Scepsis over nieuwe stemmachines in Florida

Geloof ons maar

In Florida zijn de ponskaarten vervangen. Maar het vertrouwen in de nieuwe lichting papierloze stemmachines is gering.

MIAMI – De dag voordat hurricane Charley de westkust van de staat bereikt, wijzen de peilingen in Florida voor het eerst John Kerry aan als winnaar van de komende presidentsverkiezingen. Uit dezelfde poll blijkt dat dertig procent van de geregistreerde stemmers in de staat geen enkel vertrouwen heeft in de stemmachines die op 2 november gebruikt zullen worden. Niet alleen het eerste, maar ook dit tweede bericht is teleurstellend voor de zittende gouverneur Jeb Bush – de broer van – en vooral voor de vele verkiezingscomités die hij, gek genoeg, formeel leidt.

Om een debacle als in 2000 te voorkomen, zijn nagenoeg alle stemdistricten in de staat drie jaar geleden overgegaan op de allernieuwste, gecomputeriseerde stemmachines. Washington had daarvoor bijna een miljard dollar uitgetrokken. De verwachtingen waren hoog, ook in de stemdistricten waar vier jaar geleden de presidentsverkiezing met een paar honderd stemmen verschil werd beslist. Maar kort na de aanschaf ging het al mis. Veranderingen op de valreep en gebrekkige training van de verkiezingsmedewerkers zorgden in september 2002, bij de strijd om het gouverneurschap, voor verlies van duizenden stemmen. En dat bij verkiezingen met een lage opkomst. De stemmen werden overigens enkele weken later teruggevonden in de computer van de secretaresse van een kiesdistrictshoofd. Ook afgelopen januari ging het mis, toen er een tussentijdse verkiezing was ingelast voor één enkele zetel in het Congres. De elektronische machines hadden 134 «blanco» stemmen geteld. Het stembureauhoofd sprak van «het falen van de machine om aantallen kiezers en stemmen overeen te laten komen». Meestal, zoals bij de komende presidents verkiezingen van 2 november, staan er eindeloos veel kandidaten op de stembiljetten: van sheriffs en openbare aanklagers tot nieuwe lokale en nationale parlementsleden. Maar in januari was er maar één keuze. En dus was het onwaarschijnlijk dat 134 burgers blanco wilden stemmen. De verkiezing werd beslist met een verschil van twaalf stemmen. De verliezer vroeg hertelling. Maar helaas, de gebruikte gecomputeriseerde stemmachines – net als bij verkiezingen in Nederland (zie De Groene Amsterdammer van 19 juni) – scheiden geen papieren stem bewijzen af. Anders dan in de omstreden democratie Venezuela, waar stembewijzen ten minste enige verificatie mogelijk maken.

Een dag na de bekendmaking van Kerry’s voorsprong op Bush in de peilingen gaat het in Miami opnieuw mis met het tellen van stemmen. Bij de meest uitgebreide openbare test van stemmachines ooit blijkt de eerste proefpersoon ten overstaan van journalisten, informaticadeskundigen, officiële waarnemers en verkiezingsbeambten per ongeluk twee stemmen uit te brengen in plaats van één. Niemand kan erom lachen, daarvoor staat er te veel op het spel. Het voor elektronisch stemmen vernietigende Hopkins-rapport heeft er nadrukkelijk voor gewaarschuwd. Zonder afschrift zal nooit zijn na te gaan of er is gerommeld met de niet bijster ingewikkelde software van de machines. «Daardoor zullen er bij nipte overwinningen altijd speculaties over fraude of vergissingen bestaan», aldus professor Avi Rubin, hoogleraar informatica aan de Hopkins Universiteit en een van de opstellers van het rapport. «Daar komt bij dat de software vrij eenvoudig is te manipuleren.»

Opgezweept door Harvard-wetenschapper Mercuri bewezen enkele in computers geïnteresseerde tieners dat afgelopen jaar al. Zonder veel problemen verkregen zij op afstand toegang tot geheugenkaarten van enkele machines van fabrikant Diebold. Dat betekent in theo rie dat zij na een verkiezingsdag, in de minuten voor de definitieve «telling» van de stemmen, uitslagen eenvoudig kunnen veranderen zonder een spoor achter te laten.

