Profiel: Wiranto

Geliefd en gevreesd oud-generaal

PEKANBARU / SUMATRA — Honderd jonge tjes in Pekanbaru vallen in de prijzen. Presidentskandidaat Wiranto (57) doet de hoofdstad van de Sumatraanse provincie Riau aan. En hij komt niet met lege handen. De gelukkige zonen worden op zijn kosten besneden. Terwijl de ex-generaal de zoveelste toespraak houdt voor de bijeengekomen fans strompelen achter hem de huilende jochies een voor een de kliniek uit. Trotse ouders omhelzen de kinderen en scanderen hun waardering voor de weldoener.

Wiranto is begonnen aan een laatste spurt in zijn campagne voor de eerste directe presidentsverkiezingen in de geschiedenis van Indonesië. Maandag 5 juli kunnen naar schatting 120 miljoen kiezers hun stem uitbrengen. Behalve Wiranto zijn er nog vier kandidaten: president Megawati Soekarno putri, haar vice-president Hamzah Haz, moslimleider Amien Rais en voormalig generaal Susilo Bambang Yudhoyono. De laatste wordt de meeste kans toegedicht.

Maar als geen van de kandidaten een absolute meerderheid haalt, gaan de eerste twee door naar een tweede verkiezingsronde op 20 september. Peilingen wijzen uit dat Wiranto aanstaande maandag waarschijnlijk tweede wordt. Met de gecombineerde achterban van de afgevallen kandidaten maakt hij dus wel degelijk kans in september het presidentschap in de wacht te slepen.

Tegen alle verwachtingen in werd Wiranto in april genomineerd door Golkar, dat met 21 procent van de landelijke stemmen opnieuw de grootste politieke partij van het land was geworden in de kort daarvoor gehouden parlementsverkiezingen. Snel daarna sloot hij een bondgenootschap met de grootste moslimpartij, PKB, van voormalig president Abdurrahman Wahid, wiens jongere broer hij aantrok als kandidaat voor het vice-presidentschap. Op papier is Wiranto zo verzekerd van dertig procent van de stemmen.

Voor zijn nominatie werd Wiranto nog nauwelijks serieus genomen als mogelijke presidentskandidaat. Zijn ambities waren bekend, maar slechts enkele waarnemers hielden een verkiezingsoverwinning voor mogelijk. Westerse diplomaten deden zijn gooi naar het hoogste ambt af als een laatste stuiptrekking van een gevaarlijke man. «Het kan toch niet waar zijn dat juist de man met bloed aan zijn handen de eerste democratische verkiezingen gaat winnen», klonk het onder buitenlanders in Jakarta. Deze afkeer van Wiranto stond een objectieve weging van zijn kansen in de weg. Het vooruitzicht dat de democratische vrijheid in het voordeel zou zijn van de voormalige adjudant van potentaat Soeharto werd te pijnlijk gevonden. Eerder dit jaar lekte nota bene uit dat Wiranto al sinds 2003 op de zwarte lijst van de Amerikaanse immigratiedienst staat.

Wiranto werd in 1947 geboren in Yog yakarta (Centraal Java) en groeide op in de buurt van Soerakarta (Solo). Zijn vader was leraar op een lagere school en bracht zijn zoon discipline en bescheidenheid bij. Wiranto was de zevende van tien kinderen in het gezin dat met beperkte middelen moest rondkomen.

Na de militaire academie in 1968 volgde een voorspoedige carrière in het leger. De benoeming tot adjudant van Soeharto in 1989 wordt algemeen gezien als zijn doorbraak. Vier jaar lang was hij de «aide de campe» van de president. Na tal van promoties werd hij begin 1998 hoofd van de strijdkrachten en minister van Defensie. Het waren de laatste maanden van Soeharto’s regime. Diens opvolger, president Habibie, hield Wiranto op dezelfde post aan. President Abdurrahman Wahid maakte van hem coördinerend minister van Veiligheidszaken totdat hij hem in februari 2000 ontsloeg wegens de aanwijzingen dat Wiranto verantwoordelijk was voor het bloedbad in Oost-Timor in 1999 toen het volk in een referendum massaal voor afscheiding van Indonesië had gekozen. Het bloedvergieten in Oost-Timor wordt Wiranto vooral in het Westen het meest aangerekend. Nadat Habibie had besloten de Oost-Timorezen een referendum te gunnen, werden met steun van het leger pro-Jakarta-milities opgericht en bewapend. Wiranto verklaarde later dat de milities tegenwicht moesten bieden aan gewapende rebellen die het volk anders zouden dwingen tot een stem voor afscheiding. Met hulp van het Indonesische leger werden meer dan duizend Oost-Timorezen vermoord.

