De comeback van de galerijflat

Geluidswal voor stadsoase

De galerijflat, in diskrediet geraakt door zijn eenvormigheid, is aan een revival begonnen. Korter, compacter, exclusiever.

WIE HAD OOIT kunnen denken dat Cees Dam nog eens een galerijflat zou ontwerpen? Cees Dam, die zo ongeveer de glamour heeft uitgevonden in de Nederlandse architectuur! En toch is het geen verlate 1 april-grap, maar staat het in geuren en kleuren op de site van de Clusiushof, een plukje nieuwbouw in Oegstgeest. Wie de trein neemt van Amsterdam naar Den Haag kan deze laatste invulling van de wijk niet zijn ontgaan, omdat het met zijn hoogte uitspringt boven de wijk en met zijn okergele steen afwijkt van de omliggende blokken. Die gele steen en de ronde ramen in de trappenhuizen, het lijkt warempel wel Dudok.
Het is Dam. Het meest bijzondere van Blok E (en het Tulipa-ensemble eromheen) in de Clusiushof is dat niet alleen de geest van Dudok wordt opgeroepen maar ook een spook, de veel verguisde galerijflat. Dam zou Dam niet zijn als hij er niet een luxueuze draai aan had gegeven. De flat rust op een plint van willekeurig gemetselde natuursteen om ‘het gebouw iets aards en natuurlijks te geven’ (aldus Dam). Daarboven strekken zich glazen balustrades uit, perfecte groene kozijnen en deuren en, waarschijnlijk het belangrijkst, een beheersbare afstand. En dan de appartementen zelf. Dat zijn geen ordinaire doorzonwoningen op hoogte maar met een royale loggia op het westen, een woonkamer met brede beukmaat en een vorstelijke badkamer. Dam heeft zich ingehouden. 'Aan een ontwerp als dit moeten geen fratsen zitten. Als je het ingehouden en terughoudend houdt, wordt de ruimte eromheen mooier en meer benadrukt.’
Maar ja, de weg ernaartoe. Daarmee komen we meteen bij de reden van verguizing. De galerijflat is bij uitstek een vinding van de modernisten uit de tijd dat ze nog behept waren met een ideaal. Het vroegste voorbeeld van een verhoogde woonstraat dateert al uit 1922: het Justus van Effenblok in Spangen van Michiel Brinkman. Dat topmonument wordt momenteel gerestaureerd en in 2012 als herboren te voorschijn getoverd. Dit complex inspireerde W. van Tijen bij zijn Bergpolderflat in Rotterdam uit 1932-1934. Zoals zovelen in zijn tijd was Van Tijen overtuigd van standaardisatie en efficiency, beïnvloed als hij en zijn tijdgenoten waren door Le Corbusier. Het gedroomde ideaal was een woongebouw met centrale voorzieningen in het souterrain (wasruimtes, crèche), eveneens een centrale ontsluiting met liften en galerijen naar de individuele woning.
Van den Broek en Bakema, het architectenbureau dat zijn stempel zou drukken op de jaren zestig en zeventig, ontwierp op de tekentafel de ideale stad, maar dan wel op zes hoog en verder. Het zijn nog steeds tot de verbeelding sprekende impressies van brede galerijen waarop moeders met kinderwagens gemakkelijk hun weg konden vinden naar hun appartement, zoals in de megalomane Kattenrug in het centrum van Tilburg. Hoe dat in de praktijk ging, laat een van de zeldzaam bewaarde opnamen van Ja zuster, nee zuster zien. Gerrit met zijn bakkerskar bezorgt op zo'n galerij. 'Warme bakker aan huis’, zong Leen Jongewaard schalks. Het is een bizarre melange van folklore en futurisme. De broodbezorger: als hij al op straat is uitgestorven is hij dat zeker op zes hoog.
Daarna ging het bergafwaarts met de galerijflat. De grote vergissing manifesteerde zich in de Bijlmermeer in Amsterdam en Alexanderpolder in Rotterdam. De eindeloos lijkende galerijen, maar ook de onherbergzame toegangen werden obstakels. Begrotelijk waren de afstanden van de voordeur op pakweg elf hoog en het parkeerdek. Bij geconstateerde misstanden op dat dek kan een galerij erg lang lijken en een lift heel traag.
Inmiddels wordt er gestreden om dergelijke uitwassen van het modernisme te behouden, zoals bij de flat Kleiburg. De remedie lijkt aan te sluiten bij de Dam-variant bij de Clusiushof. Beperking van de galerij is beheersing van het probleem. Hoe korter en hoe compacter, hoe exclusiever: alleen op deze manier zijn zowel nieuwbouw als gerenoveerde blokken te verkopen. Hoe moet een rollatorgebruiker anders verleid worden?

