‘geld wordt onvrouwelijk gevonden’

Je bent 25 jaar, armlastig student en links-activist, en erft opeens tweeeneenhalf miljoen. Het overkwam Marjan Sax (47), feministe van het eerste uur. Ze stak het geld in het Vrouwenfinancieringsfonds Mama Cash. ‘Vrouwen doen veel minder blaaskakerig over geld’
‘MIJN VADER OVERLEED in 1973. Ik wist natuurlijk wel dat hij geld had, we waren bepaald geen armlastig gezin. Mijn ouders waren joden, uit Duitsland gevlucht voor de oorlog, en mijn vader was een goede zakenman. Hij heeft na de oorlog veel geld verdiend in de wederopbouw, maar ik had geen idee hoeveel, want er werd thuis nooit over geld gesproken.

Ik studeerde in die tijd politicologie en kreeg een toelage van thuis. Ik werd altijd heel kort gehouden, vanuit de opvoedkundige gedachte dat geld niet vanzelfsprekend was. Ik had dan ook altijd vakantiebaantjes. Bovendien geneerde ik me behoorlijk voor mijn afkomst. We woonden in een duur huis in Amstelveen, we hadden een dure auto en dat vond ik verschrikkelijk. Omdat het niet gewoon was, en omdat ik ook geen vriendjes en vriendinnetjes had van wie de ouders erg welvarend waren.
In de kringen waarin ik later verkeerde, de studentenbeweging en de vrouwenbeweging, was geld vies. Geld was van kapitalisten en kapitalisten waren slecht. Dat was een heel simpele redenering die ik me eigen had gemaakt. En zo onlogisch was die afkeer ook niet, want wie geld heeft, heeft dat meestal verdiend over de ruggen van anderen. Nu vind ik geld niet meer van zichzelf goed of slecht; het hangt ervan af wat je ermee doet.
Toen overleed mijn vader en erfde ik tweeeneenhalf miljoen. Dat is natuurlijk een enorm bedrag, maar het was heel abstract. Je kunt je dat helemaal niet voorstellen. Aanvankelijk probeerde ik er zo min mogelijk aandacht aan te besteden, ik wist absoluut niet wat ik ermee aan moest. Mensen die geen geld hebben en mensen die heel veel geld hebben, kunnen zich permitteren om hun bankafschriften niet open te maken. Ik hoorde bij die laatste groep en probeerde er niet naar te kijken. Ik vond het gewoon te raar en ook te pijnlijk om erover te praten. Dat schuldgevoel komt doordat je zelf niks voor dat geld hebt gedaan. Het was niet mijn geld, het was zijn geld. Het is zo absurd om geld te erven, het is een soort loterij - er is geen enkele reden waarom ik iets erf en jij niet.
Ik gaf mezelf een toelage op bijstandsniveau en verder hield ik mijn mond erover. Het was ook helemaal not done om over geld te praten. In die tijd was iedereen arm en iedereen voelde zich solidair met de arbeiders. Later realiseerde ik me pas dat heel veel zogenaamd arme studenten uit welgestelde gezinnen kwamen, maar dat ook zij dat verborgen.’
‘HET RARE IS DAT je niet alleen geld erft, maar ook een hele mentaliteit eromheen. De boodschap die ik meekreeg, was dat ik het niet over de balk mocht gooien en dat ik niet mocht interen. Geld mag niet minder worden. Je kunt je afvragen waarom eigenlijk niet, maar dat is nu eenmaal de kapitalistische denktrant. Je moet het beleggen, je moet ervoor zorgen dat het groeit. Geld is er om meer te worden.
Vanaf 1970 was ik heel actief bij Dolle Mina en langzamerhand rijpte het idee om die erfenis in te zetten voor de vrouwenbeweging. In 1982 heb ik met vijf vriendinnen Mama Cash ontworpen en een jaar later zijn we ermee begonnen.