Hieruit volgt, vertelt Douglas Jones, een informaticaprofessor uit Iowa die als adviseur aanwezig is bij de test in Miami, dat het niet moeilijk kan zijn om de computers op afstand de opdracht te geven op gezette tijden een stem voor kandidaat A in te ruilen voor een stem op kandidaat B: «Je moet daar zin in en tijd voor hebben, maar dat is ook het enige. Het zou een mooie uitdaging zijn voor mijn studenten.»

Rubin vindt dit ethisch niet in orde, want je zou de studenten maar op een idee brengen, maar het zou goed zijn om te bewijzen dat de testen waar Jeb Bush en vele andere lokale overheden hun vertrouwen in hebben gesteld, niets voorstellen. Rubin: «Die testen worden verricht door bedrijven die worden betaald door de fabrikanten van de machines. Beide beweren dat het geheim van de machines uit concurrentieoverwegingen niet kan worden verklapt. Alsof het een nieuw recept voor extra lekkere cola betreft. In een democratie hebben stemmers natuurlijk het recht te weten hoe stemmachines werken, en hoe ze worden getest. Die geheimhouding verhult slechts de zinledigheid van die testen. Er wordt via back-ups van geheugenschijven eigenlijk alleen getest of de machine inderdaad heeft gedaan wat ze al zei te hebben gedaan. Je bewaart de resultaten in een back-up. Maar of die resultaten overeenkwamen met de wil van de stemmer blijft buiten beeld. En daar gaat het bij stemmen toch eigenlijk om.»

Het wantrouwen jegens de machines heeft twee als Democraat geregistreerde juristen ertoe gebracht gouverneur Bush een brief te schrijven. Ze vragen hem iedere inwoner van Florida de keuze te laten een elektronische of papieren stem uit te brengen. Jeb Bush is echter onvermurwbaar. Waar computers staan opgesteld laat hij het papieren stemmen niet toe, omdat hij zelf «alle geloof en vertrouwen» heeft in de machines. Jones, de informatica-adviseur uit Iowa: «Momenteel is alles in dit land politiek geladen. Wanneer Democraten vragen opnieuw de stemmachines aan te passen, met goede of slechte redenen, ziet de gouverneur dat sowieso als twijfel aan de rechtmatigheid van zijn gezag. Vergeet daarnaast de gebeurtenissen van 2000 niet. Papieren stembewijzen zijn er voor eventuele hertellingen, de Republikeinse partij sprak zich daar toen officieel tegen uit, gesteund door het Hooggerechtshof. Dat speelt natuurlijk ook mee.»

Ook bij de komende presidents- en congresverkiezingen zal één op de drie stemmen papierloos worden verwerkt. Onrustig geworden diende de oppositie in Washington daarom een wetsvoorstel in dat papieren stembewijzen bij alle verkiezingen verplicht stelt. Hillary Clinton, een van de indieners, verklaarde op een persconferentie dat zonder die stembewijzen stemmachinefabrikanten «de Republikeinen zullen helpen de verkiezingen te stelen». Clintons voorstelling van zaken is wellicht wat paranoïde, maar wordt wel degelijk gevoed door feiten. Driekwart van de bedrijven die stemmachines fabriceren is in handen van de Omaha World Herald Company en de McCarthyGroup. Beide financieren alleen Republikeinen, nooit Democraten, en geven overal in het land conservatieve kranten uit.

Ook de mannen achter de stemmachines boezemen weinig vertrouwen in. De voormalige topman van een bedrijf dat stemmachines fabriceert, Chuck Hagel, is verantwoordelijk voor een nieuwe lichting apparaten die bij de komende verkiezingen op grote schaal zullen worden ingezet. Hagel stopte in 1995 met het maken van stemmachines om campagne te voeren voor een zetel in de Senaat. Zijn eigen machines telden de stemmen. In de laatste opiniepeilingen voor de verkiezingen kregen hij en zijn tegenstander allebei 47 procent van de stemmen. Toch won Hagel twee dagen later de verkiezingen met een marge van veertien procent. Zelden zitten opiniepeilers er zo ver naast. Als senator investeerde Hagel vervolgens een miljoen dollar in de stemmachineonderneming die hij vijf jaar lang leidde. Hij won vervolgens alle verkiezingen. In 2002 versloeg hij zijn uitdager zelfs met meer dan tachtig procent van de stemmen.

