Goudkoorts De inkoper

Geld voor uw goud

Van trouwringen en gouden tanden tot complete erfenissen – het wordt aangeboden aan de goudinkoper. Niet alleen treft die wel eens oplichters, ook ligt er regelmatig gestolen waar op de balie.

Hadodo, in het Armeens ‘smid’, koopt elk gouden goedje op tegen de koersprijs. Hij is een van de vele goudhandelaren in Amsterdam. Lopend door winkelstraten in Amsterdam-West kom je om de paar honderd meter zaken tegen die ‘direct cash voor goud’ beloven. Sommige winkels zien eruit als gerenommeerde juweliers waar de goudinkoop enkel bijzaak is. Andere zaken richten zich volledig op goudinkoop en zijn kleine kantoorruimtes die er op het eerste oog ietwat louche uitzien.

Simon Lucas Hadodo, een jonge ondernemer van Armeense afkomst, opende in de zomer van 2010 met een partner het bedrijf Gold Center in Amsterdam. Hij is casual gekleed en draagt op een kettinkje na zelf geen goud. Zijn zaak aan de Kinkerstraat is sober ingericht: een aantal leren stoelen bij een houten bureau, aan de muur een lijst met voorwerpen die worden ingekocht.

Hadodo is als enige goudinkoper in zijn straat bereid te vertellen over zijn bedrijf. Meteen wordt duidelijk dat er behoorlijke bedragen circuleren in de kleinschalige goudhandel. Hij vertelt dat de prijzen die hij zijn klanten betaalt uiteenlopen van tien- tot vijftigduizend euro. Klanten die één kilo goud of meer aanbieden, stuurt hij meestal door naar zijn eigen afnemer, over wie hij verder niets wil zeggen. Voor zijn klanten is geldnood meestal de reden. ‘Alles wat mogelijk geld opbrengt, wordt hier gebracht’, zegt Hadodo. ‘Het komt voor dat een klant een dag na de verkoop terugkomt met spijt van de deal, de emotionele waarde van kostbare bezittingen wordt vaak onderschat.’ Hoewel hij voor een oude dame een keer een uitzondering maakte, geldt in Hadodo’s zaak normaal gesproken het principe ‘verkocht is verkocht’.

Van trouwringen en gouden tanden tot complete erfenissen – ooit gekocht of gekregen, soms gestolen: het passeert Hadodo’s bureau. Zijn enige criterium is de echtheid van het goud, iets wat bepaald niet vanzelfsprekend is. ‘Afgelopen week nog kwam er een jongeman in de zaak met twee kettingen en een armband waarvoor ik moeiteloos vijftienhonderd euro zou hebben neergeteld’, vertelt hij. Hadodo werkt echter met koningswater, waarmee hij ‘de koning der metalen’ kan testen en dat hem ook deze keer voor oplichting behoedde.

Niet alleen treft Hadodo wel eens oplichters, er wordt geregeld gestolen waar onder zijn neus gehouden. De goudhandelaar probeert met een strikt deurbeleid die criminaliteit zo veel mogelijk te vermijden. ‘Ik bepaal zelf wie ik binnenlaat, de minimumleeftijd is achttien jaar, petjes en zonnebrillen gaan af, identificatie is verplicht en als iemand me niet bevalt blijft de deur dicht, maar je weet het nooit zeker.’ Laatst stopten twee jongemannen op een Vespa, de koffers vol­gepropt met goud, voor zijn deur en stonden plotseling in de zaak. ‘Op zo’n moment kun je beter vriendelijk blijven’, zegt Hadodo, die de mannen een dusdanig lage prijs voor het goud bood dat zij vanzelf snel hun weg naar buiten vonden om daar de politie te treffen, die de twee toevallig al op het spoor was. ‘Het laatste wat ik wil is een probleem met die criminelen’, gaat Hadodo verder, ‘de veiligheid van mijn zaak staat voorop.’ Dus laat hij alles over aan de politie, die overigens regelmatig langskomt om informatie op te vragen over klanten of om de naam van een dief door te geven. Slachtoffers van diefstal weten Hadodo ook te vinden. Hij toont een foto van een halsketting, achtergelaten door een meisje nadat ze op een metrostation bruut was overvallen. Ze vroeg hem of hij contact met haar wilde opnemen, mocht hij het sieraad binnenkrijgen. ‘Natuurlijk help ik’, zegt Hadodo. Goudkopers zijn op grond van de Algemene Wet Rijksbelastingen verplicht om kopieën van identiteitsbewijzen van klanten op te nemen in hun administratie, en zij hebben volgens de Wet ter voorkoming van witwassen een meldingsplicht bij transacties boven de vijftienduizend euro bij de Financial Intelligence Unit. In de praktijk is er vanuit de financiële wereld volgens Hadodo weinig controle op de transacties in goudzaken. Een woordvoerder van De Nederlandsche Bank bevestigt dat er geen toezicht is op de bedrijven en ook de Federatie Goud en Zilver, de overkoepelde brancheorganisatie voor edelsmeden en juweliers, weet niets van een controlerende instantie die zich bezighoudt met de goud­inkoopzaken.

Via een andere weg wordt meer duidelijk over de bestemming van het ingekochte goud. Een woordvoerder van smelterij Schöne Edelmetaal vertelt dat dit bedrijf verantwoordelijk is voor een groot deel van de opkoop van het goud van de kleinschalige goudhandelaren in Amsterdam. ‘In ons bedrijf wordt het goud gezuiverd en omgesmolten. Wij verkopen de goudstaven op onze beurt door aan grote bedrijven zoals Amsterdam Gold, maar negentig procent van onze afzet gaat als beleggingsgoud naar buitenlandse banken, voornamelijk naar Duitsland.’

Ook al heeft Hadodo verschillende vaste klanten, hij ziet nu veel concurrentie in Amsterdam. Het is wel eens dagenlang stil in de zaak, maar volgens Hadodo zit hij nog steeds goed met zijn handel: goud wordt niet aan- maar afgeschaft.

Meneer Al Jaberi, sinds 35 jaar de eigenaar van een juwelier verderop in de straat, bevestigt dit beeld. ‘Ik verkoop de laatste jaren geen enkel juweel, helemaal niets. Als ik mijn verkoop vergelijk met zo’n tien jaar geleden zit ik op twee tot drie procent’, vertelt hij. Daarom is ook deze juwelier overgestapt op goudinkoop. In de etalage van zijn winkel hangt sinds een paar jaar een bordje met de tekst ‘geld voor uw goud’, net als in de etalages van veel van zijn collega’s in Amsterdam. Al Jaberi hoort veel klanten over openstaande belastingschuld en andere schulden, die men tracht af te lossen met de opbrengst van kostbare bezittingen. Naar de stadsbank van lening gaan mensen volgens hem niet meer snel, zelfs de rente daar kan men soms niet meer opbrengen. In plaats van deze weg prefereren mensen volgens Al Jaberi ‘cold hard cash’.