500 jaar Reformatie: Craig Harline over de mens Maarten Luther

Geloof door genade alleen

Volgens de Amerikaanse historicus Craig Harline is het beeld dat Luther verantwoordelijk is voor de splitsing van de kerk in de westerse wereld ongenuanceerd. ‘Er waren in die tijd zoveel hervormers.’

Medium gettyimages 113493491
Maarten Luther verdedigt zijn stellingen in de Rijksdag van Worms © Universal History Archive / Getty Images

Als ik de Amerikaanse historicus Craig Harline (1956) in een Amsterdams café de hand schud, zegt hij met een licht Vlaams accent ‘goedenmiddag’. Niet alleen een vriendelijk gebaar: de in Californië geboren en getogen Harline spreekt vloeiend Nederlands, ook gedurende de anderhalve uur dat we elkaar die middag spreken. Hij komt, zo legt hij even later uit, al veertig jaar met veel plezier in de Lage Landen. Craig Harline: ‘Toen ik als 22-jarige student voor het eerst in Nederland en België kwam, raakte ik onder de indruk van de taal. Taalonderwijs was in de jaren zeventig in Amerika niet heel uitgebreid. Duits heb ik nog op school gehad. Maar die taal heb ik uiteindelijk echt geleerd via het Nederlands.’

Dat hij de Duitse taal machtig is, hielp Harline bij zijn meest recente boek: Wereld in wanorde: Maarten Luther en de geboorte van de Reformatie. In dat boek werpt Harline licht op het vroege leven van de Duitse frater, theoloog en aanstichter van de Reformatie Maarten Luther (1483-1546). Los van de duizenden preken die van hem in de vroege zestiende eeuw zijn gepubliceerd, schreef Luther meer dan vierhonderd titels. ‘Die titels zijn in de negentiende eeuw bijeengebracht in de zogenaamde Weimareditie’, zegt Harline. ‘Maar slechts dertig à veertig procent is in het Engels vertaald.’ Bij zijn Luther-onderzoek was zijn kennis van het Duits dus onmisbaar.

Voor Wereld in wanorde hoefde Harline niet al Luthers werk te bestuderen. Het boek beslaat namelijk alleen de jaren 1517-1522, niet toevallig de onstuimigste periode in Luthers leven. Die periode begint op het moment dat ‘broeder Martinus’ na een duel met dodelijke afloop besluit toe te treden tot de Augustijner Orde, en eindigt met zijn verblijf in kasteel de Wartburg, waar hij door zijn beschermheer, de Saksische keurvorst Frederik, naartoe wordt ‘ontvoerd’. Luthers beroemde 95 stellingen, hét geboortemoment van de Reformatie, waren toen al gepubliceerd. Met discussies, boekverbrandingen en vrees voor Luthers leven tot gevolg.

De Reformatie is voor Harline geen onbekend terrein. De gevolgen van de kerkscheuring speelden ook door in zijn in 2016 verschenen Jacobs vlucht, over de lotgevallen van een vroegmodern, door de Reformatie uit elkaar getrokken Nederlands gezin. Het boek leverde hem een nominatie op voor de Libris Geschiedenis Prijs, die eind deze maand wordt uitgereikt. Harline, als hoogleraar verbonden aan een Amerikaanse universiteit, komt er eind oktober speciaal voor terug naar Nederland. ‘Ik moet eerst nog een week lesgeven, maar ik ben bij de uitreiking. Die nominatie vind ik erg eervol.’

De officiële Nederlandse viering van ‘500 jaar Reformatie’ vindt plaats op dinsdag 31 oktober in de Utrechtse Domkerk, een evenement waar zelfs koning Willem-Alexander bij aanwezig zal zijn. De dag is niet toevallig uitgekozen. Het was namelijk op 31 oktober 1517, dat Maarten Luther zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel te Wittenberg spijkerde, in die tijd een normale manier om een boodschap wereldkundig te maken en een zogenaamd ‘dispuut’ uit te lokken, een discussie onder geleerden.

Aanleiding voor Luthers stellingen was de uitgifte van de Tweede Sint-Pietersaflaat. Daarmee vroeg paus Leo X het Duitse volk weer mee te betalen aan zijn Romeinse basiliek. Het moment van een spijkerende Luther is zo iconisch dat het ook staat afgebeeld op de cover van Wereld in wanorde, in de vorm van het schilderij dat de Belgische kunstschilder Ferdinand Pauwels in 1872 van het moment maakte. Op Pauwels’ schilderij gebruikt Maarten Luther de hamer als aanwijsstok, om geïnteresseerde omstanders op zijn pauselijke kritiek te wijzen.