WANNEER IS de galerijflat aan een voorzichtige revival begonnen? Misschien wel met het blok Funen van de net aangetreden rijksbouwmeester Frits van Dongen. Hij schiep begin 2000 langs de spoorlijn tussen Muiderpoort en Centraal Station een van de langste woongebouwen van Amsterdam. De galerij is in dit geval een vrijwel gesloten glazen gang aan de spoorzijde die, zo bleek al onmiddellijk, een groot nadeel heeft: ’s zomers verandert die in een broeikas. Daarom staan er al sinds jaar en dag airco-kasten om het klimaat beheersbaar te houden.
Funen toont aan waar en waarom de galerijflat op zijn plaats is: als geluidsscherm. Als muur tussen infrastructuur en woonwijk. De achtergelegen urban villas in het Funenpark hebben zo geen last van het verkeerslawaai. Inmiddels werkt dat concept in het dichtbebouwde Nederland zo uitstekend dat het type galerijflat op meer plaatsen opduikt, langs snelweg of spoor. In Rijswijk, voordat de trein vanuit Rotterdam de tunnel induikt, in de Bijlmer langs de metrolijn bij Gaasperplas en in Amsterdam-West.
Zoals zo vaak gebeurt met 'hits uit het verleden’ is het hernieuwde model aangepast. Dat laat het Jamboni-project van het architectenbureau arons en gelauff in West heel goed zien. Jamboni, maar ook Funen, zou je te kort doen als je ze louter als geluidsmuur zou beschouwen. Ze begrenzen ook een groene binnentuin, een semi-openbaar gebied dat als een oase in de wijk fungeert, zoals bijna een eeuw terug eveneens het Justus van Effenblok in Rotterdam.
Een XXL-hofje dus. Een ander bezwaar van de aloude galerijflat was de eenvormigheid zodat een willekeurige bezoeker zich slecht kon oriënteren en al helemaal niet de deur van de gastheer kon vinden. arons en gelauff hebben de afstanden van trappenhuis/lift naar de voordeur beperkt gehouden. De bewoners wandelen over hellingen, gewone en luie trappen naar hun woning. De auto’s staan geparkeerd in een open plint onder het gebouw. Er is veel aandacht besteed aan een mooie afwerking van het publiek gebied. De geglazuurde baksteen verandert dankzij het zonlicht en de houten wandbekleding van de galerij geeft Jamboni een luxueuze uitstraling.
De hedendaagse galerijflat kent niet de goedkope balustrade met spijlen van weleer waardoor het voor hoogtevreeslijders een straf was om het traject af te leggen. Nee, de architecten van nu variëren eindeloos met half open en gesloten galerijen, met beklede kolommen, met uitspringende en inspringende gedeeltes, zodat er een allesbehalve vervelende 'achterkant’ ontstaat. Want een achterkant blijft het, de galerij: de voorkant is gereserveerd voor balkon, terras of loggia.

EXPERIMENTEN VAN de afgelopen tien jaar hebben uitgewezen dat er zelfs hoop is voor de ouderwetse galerijflat, de schijf, die bij bossen tussen 1965 en 1980 is neergezet. Er is veel gesloopt, omdat ze een type bewoning aantrokken waar de woningcorporaties geen oplossing voor wisten te vinden. Bilgaard in Leeuwarden, nota bene eind jaren vijftig door Van den Broek en Bakema als ideaal van een verticale stad ontworpen, met split-level-woningen en om de drie verdiepingen een galerij, is geveld door de slopersbal. De massale woningbouw uit de periode wordt in de meer individualistische maatschappij niet meer geaccepteerd.
Voor Bilgaard is de redding te laat gekomen, maar voor andere galerijflats is er misschien hoop, omdat ze toch mogelijkheden bieden. Het aan elkaar koppelen van appartementen, zowel verticaal als horizontaal, het inrichten van de begane grond als werk-, atelier of woonruimte, zodat er een einde wordt gemaakt aan de anonieme bergingen, en vooral het opknippen van de lange galerijen: dat zijn de tot dusver met succes gepleegde ingrepen. Dan praat ik maar niet over het opleuken, een vreselijk woord dat staat voor schilderbeurten en nieuwe luifels boven de centrale entree. Ten slotte zijn er, onder meer in Zwijndrecht, woningen toegevoegd aan de dode koppen of penthouses op het dak geplaatst. Waarmee de betrekkelijk schamele en eenvormige galerijflat van vroeger de allure benadert die Cees Dam in een hedendaagse variant heeft gevonden.
Het aanbrengen van extra liften en de verdeling in kleinere compartimenten lijkt vooralsnog de beste garantie voor het behoud van de oude galerijflat. Want er is, ondanks alle bezwaren (grootschalig, anoniem) veel te zeggen voor dat behoud. De herinrichting van de Bijlmermeer bijvoorbeeld heeft weliswaar acceptabele rijtjeshuizen opgeleverd die het leefklimaat hebben verbeterd; daardoor is er een betrekkelijk saaie, doorsnee wijk ontstaan die zich in niets onderscheidt van de gemiddelde Vinex-wijk. Hoogbouw geeft een wijk nu eenmaal reliëf en herkenningspunten, mits het in een aansprekende architectuur is uitgevoerd.
Maar de galerijflat, nieuw of opgeknapt, biedt toekomst voor een groep die op de woningmarkt slecht aan haar trekken komt: de jonge starters. Voor hen onder meer is dat Blok E in de Clusiushof te Oegstgeest bedoeld. Als dat lukt, is een aangename mix van jong en oud, gezin of alleenstaand gewaarborgd. Dan heeft de geluidswal nieuwe stijl zowaar meer betekenis dan alleen het weren van geluid en stof. Een geluidswal met inhoud. Je zou het de heruitvinding van een modernistisch ideaal kunnen noemen.