Als hoofd van de strijdkrachten en minister van Defensie was Wiranto als geen ander verantwoordelijk voor het optreden van het leger en de steun voor de milities. Maar de vraag of hij opdracht gaf tot de gewelddadigheden is minder makkelijk te beantwoorden. Onderzoekers hebben vastgesteld dat hij volledig op de hoogte is geweest van het optreden van de milities, maar er bewust niets tegen heeft gedaan.

Het Oost-Timor-tribunaal dat door Indonesië werd opgezet heeft Wiranto echter nooit als verdachte aangemerkt. Een procureur van de Serious Crimes Unit van de Verenigde Naties in Oost-Timor diende in februari een aanklacht tegen hem in wegens mensenrechtenschendingen. Maar het Oost-Timorese openbaar ministerie weigert hieraan gevolg te geven. De regering in Dili heeft geen behoefte aan vervolging van Wiranto, omdat ze zich wil concentreren op de toekomst, is de verklaring.

Deze pragmatische houding kwam aan het licht tijdens een speciaal belegde ontmoeting tussen president Xanana Gusmao met Wiranto op 30 mei in Bali. Wat er achter gesloten deuren werd besproken is nooit bekendgemaakt, maar voor de camera’s schudden beide heren elkaar hartelijk de hand.

Voor Indonesiërs spelen de gebeurtenissen in Oost-Timor overigens een minder grote rol bij hun beoordeling van Wiranto. Wat hem bij de kiezers eerder opbreekt, is zijn optreden in de tijd dat Soeharto ten val kwam. In mei 1998 openden strijdkrachten het vuur op demonstrerende studenten die het aftreden van Soeharto eisten. Daarna waren er drie dagen lang rellen in verschillende delen van de stad. De opstand keerde zich tegen de Chinese gemeenschap die in de ogen van veel Indonesiërs het meest profiteerde van Soeharto’s regime. Honderden mensen vonden de dood. Een groot aantal Chinees-Indonesische vrouwen werd verkracht.

Het onderzoeksteam naar mensenrechtenschendingen, Komnas Ham, dat later door president Habibie werd opgezet, stelde in november 1998 vast dat «individuen binnen de strijdkrachten» een actieve rol hadden gespeeld bij deze rellen. «De commissie had aanwijzingen dat Wiranto betrokken was, daarom heeft ze hem opgeroepen voor een verhoor, maar hij kwam niet opdagen», verklaarde de vice-voorzitter van de commissie, Zoemrotin K. Susilo, vorige maand publie kelijk.

In de Warung Wiranto van Pekanbaru oogt de presidentskandidaat plotseling vermoeid. De oud-generaal heeft door het hele land drieduizend traditionele eetlokalen laten optuigen. Voor de helft van de gebruikelijke prijs kan het volk hier eten. Dit is de zoveelste gesponsorde pleisterplaats die Wiranto voor zijn campagne aandoet. Het lijkt alsof hij het bijna niet meer kan opbrengen. Hij perst nog een laatste lach op zijn gezicht wanneer de uitbater hem wat gedroogde visjes laat proeven. Maar de lol is eraf. «Het is moeilijk om de perceptie te veranderen», zegt een assistent.

Wiranto probeert niettemin uit alle macht zijn reputatie te zuiveren. Het bloedbad in Oost-Timor noemt hij «een verzinsel van buitenlandse correspondenten». Eerder dit jaar publiceerde hij al een boekje (Getuige in de storm) waarin hij zijn handen in onschuld wast. Bij herhaling noemt hij de gebeurtenissen van 1998 «door de geschiedenis bepaalde onvermijdelijke incidenten».

