Bij de presentatie van het PvdA-partijprogramma

Gelijkgestemd

De aow, de bureaucratie, arbeidsparticipatie, maatschappelijk gedrag. Wie de verkiezingsprogramma’s van de grote partijen wil vergelijken, wacht een moeizame zoektocht naar de verschillen.

Wie dacht dat de vergrijzing van de Nederlandse samenleving het beeldbepalende onderwerp bij de komende verkiezingen zou worden, heeft naast de campagneadviseurs gerekend. Grijs is grauw en zorgelijk. Dat moet vooral niet te beeldend naar voren worden gebracht. De pvda-kamerleden hadden hun kroost meegenomen naar de presentatie van het verkiezingsprogramma, afgelopen zondag in Amsterdam-Noord. Dat levert toch leukere plaatjes op dan pvda’ers met naast zich oude moeders en vaders die zich slechts met een rollator in de drukte rondom lijsttrekker Wouter Bos staande kunnen houden. Het was daarom ook dat de uitkomst van de pvda-worsteling met de financiering van de oudedagsvoorziening, de aow, vorige week al naar ‘buiten kwam’. Dan had de partij dat maar vast gehad en kon bij de presentatie van het hele verkiezingsprogramma alle aandacht naar fris en jong en groen.

Niet alleen bij de pvda is blijkbaar zo gedacht. De pvda presenteerde haar programma vorige week doelbewust in een Rotterdamse hogeschool vol jongvolwassenen. Daarvoor liet het cda zijn verkiezingsprogramma het licht zien in het Huis van de Toekomst, een futuristisch gebouw in Amsterdam, waar wél een ingenieuze spiegel hangt die kinderen helpt bij het poetsen van hun tanden, maar waar een oudere die wat moeilijker ter been is alleen met veel kunst en vliegwerk aan de moderne eettafel kan gaan zitten.

Niet dat over de kosten van de vergrijzing en de wijze waarop die betaald moet gaan worden het laatste woord in de komende campagne is gezegd. De pvda kiest er zelfs als enige grote politieke partij voor de groep ouderen met een aanzienlijk aanvullend pensioen te laten meebetalen aan de eigen aow. Ook al is het pvda-plan als gevolg van de lawine aan kritiek afgezwakt, het blijft koren op de molen van de huidige twee regeringspartijen cda en vvd. Ook van de sp, trouwens. Alledrie willen ze de aow ongemoeid laten. Dat wordt bekvechten tot 22 november.

Maar wie al denkt aan coalitiebesprekingen, ziet dat er ingangen zijn voor compromissen in het geval het cda dan wel de vvd, of misschien zelfs de sp, na de verkiezingsdag tegenover de pvda aan de onderhandelingstafel plaatsneemt. Zo laten de sociaal-democraten voorlopig alles bij het oude en willen ze pas in 2011, lees: het laatste jaar van de komende kabinetsperiode, die zogenoemde fiscalisering van de aow invoeren. Zo’n laatste jaar valt gemakkelijk nog wat verder naar achteren te schuiven, over nieuwe verkiezingen heen.

Dat ook de werkgevers en werknemers in de Sociaal Economische Raad (ser) de fiscalisering nu niet omarmen, biedt openingen bij een kabinetsformatie. Stel dat de pvda tegen de huidige verwachtingen in tóch niet de grootste partij wordt, dan kan ze water bij de wijn doen door te verwijzen naar het ser-advies met het argument dat ze geen sociale onrust en stakingen wil. Daar moet voor een kabinetsinformateur uit te komen zijn. Mits de politieke wil er is, natuurlijk.

Er zijn meer onderwerpen die ondanks de verschillen in het oog springende overeenkomsten hebben. Een jongere mag in de toekomst niet meer werkloos zijn: het is leren óf werken, al ben je voor het cda al niet jong meer boven de 23 en krijg je bij vvd en pvda dat etiket nog opgeplakt tot je 27ste. Hoe zwaar zou die leeftijdsgrens bij coalitieonderhandelingen eigenlijk wegen? Is de oplossing al niet zichtbaar door de leerwerkplicht via de weg van de geleidelijkheid in te voeren?

Net als de leeftijd lijkt aanvankelijk ook de toon te verschillen waarmee de boodschap aan het adres van de nu werkloze jongeren wordt gebracht. Maar is dat een verschil dat tot politieke problemen zal leiden? De vvd stelt glashard dat er onder de 27 jaar geen recht is op bijstand met als argument dat er in de samenleving genoeg te doen is. Dat leest toch als: kom van je luie gat. De pvda daarentegen heeft het over jongeren die niet thuis mogen zitten. Daarbij krijgt de lezer het gevoel dat dit inderdaad zonde is zowel voor de jongeren zelf als voor de samenleving in haar geheel. Maar ook de pvda wil het ingrijpend aanpakken: wie niet meewerkt, wacht disciplinering en sociale dienstplicht. Genieten van een bijstandsuitkering is er bij beide partijen niet bij.

Nog zo’n punt waarbij het vooral de toon is die het verschil maakt, meer dan dat het gewenste doel erachter anders is: het gedrag van de Nederlander in de openbare ruimte. Het cda heeft het over de ‘welbekende korte lontjes’ en ‘verruwing’ van het maatschappelijk klimaat en wil scholen, de media en horecagelegenheden aanspreken op hun bijdrage aan ‘respect en maatschappelijk fatsoen’. De pvda ‘opent de aanval op asociaal gedrag’ en heeft het eveneens over respect. De vvd schrijft in de bewust nagestreefde bondigheid dat ze kiest ‘voor de buurt, tegen de hufters’. Hoe ook verwoord, alledrie hebben ze begrepen dat hondenpoep op de stoep, geluidsoverlast van de buren, schelden op straat of aanvallen op ambulancepersoneel de kiezer hoog zitten.

