Economie

Geluk en de lockdown

Israël is al weer in lockdown, in Engeland dreigt het en ook hier is het niet ondenkbaar. Het is vreemd dat daarbij de gelukseconomie, die de laatste jaren populair is geworden, compleet genegeerd wordt. Spullen produceren en geld verdienen zijn volgens gelukseconomen alleen waardevol als we er gelukkiger van worden. Een maatstaf voor succes zijn ze niet. Dat zijn wij en onze geluksbeleving zelf, is het credo in die tak van de economische wetenschap. Vrijwel iedere politicus en burger in Nederland zal het tegenwoordig beamen.

Internationaal leidde deze gedachte tot het Better Life Initiative van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), dat lidstaten moet helpen het ‘betere leven’ te meten en daar beleid op te maken. Nieuw-Zeeland zette in 2019 een volgende stap: het overheidsbeleid moet er ingericht worden met het oog op het welbevinden van Nieuw-Zeelanders, niet ten bate het bruto binnenlands product (bbp). In dat kader werd er bijvoorbeeld expliciet geld vrijgemaakt voor de psychiatrie; geen enkel rijk land heeft hogere jeugdsuïcidecijfers dan Nieuw-Zeeland. Nieuw-Zeelanders, en eigenlijk de hele wereld, reageerden enthousiast op het nieuwe beleid.

Maar woorden zijn geen daden. Nieuw-Zeeland had een van de strengste lockdowns, direct al in maart, breed gesteund door overheid en bevolking. Het land werd er virusvrij mee, maar strenge lockdowns kosten in alle berekeningen meer geluk (en geld, en mensenlevens) dan ze opleveren. Professor Gigi Foster van de universiteit van New South Wales in Sydney probeerde er voor Australië een cijfer op te plakken. Zoals het bbp uitgedrukt wordt in euro’s en centen, zo praten gelukseconomen over WELBYs en QALYs. In Australië is de gelukswaarde van één jaar gezond leven gelijk aan zes WELBYs, oftewel één QALY, blijkt uit berekeningen.

Foster schat de kosten van een lockdown van één maand op ruim 110.000 QALYs. Daarin zit 83.000 QALYs direct verloren welbevinden, 26.000 QALYS aan verminderde economische activiteit, 720 QALYs doordat kinderen die onderwijs missen later minder gaan verdienen en 600 QALYs door een toename van suïcides. Een permanente lockdown zou wel geredde levensjaren opleveren, maar omdat de belanghebbenden gemiddeld oud zijn, zullen het er niet veel zijn (gemiddeld vijf per persoon, schat Foster), en gezonde jaren zijn het ook niet. Het geluk dat zo behouden blijft is dan ook beperkt: slechts 50.000 QALYs. Die winst is bijvoorbeeld na twee maanden al tenietgedaan door het verloren geluk door weggevallen economische activiteit, dat immers 26.000 QALYs per maand kost.

Te belangrijk, dat debat over de kosten en baten van het lockdownbeleid

Dit zijn dus precies de sommetjes waar we niet aan willen in het publieke debat. Velen (ook ik) vinden het een teken van beschaving dat de levensjaren van een oud en ziek mens niet systematisch afgewogen worden tegen verminderde economische activiteit. Over de gelukseconomie, waar juist dit gebeurt, zijn diezelfde mensen meestal heel enthousiast (ik niet).

We moeten kiezen. Als subjectief welbevinden echt leidend wordt, moeten we dus onze middelen daar inzetten waar ze het meeste welbevinden creëren of redden. Dan kom je zeker uit bij de sommetjes van Foster, en is een lockdown een heel slecht idee. Het is de ‘proof of the pudding’ voor de beleden liefde voor de gelukseconomie. Die valt dus erg tegen.

Van de weeromstuit is er intussen helemáál geen echt publiek debat over de kosten en baten van een lockdown, of van contactbeperkingen. Het thema wordt overgelaten aan actiegroepen als Viruswaarheid. Gaat het hiermee nu zoals het met globalisering ging? De hoofdstroom van wetenschap en beleid bleek minstens twee decennia blind voor de nadelen van vrije handel en kapitaalstromen. Ze lieten het thema daarmee in de dankbare handen van Trump, de brexiteers en aanverwante simplisten.

Een gesprek over kosten en baten van het lockdownbeleid is daarvoor te belangrijk. Als burger zie ik in dat gesprek toch wel een rol voor cijfers als die van Foster: ze helpen om te articuleren wat we wel en niet willen. Als wetenschapper hoop ik op een herbezinning op de gemakkelijke omarming van de gelukseconomie. Subjectief geluk als beleidsdoel is problematisch, net zoals lockdowns als antwoord op het virus dat zijn.