Ik heb die tweeeneenhalf miljoen voor vijftien jaar uitgeleend aan Mama Cash; de rente erover heb ik geschonken. Dus in het begin had Mama Cash zo'n twee ton per jaar te besteden. Het aantrekkelijke van geld hebben is dat je serieuzer wordt genomen. Dat is natuurlijk belachelijk, maar zo werkt het wel en daar hebben we bewust gebruik van gemaakt. Geld trekt geld aan; je kunt dus makkelijker geld bijwerven. Wij hebben dan ook overal luid en duidelijk geroepen dat we die tweeeneenhalf miljoen hadden.
Er is een duidelijke behoefte aan steun voor vrouwen die een kleinschalig bedrijf willen beginnen. Mama Cash leent geen geld uit maar staat borg bij de bank voor 25.000 of 50.000 gulden. Als je een zaak begint zonder eigen geld, dan krijg je geen lening, zeker niet als het om een klein bedrag gaat. Een bank gaat eerder in zee met iemand die zegt: “Ik heb vijf ton of een miljoen nodig om een bedrijf te beginnen dat over twee jaar een multinational zal zijn”, dan met iemand die in haar eentje aan de slag wil en maar 75.000 gulden nodig heeft. Dat geeft minder vertrouwen, wat weer treffend illustreert hoe het kapitalisme werkt.
Voor vrouwen is het bovendien moeilijker om een lening te krijgen en serieus genomen te worden, al verandert dat de laatste jaren wel. Maar allochtone vrouwen worden nog echt gediscrimineerd. Die worden bij de balie teruggestuurd, of ze krijgen de kredietbeoordelaar van de bank niet te spreken. Wij hebben een Antilliaanse vrouw geholpen die een kapperszaak wilde beginnen voor black hair, kroeshaar. Zij werd afgewezen om redenen waarvan wij dachten: dat klopt niet, haar ondernemers plan is gewoon goed opgezet. Ze draait nu ook uitstekend.
Gemiddeld gaat veertig tot zestig procent van de startende ondernemers binnen vijf jaar failliet; bij ons is dat vijfentwintig procent. Dat bewijst dat banken onterecht extra zekerheden van vrouwen vragen. Wij leggen geen andere criteria aan dan de bank, maar we hebben vaak meer vertrouwen in een onderneemster.
Als je de maatschappij wilt veranderen moet je ook de cultuur veranderen, dus hebben wij een cultuurfonds dat subsidies en leningen geeft voor kunstprodukties van vrouwen, met een maatschappijveranderende, feministische visie. En tenslotte geeft Mama Cash subsidies aan vrouwengroepen in de derde wereld. We steunen kleine, radicale vrouwengroepen die een startkapitaal nodig hebben, want die komen veel minder makkelijk aan de bak bij grote organisaties. Als ze maar eenmaal wat geld hebben, dan trekt dat weer geld aan en kunnen ze makkelijker bij een ander fonds terecht.
Mama Cash is nu niet meer afhankelijk van mijn geld. Vanaf 1989 zijn we actief fondsen gaan werven en nu hebben we een paar duizend donateurs, voornamelijk vrouwen. Ik ben heel lang bij Mama Cash in dienst geweest, tegen een bescheiden honorarium. Nu verdien ik mijn brood met het houden van lezingen en het geven van adviezen. Ik heb altijd gewerkt, en ben altijd dat onderscheid blijven voelen tussen zijn geld en mijn geld. Toen ik die erfenis had ondergebracht in Mama Cash, had ik het opgeluchte gevoel dat het geld goed was besteed, en pas toen ging ik ook weleens wat duurs voor mezelf kopen.’
'BIJ MAMA CASH heb ik gemerkt dat vrouwen voorzichtiger zijn met geld en banger zijn om risico’s te lopen. Vrouwen hebben soms een soort huishoudportemonneementaliteit: ik heb zoveel in mijn beursje dus ik kan zoveel uitgeven. Maar het vervelende is dat het, zeker in het bedrijfsleven, niet zo werkt. Daar moet je eerst lenen en schulden maken om vervolgens meer terug te kunnen verdienen. Dat is iets wat veel vrouwen moeilijk vinden. Op zich hebben ze daar gelijk in, want het is natuurlijk ook raar dat de economie draait op schulden maken. Dat is geen gezonde basis, maar het werkt nu eenmaal zo.