Harline is niet de eerste, zo benadrukt ook Casper Thomas in deze editie van De Groene, die zowel Pauwels’ schilderij als de aanstaande Reformatieviering in Utrecht op losse schroeven zet. Luther al spijkerend bij de deuren van de slotkapel: het is zeer waarschijnlijk historische fictie. Wat zeker is, is dat Luther zijn 95 stellingen in 1517 per post naar meerdere bisschoppen heeft gestuurd. Maar voor zover bekend heeft er naar aanleiding van zijn stellingen nooit een dispuut plaatsgevonden.

‘Er werd geklaagd dat het Duitse volk weer moest mee­betalen aan een pauselijk bouwproject’

‘Die 95 stellingen waren voor Luther ook niet het belangrijkst’, zegt Harline. Dat waren zijn 99 stellingen die hij een maand eerder openbaar had gemaakt en waarin hij zijn échte vondst uiteenzette: geloof door genade alleen. ‘Alle tijdgenoten van Luther geloofden dat je door Gods genade werd bevrijd. De vraag was alleen: hoe kreeg je die genade? De heersende scholastieke traditie zei in navolging van Aristoteles: alles wat je innerlijk kunt doen moet je in staat stellen om die genade te krijgen, om gered te worden. Luther vond dat onduidelijk. Hij dacht: hoe weet ik dat ik alles heb gedaan? Dus probeerde hij een andere scholastieke regel: nederigheid. Maar ook dat vond Luther niet voldoende. Na bestudering van het werk van kerkvader Augustinus kwam Luther uiteindelijk tot het besef dat niets genoeg is om gered te worden. Geloof was eigenlijk iets passiefs: je redding kon je nergens mee afdwingen. Toen hij tot die ontdekking kwam, gingen volgens Luther de poorten van het paradijs voor hem open.’

Luther dacht dat dit een enorme doorbraak zou zijn, zegt Harline. Dat hij met zijn vondst theologen ‘jeuk onder hun wollen pijen’ zou veroorzaken. Maar dat bleek een teleurstelling. Naar zijn 99 stellingen werd uiteindelijk niet omgekeken. Dus schreef hij een maand later zijn 95 stellingen over de aflaat. Om impact te hebben. ‘Luther vond de aflaat eigenlijk een klein, marginaal onderwerp’, zegt Harline. ‘Maar als stadspredikant merkte hij dat die kerkelijke belasting veel losmaakte bij normale Duitsers. Men was er boos over. De aflaat was weliswaar populair: in Luthers tijd werden vele gebouwen en salarissen met de opbrengst uit aflaten betaald. Maar rond 1517 heerste er onvrede over die Tweede Sint-Pietersaflaat en werd er geklaagd dat het Duitse volk weer moest meebetalen aan een pauselijk bouwproject.’

Zelf geloofde Luther dat de aflaat vooral verkeerd werd gebruikt, benadrukt Harline. Van de drie sacramenten binnen het katholieke geloof – berouw, biecht en absolutie, en straf – hoorde de aflaat volgens Luther alleen voor de laatste te gelden, voor de straf. Toch werd de aflaat door de katholieke kerk vaak voor alle sacramenten gebruikt. ‘Omdat mensen wegens ziekte of vroegtijdig sterven niet genoeg berouw konden tonen in hun leven, werden ze in staat gesteld om dat af te kopen.’ Luther was het daarmee oneens en uitte daarop kritiek in zijn 95 stellingen. Zonder daarmee in eerste instantie afbreuk te willen doen aan de pauselijke macht. ‘Wat mensen zich niet realiseren is dat Luther in 1517 nog niet tegen de paus was. Dat kwam enkele jaren later pas. In 1517 was Luther, ironisch genoeg, nog voor de eenheid van de katholieke kerk.’

‘Als Luther vandaag geleefd had, is het niet moeilijk om hem voor te stellen achter een talk radio microphone.’ Dat schreef The New York Times naar aanleiding van Eric Metaxas’ recent verschenen Luther-biografie Martin Luther: The Man Who Rediscovered God and Changed the World. Die biografie, die inmiddels een plek heeft verworven op de invloedrijke hardcover nonfiction list van het Amerikaanse dagblad, is slechts een van de vele tientallen, zo niet honderden Luther-boeken die dit najaar wereldwijd uitkomen. Net als bij andere grote herdenkingsmomenten, zoals vierhonderd jaar Shakespeare in 2016, doen uitgevers ook in 2017 verwoede pogingen hun Luther-boek op tijd op de markt te brengen. En ‘op tijd’ betekent in het geval van Luther vóór 31 oktober. Dus is Metaxas’ op 3 oktober verschenen boek ‘just in time for the Protestant Reformation’s 500th anniversary’.

