Gelijkheidslucht

George Orwell bezag in de jaren dertig de Catalaanse revolutie en verloor zijn geloof in een betere wereld.

Medium hh 56171335
Barcelona 1936, helemaal achteraan George Orwell

Oorlog weergeven of beschrijven is niet makkelijk. Onlangs beweerde historicus Max Hastings in de New York Review of Books dat de bombardementen in de film Dunkirk luidruchtiger zijn dan om het even welke slag die hij heeft meegemaakt. Een vreemde opmerking: Hastings, geboren in 1945, was er niet bij in 1940. Tegelijkertijd geldt dat voor steeds meer mensen. Des te langer het Westen vrede kent, des te gulziger het verlangen lijkt, ook bij jongere generaties, om te weten hoe oorlog echt voelt. Nog los van de vraag waarom je dat zou willen, is het vrij onwaarschijnlijk dat het mogelijk is zonder je leven op het spel te zetten.

Toen George Orwell in 1937 besloot om zijn recente ervaringen in de Spaanse burgeroorlog op te schrijven, maakte hij zich weinig illusies: de realiteit van het front tot uitdrukking brengen in Saluut aan Catalonië zou hem nooit lukken. Hij is zeker sceptischer over het medium dat hij hanteert dan Christopher Nolan toen die Dunkirk draaide, en van trots machogedrag of gewoon nog maar van het geloof een even heroïsch als geloofwaardig spektakel aan te bieden, is zelden sprake. Als Orwell een hoofdstuk wijdt aan het bestaan in de loopgraven, waarschuwt hij de lezer: wat volgt zal saai zijn, en wie op zoek is naar inhoudelijke overwegingen, kan beter naar het volgende hoofdstuk bladeren. Orwell had zich voorgenomen om reportages te schrijven over de gevolgen van de staatsgreep, waartegen vooral de Catalanen in opstand kwamen. Al snel besefte hij dat er maar één ding opzat: zelf oorlog voeren, samen met het rebellenleger, tegen de fascisten.

Het wordt de leerrijkste ervaring uit zijn leven, om te beginnen omdat er aanvankelijk van oorlog weinig sprake is. ‘Nu ik het front gezien had, was ik er misselijk van. Dat noemden ze oorlog! En we hadden nauwelijks contact met de vijand! Hoog in de heuvels rond Saragossa, was er alleen de mengeling van verveling en ongemak van de immobiele oorlog. Een leven, even arm aan gebeurtenissen als dat van een kantoorbediende, en bijna even geregeld.’ Het zou kunnen dat de auteur die later klassieke romans zou schrijven, op zoek was naar spannend materiaal, maar daar laat hij niets van merken. Orwell lijkt oprecht geïnteresseerd in slechts één ding: fascisten omleggen. ‘Ik kon de fascisten horen praten en zingen’, noteert hij, wat des te frustrerender is omdat hij ze niet in het vizier krijgt. En mocht dat wel lukken, dan is de kans groot dat de kogel zijn eigen gezicht treft: het oorlogstuig van de Catalanen is vreselijk, en de meeste slachtoffers vallen door haperende pistolen. ‘Er leek geen hoop te zijn dat het echt tot vechten zou komen.’ Orwell benadrukt dat hij voor niets minder dan de democratie strijdt, in een Europees land waar zoiets, op dat moment, op een directe manier mogelijk lijkt.

Een paar maanden heeft het gewerkt, volgens Orwell, in Barcelona: een samenleving op basis van gelijkheid

Langzaam begint hij te beseffen dat de zaken complexer liggen, en zowel interessanter als frustrerender zijn. Wat er in Catalonië heeft plaatsgegrepen, is een anarchistische revolutie, en de rebellen vechten niet zozeer tegen het fascisme (dat later met Franco zal overwinnen), als wel voor een belangwekkend ideaal. Vandaar ook dat ze, ondanks gebrekkige logistiek en organisatie, zo enthousiast en talrijk zijn: ‘Het was de soort krachtsinspanning die waarschijnlijk alleen opgebracht kon worden door mensen die met revolutionaire bedoelingen vochten – die er, met andere woorden, van overtuigd waren dat ze voor iets beters vochten dan de status-quo.’ Het gaat er de Catalanen, volgens Orwell, niet om het fascisme tegen te houden ten voordele van de kapitalistische democratie – ze willen een egalitaire en socialistische samenleving tot stand brengen waarin het leven niet meer door geld en bezit wordt gedicteerd. Het is een dimensie van verzet met verstrekkende gevolgen: is het mogelijk om massaal in opstand te komen zonder dat er voor een duidelijk alternatief wordt gevochten? Wil je alleen maar behouden wat je al hebt, dan kom je daar de straat niet voor op, laat staan dat je er voor naar het front zou trekken. Trouwens: als de Catalanen vandaag voor onafhankelijkheid ijveren, waarin zou het verschil met de rest van Spanje dan precies bestaan, zonder een radicaal andere maatschappijvorm?