De keuze van zijn kandidaat voor het vice-presidentschap is misschien wel de beste stunt. Solahuddin Wadid was tot voor kort lid van de mensenrechtencommissie Komnas Ham en leidde in 2002 een vervolg onderzoek naar de mei-rellen. «Van alle bewijzen die de commissie heeft verzameld is niet gebleken dat Wiranto schuldig is aan mensenrechtenschendingen», verklaarde Wahid tot ongeloof van velen toen hij in mei het aanbod van Wiranto accepteerde.

Bang dat Wiranto er zo toch in zal slagen de kiezers alsnog te overtuigen, laten zijn tegenstanders daarom geen gelegenheid onbenut om te herinneren aan zijn antecedenten. In verschillende grote steden worden vcd’s verkocht van de populaire Indonesische Idols-competitie die na de eerste vijf minuten plotseling beelden tonen van de rellen van mei 1998. Nog schadelijker zijn de onthullingen van oud-generaal Kivlan Zen over Wiranto. Zen publiceerde eind juni een boek over de Indonesische strijdkrachten waarin Wiranto pijnlijk wordt blootgelegd als het brein achter de inzet van civiele milities tegen de studenten die in november 1998 demonstreerden tegen de formele benoeming van Habibie als opvolger van Soeharto.

Wiranto op zijn beurt zegt tot op de dag van vandaag geen rol te hebben gespeeld bij het gewelddadige conflict tussen de opgetrommelde gelegenheidssympathisanten van Habibie en de demonstrerende studenten. Minstens tien mensen kwamen daarbij om het leven. Maar Zen heeft een andere lezing. «Ik werd door Wiranto verordend en kreeg de opdracht dertigduizend mensen op de been te brengen als tegenwicht tegen de studenten. Dat ik deze opdracht kreeg was geen toeval, want ik had in mei 1998 dezelfde milities opgetrommeld in opdracht van Prabowo (de schoonzoon van Soeharto — aw).» Zen had goede banden met een netwerk van islamitische kostscholen die te pas en te onpas leerlingen konden mobiliseren in ruil voor financiële genoegdoening. «Wiranto instrueerde me een deel van het benodigde geld op te halen bij een bevriende zakenman. De rest zou later volgen, maar dat heb ik nooit gekregen», vertelt Zen desgevraagd. Naar eigen zeggen heeft Wiranto kort geleden nog een laatste poging gedaan om hem de mond te snoeren. «Een hulpje van Wiranto kwam langs met een geldaanbod en de belofte van een ambassadeurspost als Wiranto de verkiezingen zou winnen», zegt hij met een lach. «Ik heb het afgeslagen, want ik heb geen zin om hoogwaardigheidsbekleders van het vliegveld te halen.»

In Pekanbaru maakt Wiranto daaraan geen woorden vuil. «Wilt u goedkoop onderwijs voor uw kinderen?» vraagt hij vanaf het podium aan de meute in een open stadion. «Jaaaaa», klinkt het enthousiast. «Geen zorgen, daar heb ik een recept voor», zegt de held van de dag. «Wilt u goedkopere rijst?» vraagt hij opnieuw. «Geen zorgen, ook daar heb ik een plan voor.» Op de details gaat Wiranto niet in. Hij vraagt het orkest om de A-sleutel in te zetten en zingt een Indonesische smartlap voor de uitzinnige menigte.

Wiranto zegt slechts één termijn als president te ambiëren omdat hij pijnlijke maatregelen niet uit de weg wil gaan uit politieke overwegingen om herkozen te worden. Als president zal hij met sterk leiderschap orde en stabiliteit terugbrengen naar Indonesië. Hij belooft een eind te maken aan de dreiging van terroristische organisaties en aan separatistische bewegingen. Hij stelt economisch herstel in het vooruitzicht. En een strijd tegen de alomtegenwoordige corruptie.

Volgens de peilingen slaat Wiranto’s boodschap nog niet bij de meerderheid aan. Slechts twaalf procent is vastbesloten op hem te gaan stemmen. Zo’n twintig procent van het electoraat bestaat uit zwevende kiezers. Maar analisten wijzen erop dat de meeste Indonesiërs inderdaad een sterke leider willen, hoewel ze tegelijkertijd een terugkeer van repressie als onder Soeharto vrezen. Dat de Soeharto-familie het kandidaatschap van Wiranto openlijk steunt, is voor velen een teken aan de wand. «Alleen langs democratische weg zal ik president worden», verklaarde de generaal onlangs desondanks tegenover buitenlandse journalisten.