Inleiding bij ons gelijkheidsnummer

Gelijkheid

Twee losse berichtjes in de krant van vorige week. In het ene ging het om Soufian Afkir uit Rotterdam, een negentienjarige vakkenvuller van Albert Heijn, die tijdens een aandeelhoudersvergadering van moederbedrijf Ahold protesteerde tegen zijn beloning.

Medium groene commentaar gelijkheid

De jongeman rekende Ahold-baas Dick Boer voor wat het verschil is tussen zijn eigen jeugdloon en het riante salaris van de CEO. ‘U verdiende in 2013 zo’n 3,7 miljoen euro. Dat is zestienhonderd euro per uur. Ik verdien 5,96 per uur.’ De uitsmijter: ‘Om uw salaris van één jaar te evenaren, moet ik 299 jaar fulltime werken.’ Waarop hij ten overstaan van de aandeelhouders zijn pak in tweeën scheurde om duidelijk te maken dat hij van zijn salaris slechts een half pak kan betalen.

Het andere berichtje ging over Dan Price, topman van het Amerikaanse bedrijf Gravity Payments. Hij had een artikel over geluk gelezen, vertelde hij aan The New York Times, waarin stond dat zeventigduizend dollar een keerpunt vormt. Mensen die minder verdienen, komen in moeilijkheden bij onverwachte medische kosten, bij een scheiding of bij hoge onderwijskosten voor hun kinderen. Met zeventigduizend dollar is de Amerikaanse droom uitvoerbaar: een eigen huis, een auto, goede scholing voor de kinderen. Wat daar bovenop komt, voegt nog wel welvaart toe maar niet langer welzijn. Hij besloot daarop het minimumloon in zijn bedrijf drastisch te verhogen: alle medewerkers gaan minimaal die zeventigduizend dollar verdienen. Voor meer dan de helft van de werknemers betekent dat een loonsverhoging van dertig procent; voor een kwart is het zelfs een verdubbeling. Om de salarisverhoging te bekostigen levert Price zelf fors in. Hij verlaagde zijn eigen salaris van één miljoen naar zeventigduizend dollar.

De berichtjes laten zien hoezeer het thema economische ongelijkheid leeft. Het zijn niet alleen de verontwaardiging over de bonussen of loonsverhogingen van bankiers of andere topbestuurders of de bezorgde uitspraken van Christine Lagarde van het imf of Barack Obama over de groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid die breeduit het nieuws halen – ongelijkheid is inmiddels ook terug te vinden in de ‘faits divers’, in de lichte toets bij al het sombere wereldnieuws.

De diagnose van groeiende ongelijkheid is slechts het begin. Het komt aan op oplossingen

Dat ongelijkheid de grote sociaal-economische kwestie van dit moment is geworden is, zo wordt alom gesteld, goeddeels de verdienste van de Franse econoom Thomas Piketty. De Engelse vertaling van zijn Le capital au XXIe siècle, begin vorig jaar, zorgde voor een mondiaal debat over de rijken die rijker worden, de middenklasse die onder druk staat en de armen die uitzichtloos blijven sappelen.

Hoe opmerkelijk dit debat is, blijkt bijvoorbeeld uit het boek The Haves and the Have-Nots dat Branko Milanovic, econoom bij de Wereldbank, in 2011 publiceerde. Daarin stipt hij het taboe aan op de discussie over inkomensongelijkheid. Je zorgen maken om armoede, dat was legitiem, maar ongelijkheid was andere koek. Waarom? ‘Omdat “mijn” zorgen om andermans armoede me in een vriendelijk, warm licht plaatsen: ik ben bereid hen te helpen met mijn eigen geld. Liefdadigheid is goed. (…) Maar hoe anders ligt dat bij inkomensongelijkheid. Het woord alleen al is genoeg om een vraagteken te plaatsen bij de redelijkheid en aanvaardbaarheid van mijn inkomen.’

Het is kortom mooi dat ongelijkheid zo hoog op de mondiale agenda staat. Want de Amerikaanse ondernemer Dan Price heeft gelijk: meer gelijkheid maakt mensen en samenlevingen gelukkiger. Maar de diagnose is slechts het begin, het komt aan op oplossingen. Daarover gaat het vooral in dit speciale nummer, waarin we ruimte geven aan denkers en doeners, aan ngo’s en bedrijven die zich vaak al jaren, lang vóór Piketty, inzetten voor grotere gelijkheid. Van Anthony Atkinson, de nestor van de ongelijkheidswetenschap, die in zijn recent verschenen boek Inequality: What Can Be Done? de kloof tussen rijk en arm wil verzachten door de ‘onderkant’ te verheffen, tot de vermaarde ontwikkelingseconoom Amartya Sen, die nieuw licht wierp op armoedebestrijding. Van de Braziliaanse politicus Eduardo Suplicy, ijveraar voor het basisinkomen, tot de Griekse minister Panagiotis Nikoloudis, fraudejager in naam van de nieuwe regering. Van het ‘tax activism’ van de Nederlandse stichting Somo tot de pleitbezorgers voor de coöperatie. Van de economiestudenten die actie voeren voor een nieuw curriculum tot het groeiend aantal bedrijven zonder managers.

Er is op het moment een omslag gaande, zoveel is duidelijk. Ongelijkheid is geen natuurwet, maar iets waar we zelf iets aan kunnen doen.


PS: Dit nummer is leesstof voor twee weken.
Ons volgende nummer verschijnt op 7 mei