Dit is natuurlijk allemaal mogelijk in een democratie, ook zonder fraude. Maar voor samenzweringsdenkers, waarvan Amerika er een groot aantal kent, is het heerlijke kost. Net als het verhaal van de topman van het bedrijf dat de markt voor stemmachines domineert, Diebold Elections Systems. De CEO en inwoner van Ohio Walden O’Dell moest opstappen nadat hij in een brief aan enkele rijke Republikeinen had geschreven «er alles aan te doen om Ohio’s kiesmannen in 2004 aan Bush te geven». Toen hij de brief schreef, probeerde hij zijn machines aan de regering van Ohio te verkopen. Hij deed er inderdaad alles aan, was het wrange commentaar in een lokale krant.

In Georgia werden enkele Diebold-machines gestolen. Vervolgens versloeg een relatief onbekende Republikein de populaire senator Cleland. De peilingen hadden hem twaalf procent minder van het totaal toegedacht. In het tumult van deze verkiezing klapte ook een medewerker van Diebold, Rob Behler, uit de school. Hij bevestigde aan het oppositionele weekblad The Nation het vernietigende oordeel van het Hopkins-rapport en vertelde dat de toegangscodes op de verschillende machines allemaal hetzelfde waren. En vrij eenvoudig te raden: 1111.

Toch is het bewijs van kwade opzet in geen van deze gevallen geleverd. Stompzinnigheid en slordigheid zijn niet uitgesloten. Net als enkele maanden geleden, toen in Californië duizenden stemmen zoek raakten doordat apparaten van Diebold simpelweg dienst bleken te weigeren. Overigens heeft de staat Californië daarop het gebruik van Diebold-machines verboden. Alleen machines met papieren stembewijzen worden daar nu geschikt geacht.

Maar het recente gerommel bij het opstellen van een lijst van ex-criminelen die volgens de wet van Florida hun stemrecht hebben verloren, lijkt erop te wijzen dat er toch meer aan de hand is. In Amerika mogen gevangenen niet stemmen. In dertien staten, waaronder Florida, wordt iedereen het stemrecht ontnomen die ooit een misdrijf heeft begaan, al is de straf al uitgezeten. Met de exponentiële stijging van het aantal gevangenen (in de afgelopen 25 jaar vervijfvoudigd) creëert deze wet geen loze statistiek: 4,7 miljoen Amerikanen, ongeveer twee procent van de volwassen bevolking, zijn het stemrecht kwijtgeraakt, hetgeen neerkomt op veertien procent van alle zwarte mannen.

Bij de vorige presidentsverkiezingen onthield de staat Florida het stemrecht aan zeshonderdduizend inwoners. Na incidenten die erop wezen dat ook mensen bij stembureaus werden geweerd wier naam leek op een naam die prijkte op de lijst van inwoners wier belangrijkste burgerrecht was vervallen, bleek dat vijftigduizend mensen ten onrechte in die categorie waren beland. Dit jaar huurde de staat van Jeb Bush opnieuw het particuliere bedrijf Accenture in om het aantal geregistreerde stemmers te zuiveren van ex-misdadigers. Aanvankelijk wilde Florida de nieuwe lijst namen niet vrijgeven. Maar een rechter dwong Bush daartoe. Het bleek dat onder de 47.000 nieuwe ex-misdadigers slechts 61 misdadigers van Latijns-Amerikaanse origine waren, terwijl die de grootste minderheidsgroep vormen en heus niet allen even braaf zijn. Zwarten zijn nog altijd geneigd Democratisch te stemmen, maar hispanics in Florida geven hun stem overwegend aan de Republikeinen. Daarnaast bleken er 2100 namen voor te komen van stemmers met een gevangenisverleden die officieel hun stemrecht hadden teruggekregen na een ingewikkelde clementieregeling voor doorzetters.

