Geluiden van angst en pijn

Louise Erdrich, De duivenplaag. Vertaald door Martine Vosmaer en Karina van Santen, € 18,50

Louise Erdrich, The Plague of Doves. € 12,95

In de openingszin van De duivenplaag van Louise Erdrich – een meesterlijke roman waarover de Nederlandse literaire kritiek merkwaardigerwijs het stilzwijgen bewaarde – dringt het thema zich al op: ‘In het jaar 1896 riep mijn oudoom, een van de eerste katholieke priesters met indiaans bloed, zijn parochianen op zich te verzamelen…’ Vanaf haar debuut Love Medicine schrijft Erdrich (zelf van Duits-Frans-indiaanse afkomst) over gemengd bloed, over gespletenheid en over de onmogelijkheid om mensen systematisch te categoriseren. De hardnekkige neiging de mensheid etnisch onder te verdelen, met alle gevolgen van dien, pareert Erdrich met een netwerk van ingenieus verstrengelde vertellingen die de aanhangers van etnische zuiverheid buitenspel zetten.
Nee, het is niet waar, de openingszin van De duivenplaag luidt anders. Aan de eigenlijke vertelling over opkomst en ondergang van het stadje Pluto in Noord-Dakota gaat een gewelddadige scène vooraf die vooralsnog raadselachtig is: een man in een kamer, met een grammofoon en een krijsende baby, schiet zijn geweer leeg totdat dat ketst. Luisterend naar een vioolsolo repareert hij zijn geweer. De slotzin van de scène: ‘De geur van vers bloed hing overal om hem heen in de afgesloten kamer.’
Driehonderd bladzijden verder ontdekt de lezer tot zijn verbijstering dat die krijsende baby dokter Cordelia Lochren is, de enige overlevende in een gezin dat is vermoord. Zij verpleegt op dat moment de moordenaar. Klinkt dit ingewikkeld of gezocht? Wie Erdrich leest merkt dat ‘niets wat gebeurt, niets, wat niet via het bloed met elkaar verband houdt’. De schuldigen zijn minder schuldig dan het lijkt, de onschuldigen wassen al te gemakkelijk hun handen.
Aan het eind van De duivenplaag – een historische roman, een psychologische thriller over een halfbloedpubermeisje dat met horten en stoten opgroeit, een analyse van religieus goeroedom en nog veel meer — vraagt de dokter, die eens de krijsende baby was, zich af ‘of de geluiden van angst en pijn, het donderend geluid van het geweer’ haar leven bepaald hebben. Zij die als dokter geen indiaan wilde als patiënt, blijkt na de moord op haar familie door indianen te zijn opgevoed. De moordenaar laat haar een erfenis na: stapels bankbiljetten. En de lezer heeft dan een briljante vertelling gelezen waarin de duivenplaag bijbels-epische proporties heeft aangenomen.

Louise Erdrich, De duivenplaag. Vertaald door Martine Vosmaer en Karina van Santen, Nieuw Amsterdam, 352 blz., € 22,50