Nog een overeenkomst: de deelname van ouderen en vrouwen aan het arbeidsproces moet omhoog. vvd, sp, GroenLinks en pvda kiezen ervoor dat te bevorderen door gratis kinderopvang, al is die bij de pvda niet de hele week maar slechts drie werkdagen gratis. Het cda wil ouders zelf de keuze laten of het kind naar de opvang gaat dan wel door vader of moeder thuis wordt opgevangen en kiest daarom voor een verhoging van de kinderbijslag.

Ook als het gaat om regelzucht en gekmakende bureaucratie kunnen de partijen het een heel eind met elkaar vinden: minder regels, minder ambtenaren. Dan gaat het bij geen van alle om minder politieagenten, minder verpleegkundigen, minder onderwijzers en leraren. Juist niet. Wel om minder beleidsambtenaren. Dan komen er vanzelf minder regels, zo is de gedachte. De voornemens zijn bij alle partijen vaag en herinneren aan mislukte pogingen uit het recente verleden, maar staan in alle programma’s ingeboekt als maatregelen die geld opbrengen om de staatsbegroting in 2011 kloppend te maken. Zo fungeert het openbaar bestuur bij alle grote partijen letterlijk als sluitpost.

Ook de bestuurlijke spaghetti staat bij allemaal wéér op de agenda. De pvda gaat het verst. Provincies en steden krijgen van de sociaal-democraten één jaar de tijd om zelf met een plan voor een afgeslankt middenbestuur te komen. Dat doet denken aan de term ‘maatwerk’. Zo heette dit al meer dan tien jaar geleden toen een kabinet-Lubbers van cda en pvda hetzelfde probeerde. De politieke partijen willen dan misschien geen oude mensen in beeld tijdens de campagne, ze halen wel oude koeien uit de sloot in hun verkiezingsprogramma’s.

Dit soort bestuurlijke hervormingsplannen sneuvelt telkens om een even eenvoudige als ingewikkelde reden. Net zomin als je aan ambtenaren moet vragen zelf nut en noodzaak van het eigen werk te evalueren, zoals afgelopen kabinetsperiode gebeurde, moet je aan politici of bestuurders vragen zichzelf als overbodig te beschouwen. Maar het zal de komende kabinetsperiode opnieuw worden geprobeerd. Nieuw is wel dat vvd en pvda beseffen dat ambtenaren en bestuurders van provincies en gemeentes gemakkelijker van de plannen te overtuigen zijn als de landelijke politici ook in ‘zichzelf snijden’. Mede daarom stellen ze voor het aantal Eerste- en Tweede-Kamerleden te verminderen.

Aan de pvda de eer dat ze ook met één concreet en van de rest afwijkend voorstel is gekomen: het opheffen van de waterschappen. Hun taken moeten overgeheveld worden naar de provincie. Dat ruimt in de ogen van de sociaal-democraten al mooi een bestuurslaag op. Natuurlijk stonden de waterschappen meteen op hun achterste benen. Toch is juist dit saaie en taaie voorstel van de pvda de moeite van een goed debat waard. Dat is niet alleen omdat de pvda het oudste democratische bestuur van het land wil laten verdwijnen. In een tijd dat deskundigen waarschuwen voor klimaatveranderingen en natte voeten is goed waterbeheer geen overbodige taak. Zal het geld dat de burgers nu rechtstreeks aan de waterschappen betalen voor de strijd tegen het water echter wel geoormerkt blijven voor dat doel als de waterschappen verdwijnen? Of moet dat geld straks concurreren met lantaarnpalen langs een provinciale weg? Dat is een wezenlijke vraag die om een antwoord vraagt en niet valt weg te moffelen met geklaag over het grote aantal overleggen waarin bestuurders hun gezicht moeten laten zien.

Ook is het de vraag of de pvda wel goed heeft nagedacht over dit plan of dat het de zoveelste bloem is die op het veldje van de bestuurlijke vernieuwing mag proberen tot bloei te komen. Want vallen waterschappen eigenlijk wel bij de provincie onder te brengen als alle stroomgebieden over de provinciegrenzen heengaan? Bij welke provincies moeten die 27 waterschappen trouwens worden ondergebracht, want is het niet diezelfde pvda die provincies dwingt na te denken over de eigen grenzen en ze uitdaagt grotere eenheden te vormen?

Hoe ingrijpend misschien ook in het licht van de Nederlandse geschiedenis, de discussie over de waterschappen zal er een zijn voor intimi en zelfs voor hen zal ze hoogstwaarschijnlijk niet de uiteindelijke keuze in het stemhokje bepalen. Wie op meer punten de programma’s wil vergelijken wacht een moeizame zoektocht naar de verschillen. Het is ook zo druk op het politieke middenveld. De kans is daarom groot dat de kiezer zijn stem bepaalt door vooral te kijken bij welke partij en leider hij zich thuis voelt. Dat is bijna net als vroeger, met dit verschil dat het zich thuis voelen toen werd bepaald door geloof of arbeidsomstandigheden en tegenwoordig door dat minder gemakkelijk te duiden gevoel dat een partij uitstraalt. Een ruggensteuntje bij de keuze in november kunnen de ‘openingen’ van de partijprogramma’s zijn. Hier volgen die van de grote drie. De pvda heeft het over ‘Kinderen eerst’. Het cda zegt: ‘Wij kiezen voor het gezin.’ De vvd schrijft: ‘Alle schijven: min 3%.’ Kies straks zelf.