Met Wereld in wanorde doet Harline, op verzoek van de prestigieuze Engelse uitgever Oxford University Press, mee aan die rat race. Toch zegt Harline met zijn boek tegen de stroom van de Luther-herdenking in te willen zwemmen. Luther als invloedrijk radiopresentator, of als ander hedendaags verschijnsel: het zijn vergelijkingen die Harline wil tegengaan. ‘Het is volkomen begrijpelijk dat de beroemdste momenten uit Luthers leven monumentale status hebben gekregen. En dat die momenten door overlevering in de afgelopen vijfhonderd jaar steeds groter zijn gemaakt. Het probleem daarmee is dat we ons vaak concentreren op de gevolgen van iemands handelen. In plaats van het handelen in de tijd zelf. Dus zien we nu bij Luther de geboorte van de moderne wereld, of Luther als splijter van de kerk. Ik vind het belangrijker om op zoek te gaan naar die onbekende momenten, de momenten dat Luther menselijk was en onzeker over de uitkomst van zijn zoektocht. Ik wil zijn stress voelbaar maken. Als je een verhaal alleen ziet vanuit het einde, dan mis je alle drama. En als we de zwaktes bij anderen zien, dus ook bij een beroemd iemand als Luther, vinden we onze eigen zwaktes misschien wat minder erg. Als wij niet juist herdenken, denken wij ook niet juist over onszelf.’

Small harline credit jan van der perre   uitgeverij van tilt  copyright protected
© Jan van der Perre / Uitgeverij van Tilt

Lezers anno 2017 meenemen in het hoofd van Luther is lastig genoeg, denkt Harline. ‘In onze huidige seculiere samenleving is het moeilijk om ons in Luthers hoofd en in zijn tijd te verplaatsen. Dat lukt nooit volledig. Zo zullen we ook nooit zuiver in het hoofd van een chirurg kunnen duiken. Maar het is de moeite van het proberen waard. Dat is voor mij ook een van de aantrekkingskrachten van het verleden. Dat het exotisch is, anders. Maar het ultieme doel van de geschiedenis is om een andere tijd familiair te maken, herkenbaar. Niet hoe je het nu ziet, maar hoe men het toen beleefde. Ik vind dat je het verleden op zijn eigen termijn moet bestuderen.’

‘Ik wil op zoek gaan naar de momenten dat Luther menselijk was, onzeker over de uitkomst van zijn zoektocht’

Harline begon aan zijn Luther-studie zonder een schat aan voorkennis. ‘Ik ben geen Luther-specialist, maar dat zag ik niet als een probleem. Als ik lesgeef op de universiteit, doe ik dat beter en vlotter als ik in eerste instantie niet met het onderwerp bekend ben. Dan heb ik dezelfde vragen als mijn studenten.’ Tijdens zijn onderzoek zijn Harline genoeg kleine details aan Luther opgevallen. ‘Ik heb me nooit gerealiseerd dat Luther, zeker in die vroege jaren, zo twijfelde aan zichzelf. De gedachte dat hij niet gered zou worden, was voor hem een ondraaglijke last. Hij dacht op een gegeven moment echt dat hij voortdurend door de Duivel werd verleid’. Ook wist Harline niet dat de Duitse Boerenoorlog Luther zo raakte. ‘Dat zijn gedachtegoed tot een massaslachting zou kunnen leiden, heeft hem verbaasd en verafschuwd. Zijn ideeën konden blijkbaar leiden tot moord en doodslag. Dat heeft hem echt geschokt.’

Die Duitse Boerenoorlog (1524-1525) problematiseert meteen de erfenis van Luther. Tijdens die opstand kwamen boeren in verzet tegen eisen van hun bazen, de edellieden. Die opstandige boeren, geleid door verzetspredikanten als Thomas Müntzer, beriepen zich niet alleen op de bijbel maar ook op Luthers pamflet Over de vrijheid van een christen (1520). ‘De boeren zagen Luther als hun held’, zegt Harline, ‘en maakten van Luthers pamflet een aards verhaal dat hen in feite opriep om vrij te zijn van hun heren. De boeren hebben uiteindelijk zelfs hun eigen stellingen opgesteld, net als Luther.’ Honderden kastelen en kloosters werden tijdens de opstand verwoest. Grofweg honderdduizend mensen vonden de dood. Onder wie Müntzer, die de doodstraf kreeg. In 1525 nam Luther met een nieuw pamflet, Tegen de moorddadige en roofzuchtige boerenbendes, openlijk afstand van de opstandelingen.