Jeb Bush verklaarde dat beide fouten «absoluut onbedoeld» waren en liet vervolgens de hele lijst nieuwe namen gewoon vallen. Maar in Florida waren al zo veel twijfels gerezen over de kans op een eerlijke verkiezing dat enkele Democratische congresleden onder leiding van Jesse Jackson de VN om assistentie vroegen. Kort daarop nodigde het ministerie van Buitenlandse Zaken niet de VN, maar de OVSE uit om waarnemers te sturen.

Intussen trekt congreslid Wexler, die in Washington het zuiden van Florida vertegenwoordigt, als een dominee door zijn stemdistricten (onder meer Palm Beach) om de gelovigen op het hart te drukken op 2 november vooral niet naar de stembus te gaan, maar per brief te stemmen. Dat kan in Amerika met een zogeheten absentee ballot en sinds 2002 kan dit ook zonder handtekening van een getuige. Wexler is zelfs een rechtszaak begonnen die de federale overheid moet dwingen de papieren stembewijzen verplicht te stellen. «Met een Republikeinse meerderheid in Huis en Senaat schiet het met dat wetsvoorstel van Hillary Clinton natuurlijk niet op. Daar kan ik niet op wachten», aldus de afgevaardigde tijdens een openbare discussie over de verkiezingen. «De Republikeinen weigeren een papieren bonnetje op de gecomputeriseerde stemmachines. Ze zitten opnieuw te broeden op een gevangenenlijst. (…) Ik vertrouw ze niet», zei hij tegen The Nation.

Omdat gek genoeg ook de Republikeinse partij in Florida in een eerder stadium aanraadde per post te stemmen, verwachten politicologen dat het aantal opgestuurde stembiljetten alle records zal breken. Sommigen verwachten dat dit stemmen per brief Florida opnieuw in het centrum van de aandacht zal plaatsen, want er kan veel misgaan. Ten eerste moeten de stembiljetten worden gescand door een machine. «Elke keer dat we de biljetten door de machines haalden, kregen we andere resultaten», aldus verkiezingscommissaris Newell in de Palm Beach Post, inmiddels een gezaghebbend blad als het om verkiezingen gaat. Ten tweede weet niemand, behalve de verantwoordelijke verkiezingsambtenaar die formeel onder leiding van de gouverneur valt, hoeveel stemmen per post zijn binnengekomen. Honderden stemmen kunnen zoek raken zonder dat iemand ervan opkijkt.

Momenteel hangt Miami vol verkiezingsposters voor de burgemeester van het district. Door stemmen per post ging het in 1997 juist in deze verkiezing helemaal mis. Dit keer was er zeker geen sprake van slordigheid. Nadat bleek dat één stembiljet was opgestuurd door een reeds overleden man, werd ontdekt dat dezelfde dode op 75 andere stembiljetten was opgevoerd als getuige. Uit het onderzoek dat volgde, bleek dat betaald was voor enkele briefstemmen. De rechter besloot uiteindelijk alle 5200 stemmen per post ongeldig te verklaren. Daardoor leverde de verkiezing een andere winnaar op.

Wat er in november ook gebeurt, in Florida zit de spanning er goed in. Rubin stelde zich op Super Tuesday beschikbaar als vrijwilliger op een stembureau. Rond twee uur ’s middags stak een stemmer plotseling zijn hoofd uit het hokje en vroeg: «Wat moet ik doen als er op het computerscherm staat: re-boot?» Alle verkiezingsbeambten trokken wit weg. Rubin: «Mijn hart begon hard te kloppen, maar het bleek een grap. Dat bracht een enorme opluchting teweeg, want laten we eerlijk zijn: niemand had geweten wat te doen als het geen grap was geweest. We hebben ons vertrouwen in eerlijke verkiezingen geheel in handen gelegd van een handvol grote bedrijven die in de positie zijn om de uitslagen naar hun hand te zetten. De uitkomsten kunnen worden veranderd zonder dat iemand het in de gaten heeft. De enige tegenwerping van de overheid en die bedrijven op mijn kritiek is: geloof ons maar. Dat is te weinig voor een democratie. Je hoeft niet te baden in een zee van samenzweringstheorieën om het gevaar van stemfraude te erkennen.»