Een paar maanden heeft het gewerkt, volgens Orwell, in en rond Barcelona: een samenleving organiseren op basis van gelijkheid, zodat mensen elkaar niet meer met meneer of mevrouw moeten aanspreken, honger en armoede verdwijnen, luxehotels voor iedereen toegankelijk worden, en fooien verboden zijn. In een aantal zinnen suggereert hij de gevolgen voor het menselijk gedrag, hoewel er hier en daar van overinterpretatie sprake zal zijn. ‘De dorpsmeisjes waren prachtige, levendige schepseltjes met ravenzwart haar’, aldus Orwell, ‘wiegende heupen en een onbevangen directheid in hun optreden die waarschijnlijk een bijproduct was van de revolutie.’ Ook in het leger ervaart hij hoop en vertrouwen, en kameraadschap en gelijkheid, want er zijn geen rangen in het revolutionaire korps. Voor Orwell is het duidelijk: ‘Men had gelijkheidslucht ingeademd.’ Daar wil hij niet cynisch over doen, en wat hij schrijft kunnen verondersteld linkse politici ook vandaag ter harte nemen. ‘Ik weet heel goed dat het tegenwoordig mode is te ontkennen dat socialisme iets met gelijkheid te maken heeft. In elk land ter wereld is een heel leger partijbonzen en gladde hoogleraartjes druk doende te “bewijzen” dat socialisme niets anders betekent dan staatskapitalisme, waarbij het graaimotief onaangetast blijft. Gelukkig bestaat er echter ook een heel andere opvatting van het socialisme.’

De tegenstand komt niet alleen van illusieloze realpolitici of van fascisten, maar ook van communisten. Het is zo onvoorstelbaar dat Orwell zich opnieuw verontschuldigt bij zijn lezers, en hen aanraadt om ook andere boeken of verslagen te lezen over de Spaanse Burgeroorlog, want dat hij zich vergist of dat hij verkeerd is geïnformeerd, is niet uitgesloten. Als hij in april 1937 terugkeert van het front naar Barcelona, treft hij een stad aan waar de burgerij het weer helemaal voor het zeggen heeft. Nog geen half jaar terug was je verdacht als je in maatpak over straat liep, en nu is alweer het omgekeerde waar! Bovendien is het ondertussen zo dat de linkse fracties elkaar op de meest gemene wijze bestrijden. De Sovjet-Unie heeft er immers geen baat bij dat Spanje tot een socialistische staat kan uitgroeien, vooral omdat Russische bondgenoten zoals Frankrijk daar erg zenuwachtig van zouden worden. Dus besluiten ook de Spaanse communisten, op bevel van Moskou, een klopjacht in te zetten op de anarchisten, en dan vooral op de Partido Obrero de Unificación Marxista, waarvan ook Orwell deel uitmaakt.

In vele zowel Britse als Spaanse kranten worden de anarchisten ervan beschuldigd samen te zweren met de fascisten. Het levert Orwell een hekel op aan communisten en stalinisten, maar ook aan journalisten en aan de leugenachtige pers in het algemeen – een afkeer die in 1984 tot uiting zal komen, terwijl de cynische communistische spelletjes hun neerslag zullen vinden in Animal Farm. Het zijn twee romans waarin Orwell zijn geloof in een wereld vol gelijkheidslucht nog slechts in het negatief weet af te beelden. In plaats van schitterende socialistische vergezichten te schilderen, schrijft hij wat er jammer genoeg op dramatische wijze kan misgaan wanneer idealen in hun tegendeel omslaan.