier door de jaren ook mee is omgegaan, toch moeilijk in te passen zijn. ‘Dus eigenbelang als motivatie voor ontwikkelingssamenwerking?’ vroeg de geschrokken voorlichter/interviewer. ‘Ja, maar op een intelligente wijze’, antwoordde de prins.
Op een intelligente wijze zei hij voorts benieuwd te zijn naar een Afrikaanse modeshow bij volle maan in een woestijn in Afrika, naar een Sahel-opera met als thema: ‘de karakteristieken van de koloniale bestuurder, vooral de komische of belachelijke, en hoe die typologie is terug te vinden bij zijn Afrikaanse opvolger.’ Kijk, daar zou Nyerere zich wel weer in hebben kunnen vinden, al zijn opera’s en musicals natuurlijk wel erg westerse uitingsvormen. Claus’ laatste woorden maken alles goed: ‘Verantwoord leiderschap, dat is toch wat het meest ontbreekt in Afrika.’