Vrouwen willen vaak minder schulden maken en zijn banger om geld te lenen. Zwart-wit gesteld zijn vrouwen vaak iets te angstig en te voorzichtig, en mannen iets te roekeloos. We zouden naar een middenweg toe moeten. Ik denk dat mannen vaak te blaaskakerig doen over geld, maar vrouwen zouden iets meer durf moeten krijgen.
Geld wordt nog steeds onvrouwelijk gevonden. Ouderwetse mannen vinden het niet erotisch als vrouwen zich met geld bezighouden. Vrouwen die financieel goed onderlegd zijn of in hun werk efficient met geld omgaan, worden gauw als bedreigend ervaren. Het gevolg daarvan is dat vrouwen soms heel naief en hulpeloos doen over geld en daar een beetje mee koketteren: “Nou, daar weet ik niks van, hoor.”
De hele financiele wereld is ook nog echt een mannenwereld. Het vervelende daarvan is dat er zo dikdoenerig wordt gedaan. Er werken bijna uitsluitend mannen die zelden in staat zijn om gewoon te praten. Er worden nodeloos rookgordijnen opgetrokken en in een afschrikwekkend jargon. Vrouwen zijn niet welkom in die mannenwereld. Nergens zitten vrouwen in de raden van bestuur of directies van banken. Ik vind dat dat dringend moet veranderen want het is belachelijk en volstrekt onredelijk, ook omdat vrouwen vaak realistischer met geld omgaan. Vrouwen blijven over het algemeen normaler praten, blijven met beide benen op de grond staan en zijn minder geneigd om luchtkastelen te bouwen. De blaaskakerigheid zou door hun aanwezigheid vast afnemen.
De hele aandelenmarkt is natuurlijk voor een groot deel een abstractie. Beleggers reageren niet op economische feiten maar bijvoorbeeld op uitspraken van de president van de Verenigde Staten. Het is allemaal op lucht gebaseerd, op verwachtingen, vermoedens. Ik denk dat vrouwen juist graag beleggen in dingen die concreet zijn. Laatst was er een beleggingsclubje van oudere dames in Amerika die betere resultaten hadden geboekt dan allerlei Wall-Streetgoeroes. Die vrouwen hadden belegd in supermarktketens die ze kenden en waarvan ze gewoon zagen dat ze goed liepen. Vrouwen hebben ook veel belangstelling voor groenfondsen, zij willen graag nuttige dingen doen met geld en zijn minder ingepakt door idealen van dure auto’s en huizen.’
'ER WORDT VEEL te weinig over geld gepraat. Je weet van je vrienden eerder intieme dingen over hun relatie of wat ze bij de psychiater bespreken dan wat ze verdienen. Dat vind ik erg verkeerd. We hebben er allemaal mee te maken en we hebben allemaal ideeen over geld. Het is ook per milieu, per klasse verschillend welke ideeen je meekrijgt over geld. Door er meer over te praten, krijg je meer inzicht in elkaars motieven.
Natuurlijk is geld ook een feministisch issue. Het feit dat vrouwen aan de onderkant van de arbeidsmarkt zitten, over het algemeen in de laagst betaalde beroepen werken en minder carrierekansen hebben: dat gaat allemaal over geld. En het is enorm belangrijk om je eigen geld te hebben en niet financieel afhankelijk te zijn. Dat thema is door de vrouwenbeweging altijd erg benadrukt.
Wie economisch afhankelijk is, zoals ook kinderen zijn, kan niet zomaar weggaan, het huis verlaten op cruciale momenten, bij mishandeling bijvoorbeeld. Je moet je eigen beslissingen kunnen nemen. Onafhankelijk zijn is heel wezenlijk voor levensgeluk. Ik denk niet dat geld van zichzelf gelukkig maakt, maar het is wel een belangrijke voorwaarde voor geluk.’