Los van die verwoesting van de Duitse Boerenoorlog wordt Luther vooral verantwoordelijk gehouden voor de splitsing van de kerk in de westerse wereld. Harline geeft aan dat beeld graag te willen nuanceren. ‘Katholieken vinden het erg dat er geen overkoepelende kerk meer is. En als Luther niet voor het schisma had gezorgd, dan had waarschijnlijk iemand anders het wel gedaan. Er waren in die tijd zoveel hervormers.’

Luthers erfenis komt op scherp te staan als het aankomt op zijn antisemitisme. In zijn pamflet Over de Joden en hun leugens uit 1543 verwees Luther naar een jood als ‘de duivel in eigen persoon’. Hoewel Luther in 1523 in een pamflet nog schreef de hoop te hebben dat de joden zich tot het christendom zouden bekeren, was hij dat geloof twintig jaar later volkomen kwijt. Joden moesten volgens hem uit het publieke leven verbannen worden, dwangarbeid uitvoeren en hun synagogen en huizen moesten worden verbrand. Alles moest volgens Luther in het werk gesteld worden om de verspreiding van het joodse gedachtegoed tegen te gaan.

Die uitspraken gaven meerdere joodse organisaties in Nederland aanleiding om te stellen dat er een rechte lijn loopt van Luther naar Hitler. In dagblad Trouw riepen ze daarom twee jaar geleden protestanten op bij de Reformatieherdenking in 2017 hiervoor publiekelijk hun excuses aan te bieden. Harline: ‘Vanuit politiek opzicht zou ik zeggen: de protestantse kerken kunnen dat best doen. Als historicus zeg ik: er is zoveel uit het verleden om je excuses voor aan te bieden.’

Luther verantwoordelijk houden voor Hitler-Duitsland vindt Harline heel ver gaan. ‘Van die honderden titels die Luther heeft geschreven, is een aantal antisemitisch getint. En in de vroege zestiende eeuw was Luthers mening een meerderheidsmening. Dat is natuurlijk geen excuus, maar dat schept hopelijk wel wat duidelijkheid. Toen Luther begin jaren veertig dat antisemitische pamflet schreef, was hij beroemd. Hij was dus degene met de grootste stem. Dan spring je het meest in het oog. En dan word je er verantwoordelijk voor gehouden als dat soort ideeën voortleven.’

Craig Harline groeide op in een mormoons gezin in Fresno, Californië. Sinds 1992 is hij als hoogleraar verbonden aan Brigham Young University, met 34.000 studenten de grootste christelijke universiteit van de Verenigde Staten. Luthers levensverhaal en strijd heeft hem als historicus gefascineerd, maar ook als christen geraakt. ‘Persoonlijk was ik ontroerd door Luthers strijd voor genade’, zegt Harline. Op momenten kreeg de historicus medelijden met Luther. Maar hij vond zijn strijd en interne worsteling ook herkenbaar. ‘Ik voel me ook altijd schuldig.’

Harline zegt door zijn onderzoek veel waardering voor Luther te hebben gekregen. ‘Hij was erg grondig. En als hij eenmaal, na lang studeren, tot een conclusie kwam, kon hij erg vastbesloten zijn.’ Naast waardering voor de beknoptheid waarmee Luther kon schrijven, heeft Harline ook bewondering voor diens moed. ‘Hoewel Luther op belangrijke momenten is beschermd, heeft niemand hem kunnen garanderen dat hij zijn zoektocht zou overleven.’ Tijdens zijn verblijf in de Wartburg kreeg Luther naar eigen zeggen last van ‘pijn in mijn achterste’: verstopping. ‘Luther had in zijn Wartburgse periode veel fysieke problemen’, zegt Harline. ‘Die hadden alles te maken met zijn gedwongen teruggetrokken leven en de daaruit voortkomende psychische problemen.’

Volgens Harline laat Luther zien hoe moeilijk het voor een christen is om iets goed te doen. ‘Een mens heeft altijd zwakke punten. En van een geloof dat je dwingt naar perfectie te streven, zou ook ik erg ongelukkig worden.’ Hij noemt Luther voor mensen als hij, mensen die altijd het gevoel hebben dat ze tekortschieten, een inspirerend voorbeeld. ‘Zijn visie op het geloof past ook bij hoe ik ben opgevoed: doe wat je in je hebt, dan is God tevreden met je. Je hoeft niet altijd de beste te zijn, iets waar we in Amerika erg van houden. Mijn beste is namelijk niet altijd goed genoeg. En dat is helemaal niet erg.’